Inhoudsopgave
Columniste Amanda Kluveld stuurde De Nieuwe Ster een brief naar aanleiding van een opinie van Maurice Ubags. Die pleitte voor complete renovatie van het hart van De Heeg, onder meer door de sloophamer in te zetten in het winkelcentrum en in de torenflats daaromheen. Kluveld stuurde een reactie die we graag plaatsen.
Lieve Maurice Ubags,
Je staat bekend als iemand die de kant van mensen kiest. Dat lees ik terug in je stukken en dat waardeer ik. Juist daarom schrijf ik je dit, want in De Heeg hebben we die blik hard nodig.
Toen ik je recente stuk over De Heeg las, bleef ik hangen bij het woord torenflats en bij het idee dat sloop de logische volgende stap zou zijn. Eerlijk gezegd schrok ik daarvan. Ik ben geboren en opgegroeid in Rotterdam, een stad van échte torenflats: hoog, massaal, anoniem. De flats in De Heeg zijn van een heel andere orde. Ze tellen nog geen vier verdiepingen en werden in de jaren tachtig zelfs gebruikt om mensen van de Amerikaanse basis te huisvesten. Het zijn geen mislukte bouwexperimenten, maar woningen die al decennia doen wat ze moeten doen: mensen een thuis geven.
En dat zijn geen abstracte bewoners. Dat zijn levens. De oude, chagrijnige vrouw die altijd scheldt. De drummer met psychische problemen die midden op de dag oefent. De doodzieke kunstenaar die tot het laatst probeert schoonheid vast te houden. De vrouw met de naakthonden, die zij allemaal heeft gered. De man over wie wordt gefluisterd dat hij vóór zijn bekering een seriemoordenaar was. De lieve vrouw met het mopshondje. Het stel met katten en konijnen, waarvan hij wielrent en bij de fanfare zit. Sommige bewoners hebben hun voormalige sociale huurwoning gekocht, zijn daar trots op en onderhouden het gebouw met zorg. Dit zijn geen tijdelijke passanten, maar mensen die hier bewust wonen en willen blijven.
Wat mij zorgen baart, is dat we langzaam gewend lijken te raken aan een patroon waarin de wijk eerst moet verslechteren, zodat sloop logisch wordt. Voorzieningen verdwijnen, plannen blijven jarenlang hangen en informatie is ongelijk verdeeld. Dan gaan bewoners op een gegeven moment zelf zeggen: breek het maar af. Die roep lijkt spontaan, maar is dat niet. Ze is het gevolg van beleid, of van het ontbreken ervan. Zo wordt de roep om sloop geproduceerd.
Daar hoort ook iets heel concreets bij. De wijk wordt vaak weggezet als rommelig of vervuild, maar hoe kan het anders wanneer bewoners in flats hun restafval nog maar eens per twee weken kwijt kunnen. In woongebouwen met veel ouderen en kleine woningen is dat simpelweg onwerkbaar. Afval blijft staan, gaat stinken, trekt ongedierte aan en wordt vervolgens als bewijs van verloedering gebruikt. Hetzelfde geldt voor het niet bestaan van een vaste grofvuildag. Waar in mijn Rotterdamse jeugd eens per maand gezamenlijk werd opgeruimd en hergebruikt, is afval nu een individueel, digitaal en versnipperd probleem geworden. Dat is geen falen van bewoners, maar van beleid dat niet past bij hoe mensen hier wonen.
In zo’n context gaan bewoners op een gegeven moment zelf zeggen: breek het maar af of we willen weg. Die roep lijkt spontaan, maar is dat niet. Ze is het gevolg van beleid, of van het ontbreken ervan. Zo wordt de roep om sloop geproduceerd.
En daar moeten we niet in trappen. Want door sloop ontstaat een leeg canvas. En een leeg canvas betekent in de praktijk een blanco cheque voor projectontwikkelaars die niet vanuit mensen denken, maar vanuit rendement. Voor hen zijn bewoners geen vertrekpunt, maar een hinderpaal.
Zodra bewoners met een zorgvraag, een beperkt inkomen of een minder voorspelbaar levensritme verdwijnen, wordt herontwikkeling overzichtelijker. Minder variabelen, minder tegenstemmen, minder sociale complexiteit. Voor financiers en ontwikkelaars maakt dat plannen eenvoudiger en risico’s beter beheersbaar. Maar wat op papier efficiënt oogt, betekent in de praktijk dat kwetsbaarheid wordt weggeschreven in plaats van meegenomen. Dat is geen neutraal proces, maar een bewuste keuze in wat wel en niet mag blijven bestaan.
Dat is extra wrang, omdat De Heeg geen mislukte wijk is. Ze is groen, gemengd en functionerend. Vanuit veel appartementen is er uitzicht op het heuvelland en oude bomen. Geen wonder dat ontwikkelaars dit gebied aantrekkelijk vinden. Maar wat voor hen een verdienmodel is, is voor bewoners hun dagelijks leven.
Wat De Heeg nodig heeft, is geen leeg canvas en geen tekentafel vol pracht en praal. Wat nodig is, is investeren in wat er al bestaat en wel goed gaat. Een buurthub rond de ontmoetingsplek en de weggeefwinkel. Een reparatieshop voor fietsen en kleine spullen. Een plek waar boodschappen online besteld kunnen worden, met hulp voor wie dat nodig heeft, en waar ze worden afgeleverd en afgehaald, samen met pakjes. Daarnaast een kleine basisvoorziening voor dagelijkse boodschappen. Niet luxe, maar nabij.
Je staat aan de kant van mensen, Maurice. Ik hoop dat je ook hier wilt blijven laten zien dat vernieuwing niet begint met slopen, maar met serieus kijken naar wie er al zijn en wat we al hebben. Daar mag dan veel energie, creativiteiten en geld naar toe.
Met hartelijke groet,
Amanda Kluveld
