Inhoudsopgave
Nu Guido Derks een nieuwe coalitie in Maastricht verkent, zijn er een paar smaken mogelijk. We zetten ze graag op een rij. Van de makkelijke variant, die meteen ook de lafste is, tot de lastige variant, die het meeste tot politieke vernieuwing en een serieus debat met de raad zou kunnen leiden. Waarbij dan niet het politieke proces leidend is, maar het te nemen besluit in het belang van de stad.
Het makkelijkst is om een brede coalitie in elkaar te zetten, die steunt op een royale meerderheid. Alle huidige coalitiepartijen, aangevuld met GroenLinks, mogen wethouders leveren. Iedereen happy, want politieke partijen kunnen vanuit het bestuurspluche nu eenmaal meer bereiken. En wie wil er nu niet wethouder worden? In deze variant gaat het om D66 en CDA met elk twee wethouders, GroenLinks en PvdA die elkaar vasthouden, VVD en de SPM met elk één wethouder. Dat zijn er opgeteld acht. De coalitie heeft dan een meerderheid van 27 tegen 12 stemmen.
Het is de makkelijkste keuze, waarbij omwille van het politieke comfort het politieke proces in Maastricht wordt doodgemaakt. Met zo'n coalitie heeft de oppositie niets in te brengen. Weg tegenmacht. De vergaderingen in de raad worden een verplicht nummertje. Een college met zoveel wethouders is ook niet te verkopen als je zegt dat je doelmatig met je middelen wil omgaan.
Natuurlijk: naar buiten toe roep je om het hardst dat het bestuur van de stad zo complex is, dat je meer wethouders nodig hebt. Je verzint er nog wat taken bij. Regionale samenwerking en zo iets meer.
De burgemeester en acht wethouders: het is simpelweg veel te veel. Ze gaan elkaar voor de voeten lopen, kunnen makkelijk 'duiken'.
4 wethouders
Dat dat ook anders kan, daarvoor gaan we terug naar 2006-2010. Toen runden onder burgemeesterschap van Gerd Leers met name Jacques Costongs en Jean Jacobs (beiden PvdA), Luc Winants (CDA) en Wim Hazeu (GroenLinks) het stadhuis. Costongs vond vier wethouders voldoende. Zijn aanpak werkte. De wethouders waren op elkaar aangewezen, het was een hecht team dat zich overigens wel de naad uit de broek werkte. Je verstoppen als wethouder was er niet bij.
Sterke bestuurders weten natuurlijk ook hoe ze goed zaken moeten delegeren. Hoofd- en bijzaken van elkaar scheiden. Het college kreeg de besluitvorming voor de A2-tunnel en de nieuwe Noorderbrug voor elkaar. In die periode werd de VVD van John Aarts buiten de coalitie gehouden: Costongs liet zich niet leiden door politiek comfort.
Minderheidscoalitie
Maastricht kan zich ook laten inspireren door het Haags experiment van een minderheidskabinet. Als D66, CDA en de combinatie GroenLinks/PvdA elk twee wethouders leveren, kom je uit op zes wethouders. Dat is meer dan voldoende. Het aantal zetels is dan 19 van de 39. Dat zou het college dwingen om voor elk besluiut op zoek te gaan naar een meerderheid in de gemeenteraad. Precies zoals het kabinet in Den Haag dat nu ook moet doen.
Dat voelt misschien politiek niet comfortabel, maar het dwingt het college ertoe de beste besluiten te nemen en daarvoor een meerderheid te zoeken. Je kunt dan zeker rekenen op mooie inhoudelijke debatten in de raad, waarbij alle kleuren van het politieke spectrum hun argumenten kunnen inbrengen. Zo krijg je pas echt een debat, waarvan de besluiten beter worden alvorens ze op een meerderheid zouden kunnen rekenen. Het 'risico' dat je je vooraf niet verzekerd weet van een bijna Noord-Koreaanse meerderheid is beperkt: je hoeft maar een van de twaalf (!) andere partijen te overtuigen of met een van hen iets uit te ruilen. Als dat niet lukt, deugt het besluit waarschijnlijk niet.
Met D66 zouden we deze keer willen zeggen: 'Het kan wél'. Als je maar lef hebt tenminste.

