Inhoudsopgave
Het Openbaar Ministerie Limburg (OM) heeft vandaag 8 jaar cel geëist tegen een 42-jarige verdachte voor de verkrachting van een prostituee uit Maastricht. Op 16 oktober 2024 werd zij in de woning van de verdachte met geweld van haar vrijheid beroofd en verkracht.
Het OM houdt rekening met het feit dat de verdachte in zowel Frankrijk als België al eerder veroordeeld is voor verkrachting en daarvoor in totaal al 10 jaren aan gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen. Daarbij valt op dat de voordeling in Frankrijk eveneens zag op de verkrachting van een sekswerker.
De gewelddadige verkrachting van de Maastrichtse prostituee is volgens het OM voorafgegaan door het bewust misleiden van de vrouw en haar partner omtrent zijn naam en adres. Dit heeft de verdachte gedaan om de uitvoering van de verkrachting makkelijk te maken. De verdachte wist immers dat hij niet in staat zou zijn om de vrouw te betalen voor haar seksuele dienstverlening. Door haar te voorzien van een vals adres kon hij er voor zorgen dat niemand dit plan kon verstoren. Daarom spreekt het OM van een zogenaamde gekwalificeerde opzetverkrachting.
Het slachtoffer heeft gedetailleerd en consistent verklaard en daarom acht de officier van justitie haar verklaring betrouwbaar. Zo verklaarde de vrouw dat de verdachte haar polsen vastbond, een wapen toonde en haar bedreigde met een mes. Ook de verklaringen van de toenmalige partner zijn gedetailleerd en stemmen overeen, terwijl de man en de vrouw die verklaringen niet vooraf op elkaar hebben kunnen afstemmen.
De verdachte verklaart dat er sprake zou zijn geweest van seks tegen betaling, maar met wederzijdse instemming. Die verklaring biedt volgens het OM echter geen uitleg voor de letsels, de noodzaak van het opgeven van een valse naam en adres en de emotionele toestand waarin de vrouw haar vriend opbelde om haar te komen halen.
Officier van justitie op zitting: ”De verdachte heeft op agressieve en dreigende wijze voorzien in de voldoening van zijn eigen seksuele behoeftes. Dat hij daarvoor het slachtoffer met geweld van haar vrijheid moest beroven en moest dreigen met ernstige vormen van geweld heeft hem daar niet van weerhouden. Dit terwijl de vrouw toch al in een extra kwetsbare positie verkeerde. Hoewel het door het slachtoffer opgelopen lichamelijke letsel gelukkig beperkt is gebleven, kan dat niet gezegd worden van het geestelijke letsel. De angsten die zij tijdens haar verblijf in de woning van de verdachte heeft moeten doorstaan, moeten onbeschrijflijk zijn. De verdachte had hier echter lak aan.”
De rechtbank doet over twee weken uitspraak in de zaak.
