Inhoudsopgave
Het Preuvenemint zal dit jaar alle zeilen moeten bijzetten om voldoende, kwalitatieve restaurants te vinden voor het culinaire festijn. De bekende namen Hans van Wolde, Mes Amis en Gastrobar Dock Five zijn er dit jaar niet bij. Vojacek, Noon en Les Trois Seaux twijfelen nog. Horeca-ondernemers zeggen niets of weinig over te houden aan hun deelname omdat de kosten te hoog zijn.
Het Preuvenemint is een van de best bezochte evenementen in Maastricht met meer dan 130.000 bezoekers. Dat zijn op vier dagen, net zoveel bezoekers als 12 Rieu-concerten. Je zou verwachten dat restaurants in de rij staan om een plekje te mogen bemachtigen op het Vrijthof met zoveel bezoekers, maar dat valt in de praktijk tegen. Er klinkt wat gemor bij deelnemers en oud-deelnemers, vooral omdat maar een paar partijen écht profiteren van het Preuvenemint.
Restauranthouders die op het Preuvenemint willen staan moeten alle voorzieningen huren bij de organisatie. Het gaat om zaken als de huur van het paviljoen, af te rekenen per vierkante meter, kassasystemen, koelcellen en brandblussers. Daarnaast betalen de standhouders ook nog eens een bedrag voor de algemene infrastructuur. Van toiletten tot afvalverwerking. Eenmaal op het Preuvenemint zijn de standhouders verplicht om een percentage van hun omzet af te dragen aan ’t organiserende Struyskommitee, terwijl ze tegelijkertijd worden beperkt om omzet te maken. Dat heeft te maken met het feit dat de bierverkoop in centrale handen is van Heineken, die het alleenrecht heeft om op het Preuvenemint Brand bier te verkopen. Standhouders mogen zelf geen bier schenken. Gasten die om een pilsje vragen krijgen dat wel gebracht via de centrale tappunten, maar de standhouder moet dat verrekenen met de organisatie.
Tegenover de hoge deelnamekosten staan risico’s. Valt het weer tegen dan zijn er minder bezoekers en minder omzet. De opstartkosten zijn dan al gemaakt, maar restauranthouders lopen het risico niks over te houden. Dat is de reden dat horeca-ondernemers niet in de rij staan om deel te nemen. Daar komt nog bij dat ze tijdens het Preuvenemint in de meeste gevallen hun eigen zaak vier dagen moeten dichthouden om voldoende personeel te hebben op het Preuvenemint.
De 'winnaars' van het Preuvenemint zijn niet altijd de restauranthouders die het evenement dragen. De partijen die het meest profiteren van het Preuvenemint zijn de Brandbrouwerij en de verhuurbedrijven Boels en Neptunus die de paviljoens, toiletten, verlichting, stroom- en keukenvoorzieningen leveren en verhuren en net als het Struyskommitee niet werken met kortingen. De omzet die horeca-ondernemers afdragen gaat voor een deel naar goede doelen. Afgelopen jaar was dat een bedrag van 150.000 euro.
Het organiserende Struyskommitee zal -misschien nog niet de komende 43ste editie- , maar zeker in de toekomst moeten blijven nadenken over de opzet. Het is al een unicum dat het Preuvenemint in Limburg het enige grote ‘festival’ is waar nog glas gebruikt wordt. Het is ook een van de weinige grote evenementen zonder entree. Het gratis houden van het Preuvenemint zal het Struyskommitee niet snel loslaten, maar aan de andere kant als je bedenkt dat de bierprijs per consumptie richting vier euro gaat is een entreeprijs van 5 euro misschien niet eens een gek idee. Stel dat er 100.000 bezoekers komen, dan kan die 500.000 euro rechtstreeks naar de goede doelen, die profiteren er dan meer van dan nu het geval is.
Het Struyskommitee heeft de optie entree te heffen al vaker intern besproken en de optie ligt ook nu weer op tafel. De optie bespreken is iets anders dan de knoop doorhakken, want het vierdaags culinair festijn wordt door menigeen als te elitair beschouwt. Het gratis toegankelijk houden voor iedereen is voor de organisatie een groot goed, maar andere kant moeten ook de restauranthouders tevreden worden gesteld. Vraag je entree dan kan de verplichte afdracht van de omzet van standhouders worden geschrapt, zodat de deelnemers ook meer overhouden. Dan is iedereen winnaar!
