Inhoudsopgave
Op 24 april wordt jaarlijks (bijna) wereldwijd de Armeense genocide herdacht, de moord op naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs tussen 1915 en 1917 in het Ottomaanse rijk, de voorloper van het huidige Turkije. Ook in Maastricht vond een herdenkingsdienst plaats bij het 2,5 meter hoge Armeense kruis bij de Sint-Servaasbasiliek in het Vagevuur.
Marianne Lubrecht sprak met Vasken Sarkis, bestuurslid van de Armeense kerk in Maastricht, over wat de aanleidingen waren voor de Armeense genocide, en met Deken Dautzenberg van de Sint-Servaasbasiliek over de uit Armenië afkomstige Sint-Servaas en de band tussen de twee kerken.




De Rode Sultan
‘De systematische vervolging van de Armenen in het Ottomaanse rijk begint onder het bewind van sultan Abdul Hamid,’ legt Vasken Sarkis uit. ‘De achtergestelde Armenen willen meer rechten. Dat wordt gezien als een bedreiging van het islamitische karakter van het rijk. De reactie komt tussen 1894 en 1896. Dan vinden de zogenoemde Hamidische bloedbaden plaats, met tussen 80.000 en de 300.000 slachtoffers.’ Sultan Hamid dankt er zijn bijnaam aan: de rode sultan. Deze bloedbaden zijn de voorbode van de Armeense genocide die tussen 1915 en 1917 zal plaatsvinden.
Armeense genocide
De aanleidingen voor de moord op naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs zijn complex en verweven. De teloorgang van de macht van het Ottomaanse rijk, de buitenlandse inmenging, het opkomende Armeense nationalisme en de extreem-nationalistische ideologie van de Jong Turken, het wantrouwen tegen Armeense christenen. Samen leiden ze tot het politieke besluit deze Armeniërs te vernietigen. In de nacht van de 24ste april 1915 wordt de elite van de christelijke Armeense minderheid door de Ottomaanse leiders gearresteerd op beschuldiging van collaboratie met Rusland, met wie het land sinds oktober 1914 in oorlog was. ‘Om de staat te redden’ moeten ze verdwijnen, luidt het oordeel. Deportaties – ‘een noodzakelijk kwaad’ – worden in gang gezet. Een behoorlijk aantal kinderen wordt als oorlogsbuit bij hun ouders weggehaald en door moslimgezinnen ‘geadopteerd’. Veel vrouwen en meisjes worden verkracht. Mannen worden in de meeste gevallen onmiddellijk vermoord. Over het aantal doden bestaat geen eenduidigheid, evenmin als over het aantal Armeense inwoners in het Ottomaanse Rijk. Aannemelijk is dat de directe moord, systematische deportaties, dodenmarsen en uithongering anderhalf miljoen levens hebben geëist.
Het belang van herdenken
‘Armenië heeft onbeschrijflijk veel geleden, en doet dat nog steeds. In economisch opzicht zijn we klein, we worden omringd door agressie. De genocide op ons volk wordt nog steeds niet algemeen erkend, en door sommigen eufemistisch de “Armeense kwestie” genoemd. Zonder erkenning is er geen rouw , en geen heling mogelijk. Daarom is een samenkomst als die van vanavond zo belangrijk. De gemeenschappelijkheid in het herdenken, eer betonen, rouwen zijn onontbeerlijk,’ meent Vasken Sarkis.
‘Wie herinnert zich nog…’
En misschien dient zo’n samenzijn ook als een waarschuwing... Stelde Hitler tijdens een toespraak op 22 augustus 1939, vlak voor de inval in Polen, niet de retorische en cynische vraag: ‘Wer redet heute noch von der Vernichtung der Armenier?’. Niemand, was zijn gedachte, herinnerde zich die uitroeiing nog. De internationale gemeenschap had nauwelijks of niet afdoende gereageerd, en daarmee was een vrijbrief afgegeven voor een continuering.
Erkenning
Vasken Sarkis zwijgt. ‘De Armeense genocide kan beschouwd worden als de opmaat naar de Holocaust. Herdenken, waarschuwen, politieke erkenning, ze zijn zó belangrijk. Ik heb groot respect voor de ChristenUnie, die in 2018 een voorstel indiende om de Armeense genocide te erkennen. De Tweede kamer ging er ten niet in mee, ook het kabinet-Schoof deed dat in 2025 nog niet. Maar de hoop blijft. In 2021 erkende de Amerikaanse president Joe Biden de genocide, in 2025 heeft premier Netanyahu in een live-podcast de Armeense genocide erkent. Dat is een historisch primeur te noemen omdat Israël tot die tijd officieel terughoudend was om de betrekkingen met Turkije niet te schaden. Dat zijn belangrijke stappen.’
William Saroyan
‘Steun en inspiratie,’ zegt Vasken Sarkis, ‘vind ik bij de Armeens-Amerikaanse dichter William Saroyan, die het heeft over de veerkracht van de Armeniërs, “die kleine stam van onbelangrijke mensen”, wier literatuur ongelezen bleef, wier muziek niet langer gehoord werd en hun gebed onbeantwoord. En toch, zegt Saroyan: “Zet twee Armeniërs waar ter wereld bij elkaar, en ze zullen lachen, zingen en bidden. Zet twee Armeniërs bij elkaar en ze creëren een nieuw Armenië.” Dát’ zegt Vasken Sarkis ‘is troost: het besef van de veerkracht van ons volk.’
Sint-Servaas kwam uit Armenië
‘We zijn heel blij,’ zegt Vasken Sarkis, ‘met de hartelijke banden met de Sint-Servaasparochie.’ ‘Die banden hebben een historisch oorsprong,’ meent Dautzenberg. ‘Onze stadspatroon, Sint-Servaas, de eerste bisschop van Maastricht, komt uit Armenië. Dat geeft een onverbrekelijke band tussen de Armeense geloofsgemeenschap en Maastricht.’
Elkaar nabij
‘De Armeense kerk,’ vervolgt Dautzenberg, ‘staat heel dicht bij de katholieke kerk. Allebei lid van de Raad van Kerken. Ik ben als priester te gast bij hun religieuze feesten en andersom is dat eveneens het geval. Zo heeft de Armeense geloofsgemeenschap tijdens de Heiligdomsvaart een prachtige eucharistie gevierd, waarbij ook bisschop Ron van den Hout aanwezig was. Een geweldige uitwerking van het Thema “Wees een Bruggenbouwer”.’
Bloeiende, jonge kerk in Maastricht
‘Armenië,’ zegt Deken Dautzenberg, ‘was al heel vroeg een christelijk land. Armeniërs dragen de christelijke roots van oudsher in zich mee en dat merk je nu ook nog: ze zijn heel gelovig. De Armeense kerk in Maastricht is een bloeiende, jonge gemeenschap. Ik heb graag met ze van doen.’
Overtreffende trap
‘Kan ik daar nog iets aan toevoegen?’ vraagt Vasken Sarkis even later. ‘Kun je nog vermelden dat we niet alleen blij zijn met Deken Dautzenberg. Ik zou een overtreffende trap willen gebruiken: we zijn dol op hem.’





