Inhoudsopgave
OBSERVATIES
Het was een zonnige woensdagmiddag en ik liep door Randwijck. De gemeenteraadsverkiezingen van die dag hadden mij weer eens flink beziggehouden, gedurende weken opgeslokt zelfs, zo hield ik alle campagnes bij. De hoogmis van de democratie was gaande en ik ging ter communie, dit keer - op weg naar een andere afspraak - in ons eigen ziekenhuis.
Iets sacraals had het stemmen altijd wel voor mij, ongeacht waar ik in het verleden mijn stem uitbracht. Voordat ik de drempel van het kieslokaal over ging, haalde ik altijd extra diep adem, net als bij het betreden van een kerk. Mijn stempas was als een offergave; ik zocht er voorafgaande aan mis of dienst naar muntjes al naar om tijdens de collecte vooral niet zonder te zitten, want dan zou ik me doodschamen ten opzichte van eenieder om mij heen. Alsof iedereen keek of luisterde naar wat ik in het mandje gooide. De twintig meter van de drempel naar de tafel met voorzitter en leden van het stembureau voelde ik me ook al zo bekeken, alsof er dan nog - door het lichten van mijn doopceel - zou kunnen worden beoordeeld of ik wel waardig was om te mogen stemmen.
Het stemmen in het MUMC had helemaal níets sacraals. Ik kwam het ziekenhuis binnengelopen aan de zijde van het bedrijvenpark waar het MECC is gevestigd. Met veel goede wil voelde dat nog aan als de romaanse kruisgang van de Servaasbasiliek als die wordt betreden vanaf het Keizer Karelplein. Ik keek naar links, naar het Ronald McDonaldhuis, als ware dat de grameer die sinds 1983 is geplaatst in het Pandhof, oftewel de binnentuin. Voor mij, daar waar de hal met de balustrades van de vele verdiepingen zich aan mij zou openbaren - verwachtte ik overweldigd te worden door de onmetelijke hoogte en de kleurrijke lichtinval, als in mijn kindertijd.
Niets bleek minder waar. Ik struikelde na de schuifdeuren als het ware over de kliko waar de stemformulieren door stemmers in werden gedeponeerd. Daar was het stembureau dus meteen al. Niet in het stiltecentrum of in een andere waardige zaal, maar gewoon in de hal.
Het stemlokaal bleek niet eens een lokaal te zijn maar hooguit een plek. Het kende geen in- of uitgang, het wás er gewoon, en het ziekenhuis functioneerde met al zijn figuranten eromheen. Er werd zelfs gelachen, mensen vonden het léuk om te gaan stemmen, of - beter gezegd - ze hadden plezier met andere stemmers. Ongekend! Althans voor mij.
Ik liep een rondje om bij zinnen te komen. Langs de stemplek, linksaf bij de grote infobalie, weer linksaf, tussen liften en trappen door, en opnieuw linksaf, terug naar de stemplek. Daar had zich inmiddels een rij gevormd. Ik kwam uit het gangetje haaks op de rij en liep daar vol doorheen, overweldigd door het gebrek aan decorum. Maar ik moest dus nog stemmen, dus ik sloot alsnog aan in de onwaarschijnlijke rij, bracht vlot mijn stem uit en verliet het ziekenhuis, op weg naar mijn afspraak.
Een dag na de verkiezingen bedacht ik dat het eigenlijk zo moet zijn: zonder opsmuk en er mag gelachen worden. En dat dankzij Jean-Pierre Geusens, die u kent als professioneel fotograaf voor onder meer De Nieuwe Ster Maastricht.
Jean-Pierre heeft ongetwijfeld een goed oog voor wat mooi en lelijk is - zie zijn vaak prachtige en rake foto’s - maar is verder volledig no-nonsens. Hij geniet ervan om in en om Maastricht van alles vanaf de eerste rij mee te maken zoals hij dat waarschijnlijk tijdens zijn middelbare-schooltijd al deed, met de camera in de aanslag.
Foto-nerd is voor Jean-Pierre een eretitel, maar hij heeft als dúider van het nieuws nog meer te bieden. Hij beschouwt zichzelf als fotojournalist en heeft ook een mening, die hij via de sociale media graag en veel deelt. Ik bekijk het allemaal met plezier. Dat is trouwens ook zo als JP foto’s van zijn vakantie of vastelaovendspekske in wording deelt. Zijn enthousiasme is aanstekelijk en ik kan maar zelden een glimlach onderdrukken.
Daags na de verkiezingen ging het op JP’s tijdlijn over de in Maastricht woonachtige studenten die in groten getale zijn komen stemmen terwijl Sjeng en Marie kennelijk thuisbleven. Daardoor zouden de ‘verkeerde’ partijen hebben gewonnen, zo meenden enkele reaguurders. Eigenlijk zouden studenten geen stemrecht voor de Maastrichtse gemeenteraad moeten hebben, omdat ze geen ‘binding’ met de stad hebben, zo werd zelfs geschreven.
In drie volzinnen maakte JP echter duidelijk dat niemand mag zeuren als bij verkiezingen in Maastricht de studenten getalsmatig veel in de melk te brokkelen hebben omdat de (in mijn woorden) rechtgeaarde Mestreechteneer niet komt opdagen. En een ander schreef onder hetzelfde bericht hoezeer het allerlei groepen gemakkelijk wordt gemaakt te stemmen, bijvoorbeeld door stembureaus in bejaardenhuizen of andere rolstoelvriendelijke plaatsen onder te brengen.
En zo moet het zijn! Weg met alle drempels. Eigenlijk zou niemand enige hinder om te gaan stemmen mogen ondervinden. Stemmen mag iets verhevens hebben, gelet op het grote belang van de democratie, maar iedereen moet kunnen stemmen. Weg dus ook met de overdrevenheid! Gewoon stemmen om de hoek en neem de buren of collega’s mee. En er mag daarbij best gelachen worden. Of niet soms, JP?
Sphinx