Inhoudsopgave
De politiek in Maastricht laat momenteel twee gezichten zien. Dinsdag gaan tijdens een eerste, historisch, duidingsdebat de maskers af. Politiek Maastricht is een Januskop, een hoofd met twee gezichten. Een onbetrouwbaar persoon.
Aan de ene kant is er altijd - 24/7 - het lachende en grijzende gezicht van de winnaar van de verkiezing, Marlou Jenneskens van D66. Dat zijn dadelijk de gezichten van de bekende Nederlanders Pia Dijkstra en Raymond Knops, beiden ook oud-minister. Komende week beginnen ze als formateurs in Maastricht. Dat gezicht was even het gezicht van verkenner Guido Derks, die in twee weken doeltreffend bij partijen ophaalde wat de nieuwe coalitie zou moeten zijn. Nu is er een tweedaagse voor de nieuwe raadsleden om te werken aan elkaar leren kennen, om te werken aan het wij-gevoel. We doen het toch immers allemaal om Maastricht nog mooier te maken. Economisch mooier, sociaal mooier, cultureel mooier, sportief mooier. Mooie plaatjes dus ook van heel veel lachende raadsleden. Alsof het een vriendenclub is.
Tegenover dat 'marketing'-gezicht van de politiek staat de rauwe werkelijkheid. Die rauwe werkelijkheid zal snel leiden tot een veelheid aan escalaties in de politieke arena in het stadhuis. Want de heersende politieke cultuur, die de afgelopen vier jaren al leidde tot een toxische sfeer in de gemeenteraad, wordt niet geadresseerd met een speech van Boudewijn Zenden over presteren onder druk.
Integendeel, van wat we tot nu toe gezien hebben voor en na de verkiezingen, is duidelijk dat de politiek simpelweg niet is veranderd en dat waarschijnlijk ook niet kan.
Marlou Jenneskens speelt keihard het machtsspel. Nadat ze eerst 'de Lange' wethouder Johan Pas van de troon stootte via een interne machtsovername, heeft ze nu al Guiseppe Noteborn in het zand laten happen. De zwarte dame in het kaartspel die koningen laat vallen. D66 had als enige partij een keihard breekpunt: de VVD moest haar speerpunt om statushouders niet langer voorrang te geven bij het toewijzen van woningen laten vallen. Wat Noteborn op eerste verzoek ook deed. Het pluche lonkt.
Noteborn zelf liet zich bij Maastricht Belicht van RTV Maastricht in de kaarten kijken. Waarom dat speerpunt meteen opgegeven? Een deel van het antwoord kwam er onder meer op neer dat als je niet ín de coalitie zit, je helemaal niets kunt bereiken. "You have no cards", zou Trump zeggen. En dat is precies hoe het werkt in Maastricht: keiharde coalitiedwang en coalitiediscipline. Dat is precies wat de oppositie de afgelopen vier jaren zo heeft gefrustreerd. Niet de argumenten tellen, maar het aantal zetels van de coalitie.
Noteborn bewees de politiek sowieso geen goede dienst in het interview. Hij sneerde naar Volt dat die partij uit de coalitie was gestapt in de afgelopen periode. Onbetrouwbaar. Terwijl de werkelijkheid is dat de resterende coalitiepartijen niet een paar weken wilden wachten op een wethouderskandidaat van Volt. Ze gooiden Volt in feite eruit. Dat was een vileine opmerking van Noteborn. Een zelfde sneer maakte Noteborn naar de PVM. Instabiel. Volt en de PVM zullen het de VVD-voorman niet in dank afnemen. De PVM acteerde zwak in de coalitie, maar van enig teamgevoel was ook weinig sprake. Dat is zeker niet wat Boudewijn Zenden heeft proberen te vertellen.
Nee, dan Noteborns handtekening. Als die onder het coalitieakkoord staat, dan staat er ook echt een betrouwbare handtekening. Beloofd is beloofd, zei de liberale voorman op camera. Waarmee duidelijk is dat een belofte om in het pluche te komen kennelijk een ander soort belofte is dan de toezeggingen die hij doet aan de kiezers van de VVD. Die beloftes belanden nu nogal snel in de roej tuut. "Je moet naar het grotere geheel kijken. Ik ga ervan uit dat we andere punten wel binnenhalen." Wie de verhouding in Maastricht kent, weet dat dat wishfull thinking is. Wensdenken.
Ook de keuze voor een brede coalitie (25-14) duidt erop dat de coalitie veilig en comfortabel wil beginnen. Waarbij ze wel voor de buitenwereld zeggen dat ze eerst naar de inhoud kijken, maar waarbij de wethouderskandidaten nu toch al allemaal bekend zijn: Marlou Jenneskens (D66) die onderwijs wil hebben, Jeroen Hoenderkamp (GrL/PRO) die het sociaal domein moet doen. Frans Bastiaens (SPM) die ze er graag bij hebben vanwege zijn deskundigheid, zal stedelijke ontwikkeling gaan doen. Manon Fokke (PvdA/PRO, Interne organisatie, Cultuur?), Hubert Mackus (zeker sport, economie) en Guiseppe Noteborn (Financiën?) voor de rest. Dat zal het wel worden. Oude wijn in nieuwe zakken, dat is het. Positief geformuleerd: we kiezen voor continuïteit.
Saillant is het advies van verkenner Guido Derks: wacht op de uitkomsten van het rapport van Berenschot naar de organisatiecultuur. Het rapport dat antwoord moet geven op de vraag waarom het college niet effectief kon samenwerken met de gemeentesecretaris/directieteam/ambtelijk apparaat. De ambtenarij leverde veel te traag, vindt het college, waarop de gemeentesecretaris zijn biezen kon pakken. Niet een losstaande crisis, maar een opflakkering van een veenbrand die al heel lang ondergronds woedt tussen Markt en Mosae Forum.
Dat advies van Derks is natuurlijk zeer logisch. Het rapport zal analyseren waar het mis is gegaan. Hoe de cultuur is, waar die foute cultuur door gevoed of in stand gehouden wordt, wie de cultuurdragers zijn in de organisatie. En wat het advies is om te veranderen. Het rapport kan ook gaan over de bestuursstijl van burgemeester Wim Hillenaar, die als zachte heelmeester de cultuur tussen raad en college probeert aan te pakken. Het kan ook gaan over het gedrag van bijvoorbeeld wethouder Frans Bastiaens, de zonnekoning. Hij is de informele machthebber in het stadhuis, ook al ontkent hij dat zelf om het hardst. Bastiaens heeft daarbij ook de meest heldere visie op waar het met de stad naartoe moet. Ook al moest zijn SPM twee zetels inleveren (van 5 naar 3) voor de impact die de partij kan maken, maakt dat vervolgens helemaal niets uit. Staat er voor Bastiaens een vervanger klaar? Iemand die met een schone lei zou kunnen beginnen te werken aan nieuwe verhoudingen tussen college en ambtelijke top.
Wat het rapport ook zegt, ook over de samenwerking tussen raad en college, het rapport komt pas in juni uit. Dat is problematisch. Want wachten op dat rapport, het eerst verteren, laten inzinken en bespreken, daar zal de lokale politiek niet het geduld voor kunnen opbrengen. Wachten met een nieuwe coalitie tot juli, augustus of misschien wel september, no way. Dat past niet in de goednieuwsshow van Marlou Jenneskens, dat past niet in het marketingdenken van die partij. "Het kan wél." Ze wil ongetwijfeld zo snel mogelijk met Pia Dijkstra op de foto als ze het rapport van Dijkstra en Knops in ontvangst neemt.
Het is politiek voor de Bühne. De ongetwijfeld waardevolle inzichten die Berenschot op tafel zal leggen, en waarvoor de Maastrichtse belastingbetaler een kapitaal moet aftikken, komen eigenlijk niet meer goed uit. Want wat te doen als in dat rapport bijvoorbeeld wethouder Bastiaens er zo slecht uitkomt, dat die beter de eer aan zichzelf kan houden maar dat niet doet. Dan zal de coalitie de pas benoemde wethouder niet wegsturen. Dan zullen ze genoegen nemen met een verbetertraject en coaching voor Bastiaens. En hoezeer de oppositie dan ook te hoop loopt of misschien wel een motie van wantrouwen of treurnis indient, het is en blijft 25-14. Klaar.
Komende dinsdag is er een duidingsdebat van de verkiezingen. Aangevraagd door de SP en gesteund door zo ongeveer de voltallige oppositie. Het debat werd acuut aangevraagd na de presentatie van de verkenner die duidelijk maakte dat de zes grote partijen weer met 25-14 de stad gaan besturen.
Het debat zal duidelijk maken dat er helemaal niets is veranderd in politiek Maastricht. Een belangrijke vraag is of de zes coalitiepartijen willen wachten op het rapport Berenschot en dat eerst grondig willen bespreken, alvorens te bepalen hoe het nieuwe stadsbestuur eruit moet gaan zien. Het antwoord is overigens al te geven: Maastricht heeft zoveel te doen, daar kunnen we niet op wachten. Hup, hup, we moeten een rijke schooldag voor alle kinderen organiseren.
Je kunt de komende vier jaren al uittekenen. Met 25-14 laten de zes grote partijen ook zien dat ze als het erop aankomt helemaal niets doen met het verzoek van de oppositie om een met een kleine meerderheid te gaan regeren.
Straks ook niet raar opkijken als over vier jaar weer minder mensen naar de stembus gaan. Is dat een cynische voorspelling? Ja.
We spreken elkaar woensdag.





