Inhoudsopgave
Hij werd geboren in Heerlen, groeide op in Alphen aan den Rijn en woont inmiddels alweer bijna veertig jaar in de hoofdstad van Limburg: Maarten van den Berg, de onofficiële stadsdichter van Maastricht. Tot en met 1 maart is zijn expositie Godsvermogen nog te zien bij Bureau Europa aan de Boschstraat.
Op zijn achttiende kwam Maarten (56) terug naar Limburg. “Ik wilde de studie beeldhouwen volgen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht. Ik koos voor Maastricht omdat ik er als kind kwam. Mijn oma woonde er en het was liefde op het eerste gezicht met de stad.” Na het afstuderen moest er geld op de plank komen en dat lukte nog niet met de kunst. Daarom begon Maarten zijn eigen klusbedrijf. “Met alle materiaal in een oude auto ben ik begonnen. Ik had het zo druk dat ik geen tijd meer had voor kunst. Daarom ben ik na vijf jaar klussen als taxichauffeur begonnen. In deze tijd ben ik gestart met het schrijven van poëzie. Op de academie was daar weinig aandacht voor. De passie voor taal zit gewoon in mij en dat moest er een keer uitkomen. Wanneer een beeld ook poëzie bevat, zie je vaak dat het beeld en het gedicht door twee verschillende kunstenaars wordt gemaakt. De beeldhouwer verwerkt dan de poëzie van de dichter in een kunstwerk. Zelden gebeurt dit door een en dezelfde kunstenaar. Ik ben het in ieder geval nog niet tegengekomen. Uiteindelijk is dat mijn handelsmerk geworden.”
De ziel van de stad
Twintig jaar lang reed Maarten met zijn taxi door Maastricht. “Ik reed overdag, maar ook veel in de avonden en ’s nachts. Ik kan wel stellen dat ik hierdoor de ziel van de stad heb leren kennen.” Net als bij zovelen, veranderde corona heel veel in het leven van Maarten. “In twee weken tijd ging het taxiwerk van honderd procent werk naar zeven procent. Ik besloot een eigen atelier te bouwen en klopte aan bij bronsgieter Marco Hornstra van Art & Craft in Vroenhoven. Ik liet hem weten dat ik wel wilde meewerken in de bronsgieterij. Een tijdje later kreeg ik een telefoontje van hem met de vraag wanneer ik kon beginnen. Dat was voor mij ook het moment om de definitieve stap naar het vak van kunstenaar te maken. Ik liet de taxibranche achter me.”
Zijn eerste kunstwerk in brons dat hij samen met Marco Hornstra maakte, was de Holocaust-plaquette aan de muur van de Synagoge in de Capucijnengang. “Ik mocht dit monument maken in opdracht van de Nederlands Israëlitische Hoofdsynagoge Limburg.”

Steenkoolzwarte koffie
“Ik zoek altijd naar de ideale ‘drager’ voor mijn kunst”, zegt Maarten. “Maar mijn voorliefde gaat uit naar brons.” Een tweetal kunstwerken die niet van brons zijn, maar wel heel bekend in Maastricht zijn de Hymne voor een taxichauffeur en Ode aan Sphinxwerkers. De Hymne voor een taxichauffeur maakte hij in opdracht voor de gemeente Maastricht. In blauwsteen hakte Maarten vier dichtregels uit in de stoeprand van de taxistandplaats aan de Markt. Want wij zijn ruiters, wij roken rauwe diesellucht, wij drinken steenkoolzwarte koffie, wij mennen het geweten van de stad.
Twee weken op de knieën
De Ode aan Sphinxwerkers is op de grond te zien bij het Eiffelgebouw. “In Heerlen is bijna alles van de mijnbouw verdwenen en daarmee ook een groot deel van de identiteit van de stad. De directeuren en ingenieurs van de mijnen zijn vertrokken en de arbeiders bleven berooid achter. Gelukkig is dat met het Sphinxgebouw niet gebeurd, maar ik was bang dat je snel vergeet wat daar plaatsvond. Ik wilde een eerbetoon maken aan de werklui van de Sphinxfabrieken die er bijna letterlijk hun leven hebben gegeven. Twee weken heb ik op mijn knieën de tekst uitgehouwen in de betonnen plaat op de grond. Een heel klein beetje heb ik toen het zware werk van de Sphinxwerkers gevoeld. Bijzonder was dat tijdens het werk een 90-jarige man kwam kijken die nog op de Sphinx had gewerkt. Een dag later bracht hij een collega mee en de dagen erna nog meer. Toen het werk klaar was, vroegen ze mij wie de tekst had gemaakt: Herinner mij het naamloos zweet dat hier de werkvloeren koelde. Ze wilden niet geloven dat ik dit geschreven had. Dat was voor mij het mooiste compliment.”

In de Karkol
Ongeloof was er ook bij de Amsterdammers die Maarten een keer vervoerde in zijn taxi. Ze kwamen met regelmaat naar Maastricht en bezochten dan altijd café In de Karkol. “De man vertelde dat hij het gedicht dat In de Karkol de muur siert, had gefotografeerd en groot boven hun bank in de woonkamer had hangen. Toen ik zei dat ik dit gedicht had geschreven, geloofde hij er niets van. Maar weinig mensen weten dat dit gedicht van mij is, het is een werk op zichzelf geworden, dat is toch fantastisch.”
Ode aan de stad
Momenteel is zijn expositie Godsvermogen te zien bij Bureau Europa. Het is pas zijn tweede expositie. “De openbare ruimte heeft toch mijn grote voorliefde”, legt Maarten uit. “Kunst in publieke ruimte is wat mij betreft hoogst haalbare podium. Het is voor iedereen toegankelijk of je nu geld hebt of niet en of je nu kenner bent of niet. Iedereen mag zijn mening vormen, je kunt er, bij wijze van spreken, overheen pissen.” Blikvangerstijdens de expositie zijn het beeld Ode aan de stad. Een amfoor met rondom een gedicht van Maarten. Maar ook de zeepdispenser springt letterlijk in het oog. “Dit beeld heb ik samen met Marco gemaakt. Ik heb er drie jaar voor gespaard en Marco heeft het in beginsel tegen kostprijs gegoten. Daar ben ik hem zeer dankbaar voor. Het beeld is zonder sokkel 3,20 meter hoog. Ik wilde altijd al een meer dan levensgroot beeld maken en dat is gelukt.”

Hoe machtig golven hier de straten, het zwanger koortsen van het plein, niets en alles wil ik laten om in haar zoete schoot te zijn. Het klepperen van de kroegen, zweem van riool op een terras, waar platanen schaduw zwoegen, ik jouw naam in boombast kras, oude muren niets vergeten, de morgens verschaald naar gisteren zweten en het vuur uit elke klinker spat. De rivier stroomt hier, dit is mijn stad.
Ode aan de stad. Maarten van den Berg, 2025

