Inhoudsopgave
Ook Jan Opreij Beatrixkade Beheer B.V. in Maastricht heeft bezwaar gemaakt tegen het vestigen van een voorkeursrecht door de gemeente op het onroerend goed. Met een voorkeursrecht moet het bedrijf bij een eventuele verkoop de gronden en gebouwen eerst te koop aanbieden aan de gemeente tegen een marktconforme prijs.
Als de gemeenteraad tijdens de raadsvergadering op 27 januari a.s. instemt met het door het college gevestigde voorkeursrecht, “verschiet” dit bezwaarschrift van kleur. In dat geval is het op grond van de Omgevingswet aan de gemeenteraad om dit bezwaarschrift te behandelen. De gemeenteraad wil daar nu een commissie voor gaan vormen.
Oprey is niet de enige die bezwaar maakt tegen het vestigen van het voorkeursrecht door de gemeente. Het actieve grondbeleid van de gemeente heeft ook al geleid tot bezwaren van de eigenaar van de voormalige Peugeotgarage Van der Cruijs aan de Via Regia/hoek Porseleinstraat en van eigenaren in het gebied waar het nieuwe Limmel aan de Maas moet komen.
De advocatenkantoren Linssen CS uit Tilburg en BoelsZanders uit Maastricht wijzen op de negatieve gevolgen - zoals de waardedaling van de gronden van hun cliënten - van het vestigen van een voorkeursrecht. Boels Zanders voor Van der Cruijs: "Indien de raad een voorkeursrecht vestigt op de percelen van cliënten, dan leidt dit tot een onevenredige inbreuk op hun eigendomsrecht. Dat heeft immers tot gevolg dat cliënten indien zij de percelen willen verkopen deze als eerste aan de gemeente moeten aanbieden. Zij zijn dus niet meer vrij om zelf te bepalen aan wie zij de percelen verkopen."
Linssen CS Advocaten: "Bij een voorgenomen verkoop is immers maar sprake van één gegadigde, terwijl met een vrije verkoop kan worden verkocht aan de hoogte bieder. Als meerdere bieders elkaar moeten beconcurreren, dan ligt de prijs natuurlijk hoger."

