Inhoudsopgave
De gemeenteraad wil zichzelf jaarlijks twee miljoen euro geven. Voor elke fractie, nu zestien (!), 100.000 euro plus 0,1 fte per raadslid. Het idee is dat de raad zo beter haar controlerende taak kan uitvoeren. Dat is een misvatting: als de raad haar controlerende taak serieus wil nemen, vergt dat om te beginnen en andere houding. En als dat niet voldoende is, zijn er veel goedkopere tussenoplossingen te bedenken om de positie van de raad te versterken.
OPINIE
Twee miljoen per jaar is een sloot geld. Het gaat richting het spelersbudget van MVV. Die club heeft een totale begroting van een stukje over de vier miljoen euro. Dat om het even in perspectief te plaatsen.
De gedachte van de raad is dat elke fractie een ondersteuner in dienst kan nemen (60%), dat er geld is voor huurkosten (20%) en dat er geld is om expertise in te huren (20%). Op verzoek van de Liberale Partij Maastricht wordt nog gekeken of met die percentages geschoven kan worden. Het is overigens de bedoeling de ondersteuners in dienst te nemen van de stichtingen die de politieke partij huisvesten. Die ondersteuners zouden dan bij voorkeur via payroll verloond moeten worden. Dat is een flexibele maar ook een dure oplossing.
Natuurlijk is het lekker als je als fractie iemand in dienst kunt nemen die veel administratieve rompslomp uit handen kan nemen. Idealiter iemand die zaken kan uitzoeken, die raadsvragen kan voorbereiden. Dat kan de werkdruk zeker bij kleine fracties waarbij het echt op een handvol mensen aankomt verlichten.
Maar deze oplossing raakt de kern niet. Met twee miljoen euro per jaar koop je geen controle. De controlerende taak serieus nemen vergt om te beginnen een andere mindset. Ooit was dualisme het grote toverwoord. De gemeenteraad aan de ene kant, het college van burgemeester en wethouders aan de andere kant. Nieuw in het dualisme was vooral dat wethouders ook niet meer meestemden in de gemeenteraad. In het begin van het dualisme werd er bij diverse partijen zelfs nog gexperimenteerd met fractievergaderingen waarbij de eigen wethouder niet meer aanwezig mocht zijn.
In de praktijk is het dualisme, dat bedoeld was om te komen tot wat meer dynamische verhoudingen in de raad, eigenlijk dood en begraven. In Maastricht is Gabriëlle Heine van het CDA een van de weinige raadsleden die het college en ook de eigen wethouder Hubert Mackus wel eens het vuur aan de schenen legde. Een enkele keer gebeurde dat ook bij D66. De fractie, met name Thomas Gardien, kon het de eigen wethouder Johan Pas wel eens lastig maken in het onderwijsdossier.
Maar door de bank genomen is het eens in de vier jaar gesloten coalitie-akkoord in Maastricht leidend en heilig. Bij de onderhandelingen daarover achter gesloten deuren, is het geven en nemen. Punten binnenhalen en inleveren. En vervolgens houdt elke coalitie-partij zich strikt aan dat akkoord. Zaken die lopende de rit naar voren komen, worden de avond voor de raadsvergadering afgestemd in het coalitie-overleg, waarbij zowel aan de zijde van het college als van de raadsfracties de besluitvorming in de raad al wordt bepaald. De rijen worden gesloten.
Het is die praktijk waarmee de meerderheid van de gemeenteraad haar controlerende taak welbewust inlevert. Het college heeft in het politieke bedrijf in Maastricht de dominante rol. Wethouders als Frans Bastiaens en Manon Fokke hebben de machtigste stem in respectievelijk de Senioren Stadspartij Maastricht en in de PvdA.
Hoe fanatiek de oppositie in en buiten de raad ook haar best doet, de meerderheid van de raad laat zich simpelweg niet door een debat op een ander standpunt brengen. Stephanie Blom van de SP constateerde de laatste raadsvergadering al dat in de afgelopen vier jaar niet één raadsvoorstel is weggestemd.
Een controlerende houding vergt ook de bereidheid om in het geval zaken blijven misgaan door te pakken. Anders wordt controleren synoniem voor gedogen. In Maastricht speelt dat. Er lag een duidelijke oekaze van de raad aan het college van burgemeester en wethouders om in het geval van politiek gevoelige subsidies de raad vooraf mee te nemen, niet achteraf. Die boodschap is in Maastricht diverse malen in de wind geslagen, de laatste keer met de veelbesproken Kerststal van de KRO/NCRV die uit het niets een ton kreeg toegeschoven. De raad is daarmee erg ongelukkig, maar pakt niet door. De raad accepteert en gedoogt.
De komende vier jaar zal bijvoorbeeld moeten blijken of het welstands- en monumentenbeleid soepeler wordt uitgevoerd, zoals de raad wil. Of dat in de praktijk de ambtenaren van Cultureel Erfgoed en de Welstandscommissie wel 'ja' zeggen, maar 'nee' blijven doen. Als hier niet strikt op gecontroleerd en zonodig gesanctioneerd wordt, verandert er hemelaal niets. Dan is de raad een tandeloze tijger.
Het zijn dergelijke dossiers (subsidieverstrekking, welstandsbeleid) die de raad moet opvolgen. De raad zal ook moeten kijken wat de uitkomsten zijn van het nog te beginnen grote onafhankelijke onderzoek naar de samenwerking en de onderlinge bestuurlijke verhoudingen tussen college van burgemeester en wethouders en ambtelijke top/ambtenarij.
De raad heeft tools genoeg om haar controlerende taak ut te voeren. Dat gaat van het stellen van raadsvragen tot en met het houden van een raadsenquête, het allerzwaarste onderzoeksmiddel. De raad heeft ook de beschikking over de Rekenkamer Maastricht, die aan de raad adviseert. Als die Rekenkamer goed wordt ingezet én de rapporten op waarde worden geschat, is dat een machtige bondgenoot als het gaat om de controlerende taak van de raad. Nu gebeurt het simpelweg te vaak dat de Rekenkamer signaleert, maar er weinig verandert.
Een ander dossier laat mooi zien waar de raad behoefte aan heeft. Dat is het dossier Intratuin, waarbij wethouder John Aarts de stadsadvocaat en bureaus als BRO op afroep stukken en rapporten laat schrijven om zijn stelling te bewijzen door aan te tonen hoe gevaarlijk het is om Intratuin uitbreiding van de horeca toe te staan. De raad kan daar niets tegenover stellen: er is geen budget om zelf een onderzoek te laten doen. Los van het feit dat de coalitie ook hier het collegebeleid wil volgen.
Elke fractie een betaalde eenpitter erbij geven, gaat geen zoden aan de dijk zetten. Als de raad haar controlerende taak serieuzer wil oppakken, is het zaak om meer als gezamenlijke raad op te treden. Dan is het veel logischer om als raad een aantal onderzoekers in dienst te nemen die zaken uitzoeken. Om een gezamenlijk budget te hebben om ook een keer een expert aan het werk te zetten. Vanuit het adagium 'wie betaalt, bepaalt' is het goed om van ambtelijke adviezen en of adviezen van de stadsadvocaat een keer een second opinion te kunnen vragen.
Zo'n raadsbreed onderzoeksteam, zo'n raadsbreed budget kan er ook voor zorgen dat de raad daar in gezamenlijkheid in optreedt en ook als één opdrachtgever achter bevindingen gaat staan. Dan gaat het dualisme weer meer leven in Maastricht.
En waar raadsleden te veel tijd kwijt zijn aan partijpolitieke administratie of rompslomp, kijk of je daar gezamenlijk een oplossing voor kunt vinden. Kan de administratie niet gezamenlijk uitbesteed worden? Zo'n administratie is ook niet partijpolitiek gevoelig. Iemand moet de bonnetjes juist administreren.
Als na 18 maart het volgende coalitieakkoord wordt gesloten en de coalitiepartijen hun eigen dwangbuis weer aantrekken, dan is twee miljoen euro per jaar weggegooid geld. Heel veel weggegooid geld zelfs. Daar is Bram Nab van Forum voor Democratie het alvast mee eens: "Wij zijn ook fel tegenstander van dit voorstel. Dit gaat om ongelooflijk veel geld, geld dat beter besteed kan worden. Onacceptabel bovendien dat men dit er nog even doorheen probeert te drukken, twee weken voor de verkiezingen."
Het is veel verstandiger beleid om met andere middelen te experimenteren. En kijk ook eens naar het onlangs geopperde idee om niet 's avonds maar vrijdag overdag de politieke vergaderingen te houden. Op vrijdag werkt toch al bijna niemand meer.