Balk-gate nu op een protestzeil. De regels zijn wat versoepeld, maar de praktijk is weerbarstig.
Inhoudsopgave
De Nieuwe Ster volgt sinds een aantal maanden de openbare bijeenkomsten van de Welstands- en Monumentencommissie (WMC). En ook al eerder schreven we vaker over 'Welstand', denk aan Balkgate, aan Stopverfgate. We schreven over het meten met twee maten door 'Welstand', verdedigd als 'een maatwerkoplossing'.
Wie alleen al de koppen van alle 24 verhalen onder deze opinie leest, ziet dat er iets grondig mis is in Maastricht. In de stad is de frustratie die over Welstand naar buiten komt al groot. En dan te bedenken dat veel eigenaren van monumenten, architecten en ondernemers zwijgen uit angst. Geregeld hebben ze de redactie van De Nieuwe Ster wel anoniem gezegd wat er aan de hand is. Maar alleen onder de voorwaarde dat we niet herleidbaar publiceren: want in Maastricht heb je het 'stadhuis' uiteindelijk toch weer nodig. Informatie die we krijgen als achtergrondinformatie, om te begrijpen hoe het gaat.
Wie alle verhalen leest, kan de lijnen uiteindelijk verbinden. De gemeenteraad heeft het monumenten- en welstandsbeleid vastgesteld. Welstand - de onafhankelijke WMC - toetst aan de Welstandsnota en geeft uiteindelijk een advies aan het college van burgemeester en wethouders. Dat advies is zwaarwegend, maar het is een advies. Het college kan er gemotiveerd van afwijken. In de vergadering van de WMC geeft ook altijd de afdeling Cultureel Erfgoed zijn advies over hoe het beste de monumentale waarde te behouden. En met die afdeling heeft ook de ambtenarij een machtspositie. Zeker in de tweede monumentenstad van het land, waarvan menigeen in het stadhuis denkt dat het succes van die historische stad te danken is aan ambtenaren en politiek bestuur. Cultureel Erfgoed kan in voorkomende gevallen ook nog het advies inroepen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dubbel genaaid houdt beter.
Wat opvalt is dat er heel veel open normen in al die regels zijn. Normen die per individueel geval ingevuld moeten worden. En als de architecten die in WMC zitten een plan bespreken, komt het dan ook geregeld voor dat de leden tegenstrijdige visies hebben. 'Welstand: Een potpourri van meningen', schreven we al eerder. Ook gerenommeerde architecten die de plannen voor hun opdrachtgevers indienen, worden met het grootste gemak teruggestuurd naar de tekentafel. "Kan het gebouw niet een kwartslag gedraaid worden?"
Ook de afdeling Cultureel Erfgoed is een machtige speler. De topambtenaar van die afdeling kijkt vrijwel uitsluitend door de bril van behoud. Hij wil het liefst alles wat er staat gewoon intact laten. Hij ligt bijvoorbeeld in Balkgate op ramkoers met de initiatiefnemer die boven een winkel vier appartementen wil realiseren. Het is meestribbelen, vertragen. Bij een logische constructie die wordt voorgesteld om vloeren op ijzeren balken te leggen hebben de monumentale balken geen draagfunctie meer. Ze worden dan meteen betiteld als "decorstukken" die geen monumentale waarde meer hebben. Ook al komen juist door die moderne constructie de balken ín het zicht te liggen, in plaats van verstopt te raken achter stucwerk. Het is exemplarisch voor hoe het gaat. Niet meedenken, maar de initiatiefnemer weer een nieuwe aanvraag laten indienen.
Het college wijkt niet graag af van het advies van WMC, behalve natuurlijk als dat beter uitkomt. Een enkele keer levert WMC zelf 'maatwerk': dat is de term als afgeweken wordt van de geldende regels. Maatwerk geldt vaak voor gebouwen waar de gemeente een belang bij heeft. Witte kubussen op het Dinghuis? Maatwerk! Tientallen vierkante meters led-reclame op de hoeken van het MECC? Maatwerk.
En als het college al jaren optrekt met Camille Oostwegel en zijn architect Francine Houben, dan zijn de adviezen van Welstand niet meer heilig. Dan begrijpt het college dat Oostwegel al kapitalen geïnvesteerd heeft in de plannenmakerij. Dan is er kennelijk een natuurlijke verbintenis ontstaan om samen tot een goed einde te komen. Terecht overigens. Dan wordt een advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gepasseerd over het aanbrengen van een futuristische luchtbrug tussen het Kruisheren. Dan wegen de economische belangen zwaarder en wordt de luchtbrug politiek "een spannende toevoeging" genoemd. Dan is een advies ineens ook wat het is: een advies. Geen bindend besluit, want dat neemt het college.
De raad heeft er, vooral naar aanleiding van Balkgate wat aan proberen te doen. Er moet een soepeler monumentenbeleid komen. Belangen als het aanpakken van woningnood, verduurzaming van gebouwen en ook het mogelijk maken van economische activiteiten in gebouwen, zouden meegewogen moeten worden.
De praktijk is een stuk weerbarstiger. Want ook al die belangen zijn vatbaar voor ruime interpretaties. Ze zijn ook moeilijk in een beslisschema te vangen. Kijk even naar Balkgate. Vier appartementen hadden er al lang kunnen zijn, maar de discussie gaat over een afgezaagde balk die onzichtbaar was, over "decorstukken". Het belang van woningnood, het belang dat er ook geld verdiend moet kunnen worden om zo'n monumentaal pand in stand te houden, dat legt het af tegen behoud van de monumentale waarde. Een waarde die verdedigd wordt met de bestaande trajecten om vergunningen af te geven. Trajecten die - als de ambtenaren willen traineren - als dikke stroop door een hele smalle trechter gaan.
Follow the money, is het adagium als je wil weten hoe de hazen lopen. Wie het geld heeft, trekt uiteindelijk aan de touwtjes. In Maastricht geldt dat zeer beperkt: hier worden meestal de initiatiefnemers die geld willen investeren in de houdgreep genomen. Uitzondering is een combinatie als hotelier Oostwegel/architect Houben. Die krijgt de luchtbrug wel erdoor. Dat was een 'gewone' particulier zeker niet gelukt.
In Maastricht ligt de macht vast in beleid, in nota's, in regeltjes met veel open normen. Of iets voldoet aan de redelijke eisen die je daar vanuit welstand aan kunt stellen zegt het eigenlijk al: het is voor een deel een kwestie van smaak. En smaken verschillen. En belangrijker, WMC toetst die regels ook nog eens naar eigen inzicht: de architecten van WMC zijn daarmee echt een stuk gelijker dan hun collega-architecten die voor particuliere opdrachtgevers werken.
Tegen het advies van WMC kun je ook niet in beroep gaan. Het is een advies. Voor een ander oordeel ben je als initiatiefnemer aangewezen op een wethouder met wat meer gevoel voor financiën en ondernemen. Een wethouder die adviezen naast zich neer durft te leggen. Maar ja, als er dadelijk weer een frisse nieuwe wethouder plaatsneemt op het pluche, moet je wel sterk in je schoenen staan om het op te nemen tegen de onafhankelijke experts in de WMC, tegen de veteranen van de afdeling Cultureel Erfgoed.
De regels zijn wellicht op papier al wat versoepeld, de praktijk is weerbarstig. Vanuit het stadhuis wordt de schuld voor het vastlopen van trajecten keihard bij de initiatiefnemers gelegd. Bij ondernemers als Tom Schilderman, Didier Gilissen en de familie Wagemans. Dat leidt soms tot verbeten rechtszaken. Ook daar heeft de gemeente een dubbel voordeel. Rechters toetsen afstandelijk: dat wil zeggen dat de gemeente niet het beste besluit hoeft te nemen, maar dat elk besluit door de beugel kan, zolang het maar goed gemotiveerd is. En het andere voordeel is dat bij de gemeente de facturen van de advocaat betaald worden door de gemeente. U en ik. Dat is lang vol te houden. Daar slaapt geen ambtenaar slechter van.