Inhoudsopgave
Zanger Jef Verheijde, wie kent hem niet? In oktober 2025 vierde Jef, die ooit bekend werd als de zingende kapper, zijn vijfentwintigjarig artiestenjubileum. In het verleden vertelde Jef mij eens dat hij nieuwsgierig is naar de geschiedenis van zijn familie. Die nieuwsgierigheid kan ik volkomen begrijpen.
Stamboomonderzoek is voor mij al vele decennia een ware verslaving. Het leven van je voorouders heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan wie je bent en waar je woont. Gebeurtenissen in al die levens, maar ook beslissingen die je voorouders maakten, werken door tot op de dag van vandaag. Een betovergrootvader van Jef Verheijde werd in 1807 geboren in Nijmegen, destijds een onderdeel van het Koninkrijk Holland. Over dit koninkrijk zwaaide koning Lodewijk Napoleon als marionet van zijn broer keizer Napoleon I de scepter. Hoe kwam de familie Verheijde terecht in Maastricht? We maken een tijdreis naar de negentiende eeuw. Stap je mee in de teletijdmachine?

Pieke Potloed
Laurent Hubertus Verheijde, de opa van Jef, kwam op 14 juni 1875 ter wereld in de Platielstraat. Het toenmalige huisnummer was 2820, tegenwoordig is dat nummer 18. Het is de locatie van Artisto Men’s Fashion. Vijf maanden voor de geboorte waren de ouders van Laurent Hubertus naar dit adres verhuisd. Ongetwijfeld huurden ze slechts één ruimte in dit huis voor het gehele gezin. Daarvoor hadden ze op de Kleine Gracht gewoond. Joannes Antonius Hubertus Verheijde, de vader van Laurent Hubertus, was werkzaam in de tabaksindustrie. De moeder van Laurent Hubertus, Anna Elisabeth Severijns, was de tweede echtgenote van zijn vader. Zij was geboortig van Rotem, tegenwoordig een dorp in de Belgische gemeente Dilsen-Stokkem. Fanie Marie Jeanne Elias, de eerste echtgenote van Joannes Antonius Hubertus Verheijde, was op 20 juli 1867 overleden op tweeëndertigjarige leeftijd.

Twee weken voor de vijfde verjaardag van Laurent Hubertus Verheijde, de opa van Jef, verhuisde het gezin naar het adres Sporenstraat 2848. Toen in 1888 in Maastricht de hernummering van huisnummers plaatsvond, werd dit adres bekend als Sporenstraat 5. Hier is de bekende bistro Pieke Potloed te vinden. In 1885, Laurent Hubertus was toen tien jaar oud, werd de Sporenstraat weer verlaten en vond de verhuizing naar de Kleine Gracht plaats.

Een buitenechtelijk kind
Toen Joannes Antonius Hubertus Verheijde, de overgrootvader van Jef, op 14 juni 1834 werd geboren in de Mariastraat, waren zijn ouders Antonius Verheijde en Maria Gertrudis Franssen niet getrouwd. Antonius woonde bij zijn moeder Maria Anna Crollaer, weduwe van Cornelis Verheijde, en was werkzaam bij een mutsenmaker. Joannes Bernardus Franssen, de vader van Maria Gertrudis Franssen, was ook reeds overleden. Maria Gertrudis, die linnennaaister was, woonde samen met haar moeder Maria Agnes Olfers in de Mariastraat. Ondanks dat Antonius en Maria Gertrudis niet gehuwd waren, werd de kleine Joannes Antonius Hubertus wel gelijk erkend door zijn vader. Het zou nog ruim drie jaar duren voordat zijn ouders trouwden. Op 5 oktober 1837 trouwden zij in het stadhuis van Maastricht. Bij dit huwelijk werd Joannes Antonius Hubertus Verheijde gewettigd.

Een belastingambtenaar
Vier jaar voordat Antonius Verheijde, de betovergrootvader van Jef, de eerste keer vader werd, overleed zijn vader Cornelis Verheijde. Op 4 juni 1830 blies Cornelis zijn laatste adem uit. Bijna drie maanden later, op 25 augustus, ontstonden in Brussel rellen die het begin markeren van de Belgische Revolutie. Volgens zijn overlijdensakte was Cornelis negenenvijftig jaar oud en was hij geboren in Gorinchem (Zuid-Holland). Als zijn leeftijd klopt, dan zou hij dus in of omstreeks 1771 zijn geboren. Helaas worden zijn ouders niet vermeld in de akte. Wel werd iets anders interessants vermeld, namelijk dat hij “Gepensioeneerd toeziende commies der plaatselijke belastingen” was geweest. Een commies was een administratieve ambtenaar.
Hoewel Cornelis Verheijde dus een ‘Hollander’ was, was zijn echtgenote Maria Anna Crollaer een ‘meidske vaan Mestreech’. Zij was een dochter van Martinus Crollaer, die ook Crolla en Crollart werd genoemd, en Johanna Gregoire. Op enig moment is Maria Anna in Nijmegen verzeild geraakt, waar zij op 11 november 1804 trouwde met Cornelis Verheijde. Volgens de huwelijksinschrijving woonden de bruidegom en de bruid op dat moment allebei in Nijmegen. Maria Anna Crollaer was toen al hoogzwanger, want op 1 december 1804, bijna drie weken na het huwelijk, werd het eerste kind gedoopt in Nijmegen. Antonius Verheijde, de betovergrootvader van Jef, was het tweede kind uit dit huwelijk. Hij ontving op 2 juni 1807 het doopsel in Nijmegen. In die tijd werden kinderen uiterlijk een dag na de geboorte gedoopt. Vaak zelfs nog diezelfde dag. Zuigelingensterfte lag volop op de loer. Men deed er dus alles aan om te voorkomen dat pasgeboren kinderen ongedoopt zouden overlijden.

De verhuizing naar Maastricht
In 1811 woonde het gezin Verheijde-Crollaer in Maastricht, want op 16 december 1811 werd daar een kind geboren. Het was een zoontje dat de naam Willem kreeg. Vader Cornelis Verheijde werd in de geboorteakte aangeduid als een dagloner. Zijn carrière bij de lokale belastingdienst moest blijkbaar nog beginnen. Ten tijde van de geboorte van Willem was Maastricht een onderdeel van het Franse Keizerrijk van Napoleon I. Op 20 maart 1811, bijna negen maanden voordat Willem werd geboren, beviel in Parijs Marie-Louise van Oostenrijk, de echtgenote van Napoleon, van een zoon die de naam Napoleon ontving. Het Koninkrijk Holland, waar Antonius Verheijde in 1807 was geboren, werd overigens in 1810 ontbonden door Napoleon. Zijn broer Lodewijk Napoleon had laten blijken geen goede marionet van zijn broer te zijn. Het resterende grondgebied van het huidige Nederland werd toegevoegd aan het Franse Keizerrijk.
De kleine Willem Verheijde, het jongere broertje van de betovergrootvader van Jef, zou overigens slechts acht maanden oud worden. Maria Anna Crollaer overleefde haar echtgenoot Cornelis Verheijde nog meer dan vijftien jaar. Zij sloot op 15 januari 1846 voor eeuwig haar ogen. Haar overlijdensakte onthult waar ze toen woonde, namelijk in het Sint-Gillishospitaal in de Hoogbrugstraat in Wyck, dat bestemd was om bewoond te worden door oude alleenstaande vrouwen.

Een verre verwantschap
Dat Maastricht uiteindelijk ‘e dörp’ is, blijkt wel uit het feit dat ik tussen Jef en mij een verre verwantschap vond. Niet via zijn vader, maar via zijn moeder Maria Hubertina Tillie, die op 12 oktober 1922 op de Lanakerweg in Oud-Caberg ter wereld kwam als dochter van de landbouwer Jacobus Hubertus Tillie en diens echtgenote Maria Elisabeth Martens. Haar ouders trouwden in 1910 in Geulle, de geboorteplaats van de bruid. Omdat mijn overgrootvader Léon Vrancken in 1875 in Geulle is geboren, wekken families uit Geulle altijd mijn interesse. Via zijn oma Maria Elisabeth Martens blijkt Jef, net zoals ik via mijn overgrootvader Léon Vrancken, een nakomeling te zijn van het echtpaar Magiel Dolders en Maria Catharina Roox. Magiel was klompenmaker in Geulle en overleed daar in 1820. Zijn echtgenote Maria Catharina overleed in Geulle in 1831. Jef stamt af van hun dochter Maria Ida Dolders (1792-1859), die trouwde met Michiel Janssen, terwijl ik een nakomeling ben van hun dochter Catharina Elisabeth Dolders (1784-1863), die met Joannes Henricus Penders in het huwelijk trad.
Een leuk feitje is dat Maria Catharina Roox, de gezamenlijke voormoeder van Jef en mij, in Maastricht werd geboren. Haar ouders Pieter Roox en Barbara Heppers waren zelf allebei geboortig van Geulle, maar hebben tijdelijk in Maastricht gewoond. Barbara Heppers woonde al in 1745 in Maastricht, mogelijk als dienstmeid. Op 9 mei van dat jaar zat zij aan tafel met de Maastrichtse notaris Adam Matthias Ruijters. Zij ondertekende op die dag een akte waarin ze haar aandeel in de erfenis van haar overleden ouders Daem Heppers en Catharina Engelen verkocht aan haar in Geulle woonachtige broer Coen Heppers. Veel hedendaagse Maastrichtenaren stammen overigens zonder dat ze het weten af van Barbara Heppers. Welkom bij de familie!
