Inhoudsopgave
Eerste Kerstdag berichtte De Nieuwe Ster dat een dag eerder het faillissement van Kaffee ’t Haantje was uitgesproken. Dit café aan de Markt 72 kent een lange geschiedenis. In 1930 was de negenendertigjarige Lambertus Mawhin de kastelein van Het Haantje. Op 27 oktober van dat jaar meldde Lambertus zich samen met de vijfenveertigjarige schrijnwerker Hubertus Eijmael in het stadhuis bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. De heren kwamen aangifte doen van het overlijden in de afgelopen nacht van de tweeënzeventigjarige Susanna Kuijpers. Susanna was de weduwe van Victor Timmermans en had ruim zesentwintig jaar lang boven Het Haantje gewoond. Hoe was Susanna daar terecht gekomen? In mijn eerste verhaal van 2026 reizen we helemaal terug naar het jaar 1897.

Het begon allemaal in De Zwaan
Op 22 en 29 mei van dat jaar 1897 liet de hiervoor genoemde Victor Timmermans een advertentie plaatsen in het Dagblad van Maastricht. Victor was op dat moment negenendertig jaar oud en kondigde aan dat hij een café, genaamd Het Haantje, had geopend. “Voor uitstekende dranken, als in zijn vorig café, is gezorgd”, zo is in de advertentie te lezen. Dat vorig café van Victor lag op de hoek van de Markt en de Nieuwstraat, waar tegenwoordig Café de Zwaan te vinden is (nummer 68).

Victor was opgegroeid in het pand van het huidige Café de Zwaan, maar hij werd er niet geboren. Op 22 april 1858 was hij ter wereld gekomen op het adres Markt 65, waar nu de KFC is gevestigd. Zijn vader Joannes Henricus Hubertus Timmermans was landmeter van beroep, terwijl zijn moeder Maria Ida Hubertina Claessens een winkel dreef in dat pand Markt 65. In 1834 had de moederlijke grootvader van Victor, de Sint Pieterse bierbrouwer Pieter Gillis Claessens, dit huis gekocht voor 5.040 gulden. Het stond toen bekend onder de naam Hof van Spanje.
Toen de ouders van Victor in 1839 trouwden, was zijn moeder met haar ouders woonachtig op het adres Markt 65. Zijn vader trok bij zijn kersverse echtgenote en schoonouders in. De ouders van Maria Ida Hubertina Claessens verhuisden vervolgens definitief terug naar hun huis met brouwerij op de Blekerij op Sint Pieter.

Een “goed beklant café”
Nadat Maria Ida Hubertina Claessens op het adres Markt 65 aan tien kinderen het leven had geschonken, kochten zij en haar man Joannes Henricus Hubertus Timmermans, het hiervoor genoemde huis aan de Markt 68, gelegen op de hoek met de Nieuwstraat. Hier begon Maria Ida Hubertina Claessens een herberg. Zij werd zowel herbergierster als koffiehuishoudster genoemd. Op 28 oktober 1870 overleed de vader van Victor op vijfenvijftigjarige leeftijd aan de gevolgen van maagkanker en tuberculose. Victor was toen pas twaalf jaar oud. Uiteindelijk zouden de kinderen Timmermans in de loop der jaren één voor één het ouderlijk huis verlaten. Alleen Victor en zijn vijf jaar oudere zus Constance zouden tot het overlijden van hun moeder thuis blijven wonen.
De weduwe Timmermans overleed op 13 september 1894 op vijfenzeventigjarige leeftijd aan de gevolgen van hartfalen. Zij was toen nog steeds als koffiehuishoudster woonachtig op het adres Markt 68. Op 29 december, ruim drie maanden na het overlijden, liet notaris Alphonsus Emile Josephus Hubertus Herfst, woonachtig in de Bogaardenstraat 43, een advertentie plaatsen in deLimburger Koerier. In deze advertentie kondigde de notaris aan dat hij op verzoek van de kinderen Timmermans op 24 januari 1895 zou overgaan tot een vrijwillige openbare verkoop van het pand Markt 68. De zitting zou in het pand zelf worden gehouden. In de advertentie is te lezen dat het ging om een huis “waarin sinds lange jaren een steeds goed beklant café is gevestigd”. Uiteindelijk werd het pand voor een bedrag van 20.700 gulden verkocht aan de in de Wycker Grachtstraat 19 woonachtige distillateur Egidius Hubertus Meijers.

Een maagzweer werd Constance fataal
Waarschijnlijk werd het pand Markt 68 na de verkoop verhuurd door de nieuwe eigenaar aan Victor en zijn zus Constance. Volgens het Maastrichtse bevolkingsregister bleven zij er namelijk wonen. Het cafébedrijf van hun moeder werd dus voortgezet. Pas op 31 augustus 1897 werden Victor en Constance overgeschreven naar het adres Markt 72 (Het Haantje). Een maagzweer zou Constance fataal worden. Op 22 oktober 1903 blies zij haar laatste adem uit, slechts vijftig jaar oud. Zij woonde toen nog boven Het Haantje. Op dat moment zal Victor gedacht hebben dat hij niet alleen wilde blijven na het overlijden van zijn zus. Ruim een half jaar later trouwde hij namelijk op zesenveertigjarige leeftijd met de even oude, in Vlissingen geboren, Susanna Kuijpers.

De hersenberoerte van Victor
Het huwelijk van Victor en Susanna zou duren tot 2 februari 1918. Op die dag bezweek Victor aan de gevolgen van een hersenberoerte. Susanna bleef alleen achter in Het Haantje. Wanneer de aan het begin van dit verhaal genoemde Lambertus Mawhin Het Haantje overnam van Susanna Kuijpers heb ik niet kunnen ontdekken, maar dat zal in ieder geval ergens tussen 1919 en 1925 zijn geweest. Op 22 november 1919 werd in het Advertentieblad voor Limburg namelijk nog door de weduwe Timmermans reclame gemaakt voor het feit dat bij haar bier van Marres verkrijgbaar was. En vanaf 1925 verschenen advertenties van Lambertus Mawhin. De nieuwe kastelein ging er niet wonen met zijn gezin, want zoals we hiervoor konden lezen, bleef Susanna na de overname boven het café wonen. Pas na haar overlijden in 1930, toen de woning boven het café vrijkwam, zal de kasteleinsfamilie Mawhin er zijn gaan wonen.
