Doorgaan naar artikel

De weduwe van notaris Kicken schenkt vergiffenis

Een met ChatGPT gemaakte afbeelding van het drama dat zich in 1757 in Scharn afspeelde.

Inhoudsopgave

Op 29 mei 1757 vond in de kerk van Heer de uitvaart plaats van een zekere Christianus Kicken. In het begraafregister noteerde de pastoor van Heer de Latijnse woorden “in templo”, wat betekende dat de overledene een graf in de kerk had gekregen. Een dergelijke begrafenis was kostbaar.

Dat Christianus Kicken in de kerk werd begraven, wijst er dan ook op dat hij afkomstig was uit een familie met voldoende middelen om dit te kunnen bekostigen. De begraafinschrijving vermeldt verder niets over de omstandigheden waaronder Christianus Kicken aan zijn einde was gekomen. Toch zouden die omstandigheden de moeite waard zijn geweest om op te tekenen. Christianus kwam namelijk onder dramatische omstandigheden om het leven. Het waren omstandigheden die nog jarenlang hun schaduw zouden werpen over de familie Kicken.

Notaris Gudi komt op bezoek
Een akte van de Maastrichtse notaris Adam Matthias Gudi, opgemaakt op 1 mei 1760, onthult niet alleen wie de in 1757 overleden Christianus Kicken was, maar brengt ook de dramatische omstandigheden van zijn overlijden aan het licht. Op die eerste mei van het jaar 1760 bevond notaris Gudi zich in Scharn, waar de familie Kicken woonde. Hij was daar uitgenodigd om een “acte van versoeninge” op te maken. Aan tafel zaten Ida Thijssen, weduwe van Christiaen Kicken, die keizerlijk notaris in Scharn was geweest, en haar zoon Joannes Wilhelmus Kicken. Ook Johan Baptist van Gulpen, de schoonzoon van Ida Thijssen, was aanwezig, evenals zijn echtgenote Petronella Kicken, de dochter van Ida.

Een “fatael en droevig ongeluck”
Ida Thijssen en haar zoon Joannes Wilhelms Kicken verklaarden dat drie jaar eerder hun schoonzoon en schoonbroer Johan Baptist van Gulpen het “fatael en droevig ongeluck” had gehad om in “eene ongewoonelijcke dronckenschappe” hun zoon en broer Christiaen Damiaen Maximiliaen Kicken door een schot met een vuurwapen dusdanig te verwonden “dat hij eenigen tijd daer naer het tijdelijk met het eeuwig heeft moeten verwisselen”. Johan Baptist van Gulpen had dus in een dronken bui zijn zwager dodelijk verwond. Dit moet een zeer dramatische gebeurtenis zijn geweest die veel indruk gemaakt zal hebben binnen de kleine dorpsgemeenschap van Scharn.

Detail van een Franse kaart van Maastricht en omgeving tijdens het beleg van 1748. De uitsnede toont onder meer “Channe”, dit is Scharn. Beeld: Gallica

Ida en haar zoon vertelden notaris Gudi dat Johan Baptist zowel voor als na het noodlottige ongeval altijd een goed gedrag had vertoond. Nadat Johan Baptist zijn roes had uitgeslapen, en hij gehoord had wat er was gebeurd, was hij overmand geraakt door emoties. Zowel persoonlijk als via brieven had hij drie jaar lang zijn schoonmoeder en de rest van de familie om vergiffenis gevraagd. Tot nu toe was die vergiffenis hem niet geschonken. Ida wilde daar nu een einde aan maken.

De weduwe Kicken schenkt vergiffenis
Ida Thijssen verzocht notaris Gudi om in de akte vast te leggen dat zij had besloten om haar schoonzoon “van nu tot in der Eewigheijd te pardonneren”. Zij schonk hem dus vergiffenis. Zij beloofde dat het “vergotene bloed” nooit meer een reden zou kunnen zijn om de dood van haar zoon te wreken. Uit de akte blijkt dat Johan Baptist door het gerecht was veroordeeld tot een eeuwige verbanning. Dit had grote ellende veroorzaakt voor het gezin van haar dochter Petronella Kicken. Ida kon dit niet meer aanzien. Haar schoonzoon, haar dochter en hun nakomelingen mocht nooit meer de dood van haar zoon verweten worden. Ida sprak van “quade en onbekwame opstookers” die ervoor gezorgd hadden dat haar schoonzoon en dochter “in groote elenden en miserien” hebben moeten leven. Nu moest daar eindelijk eens een einde aan gaan komen.

Johan Baptist van Gulpen komt aan het woord
Nadat Ida Thijssen haar zegje had gedaan, liet notaris Gudi Johan Baptist van Gulpen aan het woord. Aan zijn schoonmoeder en alle andere leden van de familie Kicken vroeg hij nogmaals “uijt het binnenste sijns herte met tranen van leetweesen” om vergiffenis voor de stommiteit die hij had begaan door in een dronken bui zijn zwager dodelijk te verwonden. Hij sprak zijn grote dankbaarheid uit voor het feit dat de familie Kicken niet langer het “vergotene bloed” wilde wreken. Of en hoe de hiervoor genoemde eeuwige verbanning daarmee kwam te vervallen, heb ik niet kunnen ontdekken.

Was het werkelijk een onbaatzuchtige goedheid van Ida Thijssen om haar schoonzoon te vergeven? Opmerkelijk genoeg was notaris Gudi een dag later weer aanwezig bij de familie Kicken in Scharn. Meerdere akten werden toen ondertekend door Johan Baptist van Gulpen en Petronella Kicken die in het voordeel waren van de familie Kicken. Zo werd in één van die akten vermeld dat Ida Thijssen, de weduwe van de keizerlijke notaris Kicken, niet meer in staat was “om haeren cost te gewinnen”. Om die reden leenden Johan Baptist en Petronella geld aan haar. Ook sloten Johan Baptist en Petronella een pachtovereenkomst met Joannes Wilhelmus Kicken, de eerdergenoemde broer van Petronella.

De ‘zoen’ van Sint Pieter
De verzoening tussen Johan Baptist van Gulpen en zijn schoonfamilie kwam voort uit het oude middeleeuwse gebruik van een zogenaamde ‘zoen’. Een ‘zoen’ is een compromis met als doel de vete tussen partijen te beëindigen om wraak te voorkomen. Het zogenaamde wraakrecht gold nog aan het eind van de middeleeuwen en werd na doodslag hier en daar oogluikend toegestaan. Of dit wraakrecht anno 1760 in Scharn nog gangbaar was, is gezien het sterk ontwikkelde centrale gezag, niet waarschijnlijk. De zoenovereenkomst bestond vaak uit een geldboete, te betalen aan de familie van het slachtoffer. Hoewel in de akte van notaris Gudi niet wordt gesproken over een geldboete, blijkt uit de akten die een dag later werden opgemaakt wel degelijk van een (indirecte) financiële vergoeding aan de familie Kicken.

Een dergelijk ‘zoenverdrag’ kwam ook in 1622 in de kleine dorpsgemeenschap van Sint Pieter tot stand. Aert junior, de twaalfjarige zoon van Aert van den Biessen senior, liep in de lente van 1622 naar huis. Onderweg kwam hij langs het huis van zijn tante Oda van den Biessen en oom Thomas Thuijs. Hij wil even gedag zeggen, maar trof enkel zijn zeer beschonken oom Thomas aan, die in de nabijgelegen herberg ruzie had gekregen. Die ruzie was behoorlijk opgelopen en eenmaal thuis pakte Thomas in beschonken toestand zijn musket en begon daarmee te zwaaien alsof hij in een schijngevecht terecht was gekomen. Op dat moment kwam zijn twaalfjarige neefje Aert binnen en werd een dodelijk schot gelost. Thomas Thuijs en zijn zwager Aert van den Biessen, de vader van het dodelijke slachtoffer, besloten een ‘zoen’ aan te gaan. Notaris Lambertus Natalis legde op 14 juni 1622 de afspraken vast. Thomas moest aanzienlijk boeten. Hij moest namelijk niet alleen de begrafeniskosten betalen, maar ook was hij verplicht een boete van 150 gulden aan zijn zwager te betalen. In die tijd was dat een aanzienlijk bedrag.

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden