Inhoudsopgave
Vorige week bracht ik een bezoek aan het Limburgs Museum in Venlo. Het was het voorlaatste weekend dat de expositie Bourgondiërs in Limburg bezocht kon worden. De hertogen van Bourgondië oefenden in de vijftiende eeuw de macht uit in onder meer het gebied dat we tegenwoordig Limburg noemen. Tijdens mijn bezoek werd ik omringd door karakteristieke muziek, prachtige objecten en intrigerende verhalen die mij deden onderdompelen in de late middeleeuwen. Hoofdrolspelers in de prachtige expositie zijn drie generaties Bourgondische heersers, namelijk Filips de Goede, zijn zoon Karel de Stoute en zijn kleindochter Maria de Rijke. Tijdens mijn bezoek werd mijn aandacht getrokken door iets bijzonders. Het was een schilderij op een paneel met de intrigerende titel Tweevoudige Gerechtigheid. Achter dit paneel, dat ook bekend staat als het Gerechtigheidspaneel, gaat een boeiende geschiedenis schuil. We reizen vandaag terug naar het laatste kwart van de vijftiende eeuw.

Het Maastricht Museum
Nadat ik mij eindeloos vergaapt had aan het paneel, bleef de voorstelling in mijn hoofd hangen. Bij thuiskomst besloot ik mij verder te verdiepen in de achtergrond van dit bijzondere werk, dat eigendom is van de Gemeente Maastricht. Op de website van het Maastricht Museum las ik dat het paneel vanaf dinsdag 10 februari aanstaande daar te bewonderen zal zijn. Volgens het Maastricht Museum is het “een meesterwerk vol symboliek over werk en macht in Maastricht”. Verder meldt het Maastricht Museum: “Bovenaan zie je het Laatste Oordeel: Christus als rechter op een gouden regenboog, omringd door engelen die de doden wekken. Daaronder een rechtszitting: een rijke en een arme man staan tegenover elkaar, terwijl een duivel de rechters probeert om te kopen. De aartsengel Michaël wijst streng naar de hel - een duidelijke waarschuwing voor wie zich laat verleiden.”
Het Maastrichtse Gerechtigheidspaneel schijnt één van de oudste voorstellingen van een rechtszitting in West-Europa te zijn, hetgeen het paneel bijzonder maakt. Ook is op het paneel één van de oudste stadsgezichten van Maastricht afgebeeld. Mogelijk dat dit stadsgezicht pas ruim een eeuw na de oorspronkelijke vervaardiging van het paneel is toegevoegd. Wie maakte de schildering op het paneel, en waarom werd het besteld door de opdrachtgever?

De Raadkamer van Bourgondië
In 2018 verscheen in de serie Werken uitgegeven door Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap een bundel opstellen, aangeboden aan prof. dr. Louis Berkvens. Twintig jaar lang bekleedde Louis Berkvens de door het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG) ingestelde leerstoel Rechtsgeschiedenis der Limburgse Territoria aan de Universiteit Maastricht. De bundel (met de titel Ten definitieven recht doende … Louis Berkvens Amicorum) werd aangeboden bij zijn afscheid. Eén van de opstellen in de bundel gaat over het Maastrichtse Gerechtigheidspaneel. Het is geschreven door Georges Martyn, met medewerking van Vanessa Paumen.
Al lezende in het opstel van Georges Martyn ontdekte ik dat het Gerechtigheidspaneel verbonden is met de in 1473 opgerichte Raadkamer van Bourgondië. Dit instituut, dat ook wel de Raidcamer van Tricht werd genoemd, was het hoogste rechterlijke en bestuurlijke orgaan van de oostelijke Bourgondische Nederlanden. Ik citeer uit het opstel van Georges Martyn: “De bestuurlijke en gerechtelijke bevoegdheid van de instelling strekte zich uit over het hertogdom Limburg, Overmaas, Luik en Loon, enkel bestuursrechtelijk zelfs ook over het graafschap Namen. Karel de Stoute wilde zijn nieuwe gebieden, samen met zijn erflanden, centraliseren en de Raadkamer speelde op dit vlak een rol. Onder meer fiscale betwistingen en alles waarbij de belangen van de vorst betrokken waren, behoorden tot zijn competentie. De Raadkamer was een aanslag op de bevoegdheden van de lokale instellingen, onder meer het Maastrichtse Hoog- en Laaggerecht.”

Een Bourgondische marionet
Waarom werd die Raadkamer van Bourgondië gevestigd in Maastricht? Vanaf 1430 zwaaide hertog Filips de Goede, de vader van Karel de Stoute, de scepter over het hertogdom Brabant. Omdat de hertogen van Brabant heer van Maastricht waren, waren de Bourgondische hertogen dus ook vanaf dat jaar 1430 heer van Maastricht. De andere heer van het tweeherige Maastricht was de prins-bisschop van Luik. Sinds 1466 zat op de Luikse bisschopstroon een familielid van de Bourgondiërs, Lodewijk van Bourbon. Omdat Lodewijk van Bourbon een Bourgondische marionet was, oefende Filips de Goede, en na hem zijn zoon Karel de Stoute, indirect de feitelijke macht uit over het prinsbisdom Luik. Op die manier oefenden de hertogen van Bourgondië dus de dubbele Brabantse en Luikse macht uit in Maastricht.
De Raadkamer van Bourgondië werd ingesteld door Guy de Brimeu, heer van Humbercourt en graaf van Megen. Karel de Stoute had aan hem vergaande bevoegdheden verleend over de Maasstreek. Op belangrijke posten plaatste Guy de Brimeu functionarissen van Bourgondische origine, maar in de Raadkamer van Bourgondië liet hij ook mensen uit de streek toe, zij het vooral Franstaligen, zo las ik in het opstel van Georges Martyn.

Een Maastrichtse schilder
Het Gerechtigheidspaneel wordt toegeschreven aan de in Maastricht werkzame schilder Jan van Brussel, die in 1475 de opdracht kreeg om de schildering te maken voor de Raadkamer van Bourgondië. Dergelijke schilderingen, voorstellende een Laatste Oordeel, werden zowel voor rechtbanken met hoge als lage justitierechten besteld. De bestelling van het paneel was onderdeel van een grotere onderneming om de gedingzaal van de Raadkamer van Bourgondië aan te kleden. Zo werden rode en groene lakens aangekocht om rondom te hangen.
De Raadkamer van Bourgondië was in Maastricht erg gehaat omdat de zelfstandigheid van de stad werd aangetast. Toen Karel de Stoute op 5 januari 1477 tijdens de Slag bij Nancy sneuvelde, brak een opstand uit. Ook Maastricht nam deel aan de opstand tegen het Bourgondische gezag, en probeerde leden van de Raadkamer van Bourgondië aan te houden en hun eigendommen in beslag te nemen. Op één na wisten alle leden echter te ontsnappen. Benoît de Pardieu, die belastinginner van de Raadkamer was, kon wel gearresteerd worden. Hij werd wegens schending van de Maastrichtse stadsprivileges onthoofd. De Raadkamer werd in datzelfde jaar 1477 afgeschaft, waarna de stedelijke en gewestelijke instellingen hun taken weer konden hervatten.

Waar was de Raadkamer van Bourgondië gevestigd?
Waar was die Raadkamer van Bourgondië gevestigd? Als die vraag beantwoord kan worden, dan zou ook bekend zijn waar het Gerechtigheidspaneel hing tijdens het bestaan van de Raadkamer. In 2024 verscheen Stoute schoenen. In de voetsporen van de Bourgondiërs, een boek waarin de Vlaamse auteur Bart Van Loo een tijdreis onderneemt naar het decor van de Bourgondiërs. Aan dit boek is ook een website gekoppeld. Op die website stelt Van Loo zichzelf de vraag waar die “belangrijke raadkamer” nu precies gevestigd was in Maastricht. Volgens Van Loo zijn er drie kanshebbers. Hij schrijft: “Het Dinghuis gelegen aan de Kleine Staat is wellicht de beste kandidaat omdat hier sowieso het hooggerecht van de tweeherige stad was gevestigd. Het pand uit ca. 1470 staat nog steeds overeind, al kreeg het een neoclassicistisch fronton; de monumentale zijgevel rappelleert nog het meest aan het Bourgondische tijdperk. De instelling zou ook kunnen zijn ondergebracht in de huidige Sint-Servaaskapel, de vroegere kapittelzaal, gebouwd in het derde kwart van de vijftiende eeuw, en die je nog altijd terugvindt in de prachtige kruisgang van de Sint-Servaasbasiliek. Tot slot is ook het Brabants Gouvernement (later Spaans Gouvernement genoemd) aan het Vrijthof een mogelijke kandidaat, in ieder geval was dit de plek waar Karel de Stoute verbleef als hij de stad aandeed; hij zou alles opgeteld drie weken in Maastricht zijn. Ook zijn nazaten keizer Karel en Filips II zouden hier meermaals overnachten.”
Ik kan niet wachten om het Gerechtigheidspaneel opnieuw te bewonderen zodra dit in het Maastricht Museum hangt. Ik kan er eindeloos naar kijken. Wellicht komen we elkaar tegen in het museum.
