Inhoudsopgave
Het komt zelden tot nooit voor in de sport: op 78-jarige leeftijd nog een Nederlands record in handen hebben. Het is het geval bij Maastrichtenaar Peter Geelen. In 1972 sprong hij over 2.10 meter in het Duitse Eschweiler. Hij sprong dit met de straddle-techniek, ook wel de buikrol over de lat genoemd.
Een jaar later sprong Ruud Wielart over 2.13 meter, maar wel via een nieuwe techniek: de Fosbury Flop. Dan spring je rugwaarts over de lat. Met deze nieuwe techniek sprongen de atleten plotseling veel hoger. Hierdoor zou de 2.10 meter van Peter voor altijd in de boeken blijven staan als Nederlands record met de straddle-techniek. Later sprong Peter ook nog 2.11 meter, maar dat was toen al geen Nederlands record meer. In totaal werd Peter zes keer Nederlands kampioen. Tegenwoordig ligt het Nederlands record op 2.30 meter en is in handen van Wilbert Pennings.
Van hardloper naar hoogspringer
Peter begon op 14-jarige leeftijd met atletiek bij Kimbria. “Dat deed ik op advies van mijn onderwijzer op de lagere school, Servee Wijsen. In 1960 was hij de eerste Nederlandse atleet die de grens van vier meter met de polsstok bedwong. Destijds waren dat nog stalen stokken. Tijdens zijn carrière werd Wijsen negen keer Nederlands kampioen. Toen ik me bij Kimbria meldde dacht ik dat ik hardloper zou worden omdat ik vond dat ik snel was. Echter bij mijn eerste wedstrijd werd ik meteen laatste. Mede daardoor ben ik gaan hoogspringen.”

Kratje appelsap
Zijn eerste sprong als junior ging over 1.43 meter. Dat was over een touwtje en je viel toen nog in het zand en niet op een luchtkussen. “Dat waren andere tijden. Maar de sport heeft me wel gevormd en gemaakt tot wie ik ben. Ik kwam uit een arbeidersgezin. Mijn moeder wilde de atletiekschoenen wel betalen, maar dan moest ik minimaal vier jaar lid van Kimbria (tegenwoordig Atletiek Maastricht, red.) blijven.” Uiteindelijk is Peter tot op de dag van vandaag lid van de club gebleven. Hij is zelfs erelid. “Dankzij de sport heb ik door heel Europa mogen reizen en zelfs aan de Koninkrijksspelen in Suriname in 1966 en in Utrecht in 1968 mogen meedoen. Hoogtepunt was mijn deelname aan de militaire Wereldkampioenschappen in het Franse Poitiers. In die tijd zaten we met zes atleten van Kimbria in de nationale ploeg. Op zaterdag ging ik eerst naar de mis in de Koepelkerk en erna gelijk met de trein naar Leiden voor de centrale training van de nationale hoogspringploeg. Ik deed dit allemaal naast mijn werk in de grafische industrie. Het was topsport, maar dan als amateur. Met een beetje geluk kreeg je een krat appelsap na een overwinning. In Duitsland verdiende ik ooit 300 Duitse Mark tijdens een wedstrijd. Na afloop heb ik die gedeeld met mijn chauffeur. Aan de andere kant heb ik ook voor een diner mogen aanschuiven bij de Surinaamse premier Pengel en werd daar met alle egards ontvangen.”

Te veel aanbod
Waar in de tijd van Peter zes leden van Kimbria in de nationale ploeg zaten, is het volgens hem tegenwoordig mager gesteld met Maastrichtse topsporters. “Er is te veel aanbod voor de kinderen. Als het even niet leuk is, gaan ze iets anders doen. In mijn tijd trainden we alleen al vijf keer per week en bleven we de club trouw. Er was een enorme discipline, we waren een vriendengroep. Dat zie je vandaag de dag niet meer, met als gevolg dat je weinig tot geen echte topsporters meer hebt binnen de Maastrichtse verenigingen.”
Zelf is hij nog steeds sportief. Een keer per week is hij in het zwembad te vinden en een keer per week doet hij aan fitness onder begeleiding. “Er zijn er die meedoen aan het WK boven 70 jaar, maar daar moet ik niet aan denken. Als ik nu voor een hoogte van 2.10 meter sta, denk ik hoe ben ik daar ooit overheen gekomen. Ik vind het jammer dat ik nooit de Olympische Spelen heb gehaald. Maar om heel eerlijk te zijn, had ik daar geen potten kunnen breken, ondanks mijn Nederlands record. Ik kreeg destijds wel tips om naar de apotheek in België te gaan. Die hadden wel middeltjes waar je de Spelen wel mee kon halen. Maar daar ben ik nooit op ingegaan.”

Maar één schoen
Wie goed naar de foto’s uit de oude doos kijkt, ziet dat Peter altijd maar met één schoen sprong. “Dat klopt”, zegt de voormalig atleet. “Aan het been dat als eerste omhoog werd gegooid om over de lat te komen, trok ik nooit een schoen aan. Hierdoor had ik voor mijn gevoel minder weerstand aan dat been.”
Dankbaar
In 1980 nam Peter tijdens de Nederlands kampioenschappen in Sittard afscheid van de wedstrijdsport. De tijd die hierdoor vrijkwam, werd gebruikt voor het geven van trainingen en verschillende bestuursfuncties, bij Kimbria, het Henric van Veldeke (voorloper van MosaLira) en de vakbond FNV. Van 2002 tot 2018 zat hij in de Maastrichtse gemeenteraad namens het CDA en is hij al 27 jaar lid van het broederschap van Sint Servaas. Vorig jaar heeft Peter na 12 jaar afscheid genomen van het Dekenaal Bestuur Maastricht-Meerssen. Ook verzorgt hij nog steeds het Dekenaal Nieuws, inmiddels voor de 29ste keer. “Ik ben dankbaar dat ik al deze fijne dingen heb mogen doen voor de stad en de maatschappij. Belangrijk vind ik ook dat ik dit allemaal heb kunnen doen dankzij de steun van mijn vrouw Marianne, met wie ik inmiddels 54 jaar getrouwd ben.”
