Inhoudsopgave
De 100.000 euro die de gemeente Maastricht heeft bijgelegd aan de inmiddels omstreden uitzending 'De kerststal van Nederland', blijkt al in mei vorig jaar door wethouder Bastiaens ingebracht tijdens een rondvraag in de collegevergadering.
Direct na de vergadering, om 13:34 uur, bevestigde Bastiaens via een WhatsApp-berichtje aan de Toneelgroep Maastricht: "De gemeente is bereid de 100.000 euro te dragen mits het tot uitvoering komt (natuurlijk)."
Reconstructie van een zeer opmerkelijk subsidietraject op basis van stukken die boven water kwamen dankzij een beroep op de Wet Open Overheid. De Nieuwe Ster kreeg het dossier toegespeeld. De wethouder: "Alles afwegende zie ik dat dit dossier spanning oproept tussen bestuurlijke ambitie, juridische zorgvuldigheid en politieke gevoeligheid. Dat vraagt om reflectie, en die neem ik serieus."

Op het moment in mei 2025 dat bovenstaande chat werd gewisseld, was er nog geen formele subsidie-aanvraag ingediend. Die zou pas helemaal aan het eind van het jaar volgen. Op dat moment in mei had het Team Subsidies nog geen advies uitgebracht. Ze hadden toen waarschijnlijk niet eens gehoord van de plannen.
De subsidie-aanvraag werd formeel pas op 25 november ingediend, zoals blijkt uit onderstaande stuk. "Het lijkt me niet dat we meer chaos moeten creëren", schrijft een ambtenaar ook nog in dit stuk.

Het traject tussen de toezegging in mei en de uiteindelijke subsidieaanvraag in november krijgt iets weg van een hink-stap-sprong in een mijnenveld.
Het Team Subsidies was in de aanloop naar de subsidiebeschikking niet de enige afdeling binnen de gemeente met nog veel vragen. Ook de gemeentesecretaris kwam bijna vraagtekens tekort op zijn toetsenbord. In twee alinea's stelt hij acht vragen.

De stukken die dankzij het Wet Open Overheid-verzoek boven water gekomen zijn, laten een constante rode draad zien. Wat hier allemaal gebeurt, dat kan eigenlijk niet op deze manier. "Deze aanvraag voldoet eigenlijk niet aan de eisen en voorwaarden behorend bij een incidentele projectsubsidie op basis van de Algmene Subsidieverordening."

Zo gaat het ook als vervolgens financiële dekking gezocht wordt voor die 100.000 euro. De afdeling Economie en Cultuur zegt dat de dekking gehaald mag worden uit de post 'Onvoorzien'.

Maar zo gemakkelijk gaat dat blijkbaar niet. Het budget 'Onvoorzien' bestaat helaas niet. Waarna wat alternatieve ideeën geopperd worden. Maar die voldoen eigenlijk ook niet, zo lezen we. "Er is natuurlijk nog wel het reserve evenementen maar daar zit nog 'maar' ... in en dat geld is nodig voor de kleinere evenementen in 2026."

Wat Maastricht vanaf de zomer extra parten speelde was een uitspraak van de Raad van State in de zomer over 'schaarse subsidies'. In het geval van de kerststal kwam die uitspraak erop neer dat de gemeente ook anderen dan de KRO/NCRV in de gelegenheid had moeten stellen om met die subsidie zo'n kerstprogramma te maken. Gedacht werd bijvoorbeeld concreet aan RTL. Maar daar was de gemeente te laat mee: "Conform de huidige jurisprudentie zouden we moeten publiceren en dan een termijn van 8 weken respecteren. Echter deze termijn is niet haalbaar. Indien we de subsidie verstrekken maken we dus een vormfout."

In dit stuk (hierboven) wordt een uitweg gevonden om niet de ene na de andere vormfout te gaan maken. "Sterker lijkt het mij om aan te geven dit evenement willen en dat we verregaande toezeggingen hebben gedaan richting organisatie (in de tijd voordat de uitspraak er was). En dat we weten dat het toekennen niet voldoet aan de jurisprudentie maar dat we vanuit het principe betrouwbare overheid ervoor kiezen deze subsidie wel toe te kennen."
Het is een lijn die een kwartier later ook gevolgd wordt door het Team Subsidies. "Gezien de verregaande toezeggingen lijkt het mij uitlegbaar waarom je in dit geval kiest voor subsidieverlening (en het doorgaan van de kerststal) zonder publicatie."

Terwijl de ambtenaren nadenken hoe de subsidie te verantwoorden, ligt er eind september overigens nog steeds geen aanvraag van de Toneelgroep Maastricht. Een ambtenaar: "Nu we intern aan de slag zijn met het voorstel ivm de gevraagde middelen voor het project kerststal van Nederland bereikt mij het enigszins alarmerende bericht dat er nog geen vergunningsaanvraag ligt voor dit evenement vanuit jullie."

De aanvraag zelf laat overigens nog langer lang op zich wachten. Zo lang, dat ze ook aan de zijde van KRO/NCRV, ongeduldig en een tikkeltje nerveus worden, zo blijkt uit een mail aan de Toneelgroep Maastricht. "Vandaag over zes weken moet de live uitzending plaats vinden en je zult begrijpen dat we zonder financiële zekerheid van beide co-financiers geen grote beslissingen kunnen nemen van financiële aard, waardoor de voorbereidingen stil dreigen te vallen."
Die co-financiers, dat zijn de gemeente en ook de provincie Limburg, die ook 100.000 euro wil bijdragen, zo blijkt uit de stukken. In de provincie is daar overigens nooit ophef over ontstaan.

De Toneelgroep Maastricht reageert nu wel binnen een week:

Op de aanvraag van de Toneelgroep Maastricht zelf komt er ook nog midscheepse kritiek. Is de aanvraag per ongeluk verkeerd ingevuld of is die om een andere reden niet juist?, is de vraag die boven komt drijven. Het gaat om de zogenoemde de-minimis-verklaring.
Een de-minimisverklaring is een document waarmee een ondernemer bij een subsidieaanvraag aantoont hoeveel overheidssteun (zoals subsidies, leningen of garanties) in de afgelopen drie belastingjaren is ontvangen. Hiermee controleert de overheid of het totaalbedrag onder de Europese drempel van 300.000 euro blijft, waardoor de steun geen oneerlijke concurrentie vormt en is toegestaan.
Wat is in de stukken van de gemeente te lezen over de aanvraag voor de Kerststal?
"Er is een de-minimsverklaring afgegeven door de aanvrager. Hierop is echter aangegeven géén deminimis steun te hebben ontvangen in de afgelopen twee jaar: de historie in het subsidieportaal geeft echter een geheel ander beeld weer. Er is namelijk in de laatste twee jaar door de gemeente alleen al voor meer dan 300.000 euro subsidie verleend aan de aanvrager. Deze aanvraag heeft sowieso niet gelopen volgens de voorschriften van de Algemene Subsidie Verordening omdat het besluit tot verlening in het College van B en W was genomen alvorens er een officiële aanvraag was ingediend. Daarom deze de-minimissteun niet vermelden in de beschikking."
Het advies is kennelijk: wat niet weet, wat niet deert.

Het hele dossier staat bol van het haastig zoeken naar uitwegen om de subsidie te kunnen verantwoorden en verlenen terwijl de eigen subsidieregels, jurisprudentie en bijvoorbeeld termijnen in de Mediawet in de weg zitten.



Op enig moment wordt de haast zo groot, dat ambtenaren AI inzetten om op raadsvragen van enkele politieke partijen te antwoorden. "Als AI vragen kan maken, kan AI ook vragen beantwoorden."

AI alleen blijkt niet voldoende om de antwoorden te completeren. Wat sowieso opvalt in het hele dossier is de enorme ambtelijke inzet die ingezet wordt om de kerststal te faciliteren.

Wethouder Frans Bastiaens reageert desgevraagd uitgebreid op de gang van zaken rond de ton voor de kerststal.
Ik begrijp dat dit dossier vragen oproept, juist omdat het om een incidentele subsidie gaat in een periode waarin we als college extra alert zijn op zorgvuldigheid en transparantie.
De beslissing om een bijdrage te leveren aan De Kerststal was een collegiale afweging van het college. De vraag van Toneelgroep Maastricht is in het voorjaar bij mij binnengekomen en door mij in het college besproken. Het college heeft toen uitgesproken dit initiatief inhoudelijk te willen ondersteunen. Dat is geen individuele toezegging geweest, maar een bestuurlijke keuze van het college als geheel.
De formele subsidieverlening heeft vervolgens plaatsgevonden via een afzonderlijk besluit, op basis van een aanvraag en juridische toetsing.
Tegelijkertijd kijk ik ook kritisch naar het proces. Het traject heeft door het zomerreces en de uitspraak van de Raad van State die het juridisch kader rond schaarse subsidies verder heeft verduidelijkt, langer stilgelegen dan wenselijk was. De formele afhandeling vond daardoor later in het jaar plaats en kwam onder tijdsdruk te staan.
Dat heeft geleid tot extra inspanning binnen de organisatie en tot interne discussie over de juiste route. Die discussie is terecht gevoerd; kritische advisering hoort bij een zorgvuldige besluitvorming. Terugkijkend had het proces strakker gekund.
Uiteindelijk is beoordeeld dat hier sprake was van een eenmalige, unieke productie met een landelijke omroep en een specifieke culturele partner, en niet van een reguliere verdeling van structurele of schaarse subsidiemiddelen. Op basis daarvan is besloten het traject voort te zetten en de eerder uitgesproken bereidheid tot steun gestand te doen. Daarbij is ook het beginsel van de betrouwbare overheid meegewogen: als een overheid een duidelijke bestuurlijke intentie uitspreekt, moet zij daar zorgvuldig en consistent mee omgaan.
De vergelijking met de Nederlandse Dansdagen begrijp ik, maar het betreft een andere situatie. Bij de NDD ging het om het verschuiven van middelen binnen een bestaand begrotingsdeelgebied, wat politiek veel discussie opriep. Bij de Kerststal ging het om een externe, incidentele subsidieaanvraag. Er is geen bestaand structureel budget verschoven of verdrongen, maar een afzonderlijke aanvraag beoordeeld en toegekend binnen de bevoegdheid van het college. Dat is bestuurlijk en financieel een andere situatie dan bij de NDD. Dat onderscheid is ook in de beantwoording van de schriftelijke vragen toegelicht. Dat neemt niet weg dat de gevoeligheid rond eerdere discussies maakt dat dit besluit extra kritisch wordt bekeken – en dat is op zichzelf terecht.
Over de rol van collega’s kan ik helder zijn: dit is collegiaal besproken en besloten. Verschillende portefeuillehouders, waaronder die met subsidies in portefeuille, zijn daarbij betrokken geweest. Collegebesluiten zijn gezamenlijke besluiten.
Wat betreft de financiële dekking: die is conform de geldende begrotingsregels via een collegebesluit geregeld. De raad is daarover geïnformeerd via de gebruikelijke rapportages. Dat er in de ambtelijke voorbereiding verschillende opties zijn verkend, is gebruikelijk bij incidentele uitgaven.
De subsidie wordt, zoals gebruikelijk, achteraf vastgesteld op basis van verantwoording en – waar vereist – controle. Dat traject loopt nog. Daarbij wordt ook gekeken naar de realisatie van de vooraf geformuleerde doelstellingen.
Alles afwegende zie ik dat dit dossier spanning oproept tussen bestuurlijke ambitie, juridische zorgvuldigheid en politieke gevoeligheid. Dat vraagt om reflectie, en die neem ik serieus. Tegelijkertijd is dit een bevoegd en collegiaal genomen besluit, dat na zorgvuldige toetsing binnen de geldende kaders tot stand is gekomen.


