Inhoudsopgave
In september 1792 ging er groot nieuws rond in Itteren. Anna Margaretha Dolmans, de vijfendertigjarige echtgenote van Gerard Frins (ook Frijns genaamd), was bevallen van een drieling. Op maandag 3 september werden de drie kinderen door de pastoor van Itteren gedoopt. In die tijd gebeurde dat altijd zo snel mogelijk na de geboorte, want de kindersterfte was hoog en men vreesde dat een kind ongedoopt zou overlijden. Volgens het geloof zou het kind dan de hemel niet bereiken. Daarom werd de weg naar het doopvont altijd zeer snel gemaakt. Het ligt dan ook voor de hand dat de drieling op 2 of 3 september ter wereld kwam.
We reizen vandaag naar het Maasdorp Itteren aan het einde van de achttiende eeuw. Die periode was zeer onrustig in onze contreien. Op 21 september 1792, achttien dagen na de doop van de drieling in Itteren, werd in Frankrijk de monarchie afgeschaft. De Landen van Overmaas (waar Itteren onder viel), de Oostenrijkse Nederlanden (tegenwoordig deels samenvallende met het huidige België) en het prinsbisdom Luik stonden aan de vooravond van een grootschalige invasie door de legers van het revolutionaire Frankrijk. Europa zou voor altijd veranderen.

Jacobus, Elisabeth en Theodorus
De pastoor van Itteren legde in het doopregister nauwkeurig de volgorde van geboorte van de drieling vast. Als eerste kwam Jacobus ter wereld, vernoemd naar zijn grootvader van moederskant, Jacobus Dolmans. Daarna werd Elisabeth geboren, die haar naam kreeg van haar aangetrouwde tante Elisabeth Colleij, de echtgenote van Hendrik Dolmans. De laatste in de rij was Theodorus, vernoemd naar zijn grootvader van vaderskant, Theodorus (Dirk) Frijns.
Zoals destijds helaas vaak gebeurde, zouden ook deze drie jonge kinderen niet lang in leven blijven. Elisabeth, het middelste kind, werd al vier dagen na het doopsel begraven. Theodorus, de jongste, lag acht dagen nadat hij gedoopt was reeds onder de grond. Jacobus, de oudste, leefde het langst, maar werd uiteindelijk niet ouder dan twee weken.
De bevalling moet zwaar zijn geweest voor Anna Margaretha Dolmans, en wellicht heeft zij nooit volledig kunnen herstellen. Op 5 januari 1793, vier maanden na de bevalling, blies zij haar laatste adem uit. Zestien dagen later, op 21 januari, werd de onttroonde koning Lodewijk XVI met behulp van de guillotine onthoofd op de Place de la Concorde (in die tijd Place de la Révolution geheten) in Parijs.

Een dubbelhuwelijk
Het huwelijk tussen Gerard Frins en Anna Margaretha Dolmans had slechts vijf jaar geduurd. Op 13 januari 1788 was hun huwelijk ingezegend door de pastoor van Itteren. Gerard was toen woonachtig op de pachthoeve Meerssenhoven, een boerderij die bij het gelijknamige kasteel hoorde. Zijn moeder Anna Willems en stiefvader Guillaume Beaujean waren de pachters van de boerderij. Op die winterdag van 1788 beloofden nog twee andere geliefden elkaar eeuwige trouw in de Sint Martinuskerk in Itteren. Het waren Mathias Dolmans, broer van de bruid, en Helena Beaujean, halfzus van de bruidegom. Twee families werden zo op één dag innig met elkaar verbonden.
Gerard was geboren uit het eerste huwelijk van zijn moeder Anna Willems met Dirk Frijns. Dirk was opgegroeid op de pachthoeve het Kerksken in Scharn, waar zijn ouders Peter Frijns en Eva Maria Thijskens de pachters van waren. Anna, die elf jaar ouder was dan haar echtgenoot Dirk, was opgegroeid in Keer. Na hun huwelijk in 1754 gingen zij wonen in Bunde, waar zij de pachters werden van de hof Ingenope. Terwijl Anna in verwachting was van hun vierde kind sloeg het noodlot toe. Dirk overleed, slechts achtentwintig jaar oud. Op 1 december 1759 werd hij begraven in de kerk van Bunde. Volgens een aantekening in het begraafregister bevond zijn graf zich in de buurt van de ingang van de kerk. Bijna vijf maanden na het overlijden van Dirk beviel Anna van een zoontje.

Een pachtersweduwe hertrouwt
Als bijna eenenveertigjarige pachtersweduwe hertrouwde Anna Willems op 30 april 1761 in Bunde met Guillaume Beaujean, een jonge pachterszoon van amper eenentwintig jaar oud. Peter Beaujean, de vader van Guillaume, was de pachter van de kasteelhoeve Hartelstein bij Itteren. In 1762 werd het eerste kind van Guillaume en Anna geboren, gevolgd door nog twee kinderen in 1764 en 1766.
Op 8 augustus 1765 zat Guillaume Beaujean samen met de weduwe van Johan Frederik de Jacobi, heer van Cadier en Blankenberg, aan tafel bij de Maastrichtse notaris Hubert Nolens. Guillaume en de weduwe De Jacobi spraken af dat Guillaume met ingang van half maart 1766 voor een periode van zes jaar de nieuwe pachter zou worden van de hoeve die bij kasteel Blankenberg in Cadier hoorde. Bij die hoeve hoorden landerijen en weilanden met een totale oppervlakte van maar liefst vijfenzeventig hectare. Dat zijn ongeveer honderd voetbalvelden.
Toen de pachtperiode op Blankenberg in 1772 ten einde liep, zal het gezin Beaujean-Willems waarschijnlijk naar de pachthoeve Meerssenhoven zijn verhuisd. Daar blies Anna Willems haar laatste adem uit op 5 juni 1788, nog geen vijf maanden nadat haar kinderen Gerard Frins en Helena Beaujean waren getrouwd.
