Inhoudsopgave
Wie Solange Daenen heeft gekend, weet dat haar voornaam haar op het lijf geschreven was. De betekenissen ‘Engel van de Zon’ en ‘zeldzaam juweel’ kunnen niet beter van toepassing zijn dan op deze dame. Ze was een stralende en unieke verschijning, die haar licht liet schijnen over zoveel en zovelen. En als het even kon binnen de stadsmuren.
Door Karlijn van der Graaf
“Waarom zou je er niet goed uit mogen zien èn intelligent kunnen zijn!?” vroeg Solange zich af toen ze startte op de universiteit. Ze verbaasde zich over de in haar ogen slonzige kledingstijl van de docenten en professoren. Alsof uiterlijk vertoon niet ter zake doende mag zijn voor intellectuelen. Ondenkbaar voor Solange, die er altijd uitzag om door een ringetje te halen. Zelfs toen ze ongeneeslijk ziek was. Als ze een behandeling moest ondergaan in het ziekenhuis, was het voor het personeel zoeken naar de patiënt in de wachtruimte; ze zag er bepaald niet onwel uit. Zelf zei ze daarover dat het nu eenmaal zo is dat als een wezen zich laat ‘hangen’ in de natuur, deze eraan gaat. Zij ging standaard perfect gekleed, gekapt en opgemaakt de deur uit, ongeacht de bestemming.
Tweede Thuis
Dat kon dus het ziekenhuis betreffen, maar ook de Plus in Caberg (waar ze vaak meerdere keren per dag kwam) of de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, in het Oud Gouvernement. Solange was er 40 jaar werkzaam, nadat ze er min of meer per ongeluk terecht was gekomen. Ze was bereid om elke mogelijke studie te volgen na haar mavo, havo en vwo- zo lang het maar in haar geliefde Maastricht kon. Het bleek een schot in de roos: haar collega Patricia Croes stelt dat ze de belichaming van de faculteit was. Ze was geliefd bij collega’s en studenten omdat ze benaderbaar was en altijd tijd vrijmaakte voor wie bij haar aanklopte. Solange stond bekend als een goede luisteraar met wijze raad en adviezen, zonder de verplichting voor de ander om deze op te volgen. Op haar werkkamer hoorde zij verhalen aan terwijl ze de rook van haar sigaretje richting het Vrijthof uitblies door een kier van het openstaande raamkozijn. Als tutor en mentor kon ze haar studenten tot inzichten brengen zonder deze voor te kauwen; liever stimuleerde zij hen totdat ze zelf het licht zagen. En als dat niet lukte, dan hielp zij hen individueel om het juridisch redeneren onder de knie te krijgen, omdat de studie dán pas echt leuk werd volgens haar.
Familie
Solange was gespecialiseerd in Personen- en Familierecht, en maakte de studiestof voor haar studenten levendig met voorbeelden die uit haar eigen leven gegrepen waren. Er bleek genoeg om uit te putten. Op de faculteit heeft ze niet alleen haar passie gevonden op werkvlak, maar ook romantiek beleefd. Ze leerde er professor Nico Roos kennen, met wie ze vier kinderen kreeg: Paul, Isabelle, Julie en Nathan. Zij vormden het middelpunt van haar bestaan; de kinderen gingen boven alles. Solange was smoorverliefd op Nico: een knappe, extravagante en slimme ‘enfant terrible’ die zijn eigen koers voer en niet bang was om ergens de strijd over aan te gaan. Een tegenpool wat dat betreft, want Solange was conflictmijdend en volgens haar broer Marc ‘op z’n Mestreechs’ beleefd; nooit bot of beledigend. Eerder een vredesstichter, misschien wel omdat zij en Marc als kind thuis met huwelijkse spanningen van doen hadden. Hun vader Paul was kunstschilder, wiens leven zich veelal buitenshuis afspeelde. Moeder Riety bestierde de boel thuis in het oude Patriciërshuis (thans Hotel Bigarré) aan de Van Hasseltkade, en vulde de gezinsinkomsten aan door zelf te werken. Zij verwende de kinderen en gaf hen alle vrijheid.
L’histoire se répète
Volgens Marc herhaalde de geschiedenis zich want ook Nico bleek geen familieman pur sang en het was Solange die zich over de kinderen ontfermde. Volgens hen was ook zij alles behalve streng, en benaderde hun moeder hen vooral met humor en liefde. De onderlinge connectie was haar het voornaamst. Vrienden waren altijd welkom. Er zijn eindeloos veel sigaretten gerookt en glazen witte wijn gedronken aan de keukentafel van haar huis. Haar kennissenkring karakteriseerde zich volgens de kinderen als nogal uiteenlopend qua types en er zaten de nodige ‘paradijsvogels’ bij. Ze was dat van huis uit gewend; opgegroeid als ze was in kunstenaarskringen. Solange had een brede belangstelling en veroordeelde niemand. Nico bleef daarom ook nadat ze al lang gescheiden waren van betekenis in haar leven; zij nam nooit definitief afstand van hem.
Bekend terrein
Vasthouden aan het vertrouwde was dan ook typerend voor Solange. Wandelen (op hoge hakken!) deed ze enkel en alleen op de Pietersberg, met daarna steevast een drankje bij Bergrust. Boodschappen werden bij één en dezelfde supermarkt gedaan. Op haar radio’s klonk altijd en overal Sublime FM. In de stad was het terras van De Comédie vaste prik om mensen te bekijken met een glas wijn en sigaret in de hand. En na iedere behandeling in het Erasmusziekenhuis in Rotterdam werden cava en oesters genuttigd bij hetzelfde restaurant in die andere Maasstad.
Avondrood
Vaste adressen, vaste patronen, die kleurrijk ingevuld werden. Want hoewel Solange de laatste jaren ongeneeslijk ziek was, bleef ze optimistisch. De experimentele behandelingen die ze onderging sloegen aan en verlengden haar leven; drie maanden vanaf de diagnose werden uiteindelijk 2,5 jaar. Ze genoot met volle teugen en telde haar zegeningen. Haar grootste taak was volbracht: ze had alle vier de kinderen ‘groot’ en zelfstandig afgeleverd. Volgens Marc heeft ze een volledig en uiterst gevuld leven geleid. Het zonnetje in huis overleed thuis in bed omringd door haar kinderen, in de wetenschap dat haar oudste dochter deze zomer haar eerste kleinkind verwacht.