Inhoudsopgave
Zonder mijn stoel te verlaten, maakte ik afgelopen woensdagavond in het AINSI Theater een wereldreis. Vanuit het publiek beleefde ik de theatrale voorstelling “Van de Kaart”, georganiseerd door De Facto, een project van journalist Jorie Horsthuis, grafisch vormgever Floor Koomen en researcher Suzanne Hendriks.
Door Stefan Vrancken
De Facto duikt in de fascinerende wereld van niet-erkende landen en wonderlijke grensgebieden. Tijdens deze avond werd het publiek meegenomen langs micronaties, betwiste grenzen en plekken die je zelden op de kaart ziet. Met een mix van live interviews, muziek, presentaties en zelfs een quiz was het een verrassende en prikkelende ervaring. Een avond die niet alleen informatief was, maar ook liet zien hoe relatief en gelaagd de wereldkaart eigenlijk kan zijn.

Neutraal Moresnet
Een van de gasten op woensdag was historicus, columnist en journalist Philip Dröge. Hij vertelde over Neutraal Moresnet, een opmerkelijk ministaatje dat van 1816 tot 1920 aan de Nederlandse zuidgrens lag. Dit piepkleine landje ontstond min of meer per toeval, nadat koning Willem I der Nederlanden en zijn neef én zwager, koning Frederik Willem III van Pruisen, het na de val van Napoleon en de daaropvolgende herindeling van Europa niet eens konden worden over het bezit van een waardevolle zinkmijn bij Kelmis, destijds onderdeel van de gemeente Moresnet. Neutraal Moresnet groeide vervolgens uit tot een zinkexporteur en stond bekend als een belastingparadijs en smokkelvrijplaats.
Philip Dröge sprak ook over toevalligheden in de geschiedenis. Wat als de moordenaar van de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963 niet raak had geschoten? Hoe had de wereld er dan nu uitgezien? Hoe zou de geschiedenis zijn verlopen als de Titanic in 1912 niet die ijsberg had geraakt? Je kunt je ook afvragen wat er gebeurd zou zijn als Nederland en Engeland in 1667 de koloniën Nieuw Amsterdam (het huidige New York) en Suriname niet met elkaar hadden geruild. Was het Nederlands dan nu een wereldtaal?

Château Neercanne
Château Neercanne, een van de parels van Maastricht, kwam in 1814 te liggen op het grondgebied van het nieuw gevormde Koninkrijk der Verenigde Nederlanden. In 1830 brak de Belgische Opstand uit. Toen de nieuwe rijksgrens tussen Nederland en België werd vastgesteld, werd het grootste deel van de voormalige heerlijkheid Neerkanne gevoegd bij de Belgische gemeente Kanne. De eigenaar van het kasteel, baron Ignatius van Thier, wilde graag de Nederlandse nationaliteit hebben. Om die reden bewoog hij hemel en aarde om het kasteel onder de Nederlandse gemeente Oud-Vroenhoven te laten vallen. Zijn wens werd vervuld. Dankzij een toevalligheid, namelijk de wens van een baron om geen Belg te worden, werd de grens tussen Nederland en België dusdanig verlegd dat Château Neercanne op Nederlands grondgebied kwam te liggen. De gemeente Oud-Vroenhoven werd in 1920 geannexeerd door de gemeente Maastricht.

De koning van Spanje
Zou de geschiedenis van Maastricht anders zijn verlopen als in 1638 de mislukte poging van een groep Maastrichtenaren om de stad uit te leveren aan de Spanjaarden niet verijdeld was, maar juist succesvol zou zijn verlopen? De protestante Hollanders zouden dan waarschijnlijk de stad zijn uitgejaagd. De koning van Spanje had dan wederom, net zoals vóór de verovering van de stad in 1632 door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, samen met de prins-bisschop van Luik de scepter hebben gezwaaid over de stad. Maastricht zou dan weer een katholieke stad zijn geworden, met een katholiek stadsbestuur. De Sint-Janskerk en de Sint-Matthijskerk, die na de verovering in 1632 afgestaan werden aan de protestanten, zouden dan weer katholieke kerken zijn geworden. De brouwer Jan Lansmans en pater Servaes Vinck zouden niet onthoofd zijn. Het rondeel De Drie Duiven zou dan tegenwoordig niet De Vief Köp hebben geheten, en de Pater Vincktoren zou ook nooit die naam hebben gedragen.

Een kogel zorgt voor een tweede huwelijk
Als Jan Lansmans niet was onthoofd, is het dan aannemelijk dat zijn jongere halfzus Maria Lansmans reeds anderhalve maand later, op negentienjarige leeftijd, enigszins overhaast in het huwelijk zou zijn getreden met de brouwer Frederick Pauli, die in 1647 als notaris in Maastricht werd beëdigd? Frederick overleed bovendien al in mei 1648, nadat een soldaat een dodelijk schot had gelost. Als die soldaat niet in de nabijheid van Frederick was geweest, dan was zijn echtgenote Maria Lansmans niet al op negenentwintigjarige leeftijd weduwe zijn geworden. Maria was dan ook nooit een jaar later hertrouwd met de brouwer Jan Rutten. En zij zou dan ook nooit in dat tweede huwelijk nog aan acht kinderen het leven hebben geschonken. Het jongste kind van Maria Lansmans en Jan Rutten kwam in 1661 ter wereld. Dit kind, een meisje, werd op 12 november 1661 als Sophia Rutten gedoopt in de Sint-Nicolaaskerk in Maastricht. Sophia werd via haar huwelijk met de brouwer Lambricht Pelsers een voormoeder van mijn Sint Pieterse overgrootmoeder Maria Catharina Isabella Hubertina Jongen (1879-1943).

Kogels in Sarajevo
Ontleen ik mijn bestaansrecht aan de kogel die door een soldaat in 1648 werd afgevuurd op Frederick Pauli, de eerste echtgenoot van mijn voormoeder Maria Lansmans. Is dit te ver gezocht? Zo zou je ook kunnen stellen dat ik mijn leven heb te danken aan de moordaanslag op aartshertog Frans Ferdinand, de Oostenrijkse troonopvolger. Frans Ferdinand was de neef van de Oostenrijkse keizer Frans Jozef I, de echtgenoot van “Sisi”. Op 28 juni 1914 richtte de negentienjarige Gavrilo Princip in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië en Herzegovina, zijn pistool op Frans Ferdinand en diens echtgenote. De kogels raakten hun doel. Een maand later waren de meeste Europese staten met elkaar in een oorlog verwikkeld die later de Eerste Wereldoorlog genoemd zou worden. Mijn overgrootouders Johannes Ludovicus Cremers en Maria Catharina Isabella Hubertina Jongen woonden op dat moment in het Belgische Visé. Op 18 december 1913, ruim een maand vóór de moordaanslag op de Oostenrijkse troonopvolger, waren zij de ouders geworden van mijn oma Hélène Hubertine Catherine Cremers. In augustus 1914 werd Visé platgebrand door de Duitsers. Mijn overgrootouders moesten met hun zeven kinderen vluchten naar Nederland, hun vaderland. Als Gavrilo Princip mis had geschoten, dan was de Eerste Wereldoorlog mogelijk later en onder andere omstandigheden uitgebroken. Misschien waren de Duitsers dan niet België ingevallen en hadden ze Visé niet verwoest. Zouden mijn overgrootouders dan uiteindelijk weer in Maastricht terecht zijn gekomen of waren ze in Visé gebleven? Had mijn oma haar toekomstige echtgenoot, mijn opa, ontmoet als de kogel uit het pistool van Gavrilo Princip zijn doel had gemist? Over dit soort vragen kun je uren discussiëren.
Ik wens de lezers van De Nieuwe Ster een zalig Pasen.
