Doorgaan naar artikel

Neercanne in financieel zwaar weer

Een met ChatGPT gemaakte afbeelding van kasteel Neercanne in de tijd van baron de Dopff

Inhoudsopgave

“Ik heb geen geld om u te betalen, madame”, zo verklaarde Frederick Carel baron de Dopff toen hij in gesprek was met Gertruijd Haenen, de weduwe van Jan Nijst. Gertruijd was een Maastrichtse burgervrouw en oefende het vak van “vleesslagterse” uit. De baron, wiens vader Daniël Wolfgang militair gouverneur van Maastricht was geweest, had een groot aantal openstaande rekeningen.

Van januari 1744 tot en met december 1747 had Gertruijd namelijk vlees geleverd aan de baron, die onder meer heer van Neercanne was. De baron betaalde echter niet. Vier jaar lang had zij geduld met hem gehad, ongetwijfeld omdat hij een edelman was, maar de maat was nu vol. Gertruijd wist de baron over te halen om samen een notaris in te schakelen. We reizen vandaag terug naar het jaar 1748.

Door Stefan Vrancken

Een met ChatGPT gemaakte afbeelding van een vrouwelijk slager, of “vleesslagterse”, zoals Gertruijd werd genoemd in de akte van notaris Burtin.

Het beleg van Maastricht

De geschiedeniskenners onder ons herkennen het jaar 1748 onmiddellijk als een belangrijk jaar in de geschiedenis van Maastricht. In dat jaar stonden de troepen van de Franse koning Lodewijk XV, een achterkleinzoon van de Zonnekoning, voor de stadspoorten van Maastricht. Op 9 april begon de belegering van de stad. Binnen één week was Maastricht volledig afgesloten van de buitenwereld. De officiële capitulatie van de stad volgde op 7 mei. Op 14 februari, bijna twee maanden voordat het beleg begon, zaten de baron en Gertruijd aan tafel met de Maastrichtse notaris Ludovicus Burtin. Vóór dit gesprek met de notaris was het de baron nog gelukt om in twee termijnen een totaalbedrag van 250 gulden af te rekenen met Gertruijd, maar dan resteerde nog een totaalbedrag van 2.600 gulden. In 1748 was dat geen gering bedrag. De baron was niet in staat om te betalen. Gertruijd wilde voorkomen dat ze uiteindelijk achter het net zou vissen met haar vordering. Ze wilde nu zekerheid hebben voor de betaling van het bedrag.

De handtekeningen van de baron, Gertruijd, de getuigen en de notaris onder de akte van 14 februari 1748. De akte maakt onderdeel uit van de collectie van het Historisch Centrum Limburg (HCL).

Hartelstein als onderpand voor de vleesrekeningen

De baron en Gertruijd lieten door notaris Burtin vastleggen dat de baron vanaf dat moment een rente van viereneenhalf procent zou gaan betalen over het openstaande bedrag. Maar dat was nog niet alles. Om er zeker van te zijn dat de openstaande vleesrekeningen uiteindelijk betaald zouden worden, verleende de baron in de akte van notaris Burtin aan Gertruijd een hypotheekrecht op “sijnen hoff van Hartelsteijn met het casteel, de huijsingen, bouwagien, weijden en landerijen, soo leen als allodial, met de bossen, plantagien en wat verders aan dat goed van Hartelsteijn gehoort”. “Hartelsteijn” is de huidige kasteelhoeve Hartelstein nabij Itteren. Het hypotheekrecht hield in dat als de baron niet meer aan zijn betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen, Gertruijd via een openbare verkoop Hartelstein zou mogen verkopen. Uit de verkoopopbrengst zou de schuld die de baron aan Gertruijd had dan betaald kunnen worden.

Overigens had de baron wel vaker een gebrek aan geld. Uit een akte van notaris Burtin van 21 juli 1732 blijkt namelijk dat de baron op dat moment maar liefst 16.000 gulden schuldig was aan Balthasar Joppen. Dit geld had hij waarschijnlijk nodig om in dat jaar de nodige reparaties te laten uitvoeren aan zowel Hartelstein als kasteel Neercanne.

Een foto (1893) van de kasteelhoeve Hartelstein. Beeld: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer 5.407

Het overlijden van de baron

In 1749 overleed de baron. Hij bewoonde toen onder meer een huis in de Stokstraat. Volgens een gezamenlijke akte van de eerdergenoemde notaris Burtin en zijn ambtgenoot notaris Leonard Thielen, opgemaakt op 30 september 1749, was dit het “sterffhuijse” van de baron. Op verzoek van zijn kinderen waren op 18 augustus alle kamers, kasten, koffers en de kelder in dat huis verzegeld door de beide notarissen. Een verzegeling was gebruikelijk om te voorkomen dat bezittingen verduisterd zouden worden voordat een inventarisatie was gemaakt. Op 30 september constateerden de beide notarissen dat de zegels ongeschonden waren, waarna de inventarisatie van zijn nalatenschap kon starten. Mogelijk dat dit huis in de Stokstraat door de baron gehuurd werd. Eerder, in 1733, ging hij namelijk ook al een huurovereenkomst aan met betrekking tot een huis aan de Markt. De baron bewoonde dus niet altijd uitsluitend het kasteel van Neercanne.

Of de openstaande vleesrekeningen van de baron uiteindelijk zijn betaald heb ik niet kunnen achterhalen. Mogelijk dat de schuld nog openstond op het moment van overlijden, en dat uiteindelijk de kinderen van de baron Gertruijd hebben betaald.

Een foto (1951) van het in verval geraakte kasteel Neercanne. Beeld: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer 41.629

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden