Inhoudsopgave
Een onafhankelijke kunstdeskundige moet vaststellen of een vermeende 16e-eeuwse Italiaanse wandkast daadwerkelijk authentiek is. Dat heeft de rechtbank in Maastricht bepaald in een conflict tussen twee internationaal opererende kunsthandelaren over de verkoop van het meubelstuk, dat in 2020 tijdens kunstbeurs TEFAF Maastricht werd verhandeld voor 65.000 euro.
De zaak draait om een rijk versierde wandkast van walnoothout met verguld profiel en het wapen van de Borromeo-familie. De familie Borromeo is een van de meest invloedrijke adellijke families uit Milaan, bekend om hun mecenaat en de heilige Carolus Borromeus. Objecten met hun wapen (vaak met de tekst "Humilitas") zijn uiterst zeldzaam en museaal.
De kopende partij, de Engelse galerie Benjamin Proust met een internationale reputatie op het gebied van Europese kunst en sculpturen, stelt dat de kast achteraf niet blijkt te voldoen aan wat zij mocht verwachten. De verkopende partij, de Italiaanse kunsthandel Altomani & Sons, gespecialiseerd in kunst uit de 12e tot en met de 18e eeuw, betwist dat.
Volgens de rechtbank kan op basis van de huidige stukken niet worden vastgesteld of sprake is van restauratie of renovatie die de authenticiteit van de kast aantast. Daarom moet er een deskundige aan te pas komen. Die moet onder meer antwoord geven op de vraag uit welke periode de kast daadwerkelijk stamt en hoe de aanduiding “circa 1580” moet worden geïnterpreteerd.
Daarnaast wil de rechtbank weten of er aanpassingen zijn gedaan aan de vergulding, de polijsting en de panelen van de deuren, en zo ja, wanneer deze zijn aangebracht. Ook moet de deskundige beoordelen of deze aanpassingen gevolgen hebben voor de authenticiteit van het object en of de kast in de huidige staat nog als authentiek kan worden gekwalificeerd. Tot slot moet worden ingegaan op de invloed van eventuele aanpassingen op de waarde van de kast ten tijde van de verkoop in 2020.
Beide kunsthandelaren zijn het eens geworden over welke expert de vragen van de rechtbank zou kunnen beantwoorden. Het gaat om een in Italië wonende deskundige. Hij zal uiteindelijk een rapport opmaken en dat naar de rechtbank in Maastricht sturen.
De kopende galerie stelt dat de wandkast niet voldoet aan haar gerechtvaardigde verwachtingen. Volgens haar is het meubelstuk herhaaldelijk als authentiek uit de renaissance aangeprezen, terwijl vettingcommissies van TEFAF in 2020 juist wezen op latere vergulding, herpolijsten en aanpassingen aan de deuren. Een dag later zou bovendien zijn geoordeeld dat de kast niet uit de 16e eeuw stamt, maar uit de 18e eeuw en slechts is vervaardigd in de stijl van de 16e eeuw.
Volgens de Engelse galerie Proust heeft de Italiaanse verkoper deze bevindingen verzwegen, terwijl zij daarover had moeten informeren. Advocaat Auke van Hoek van Proust: "De verkoper had de eerste bevindingen van de vettingcommissie van de TEFAF al moeten meedelen. Wij zijn er vrij zeker van dat de rechtbank zal sanctioneren dat de verkoper heeft gezwegen. Mijn cliënt is daardoor misleid."
Toen Proust de kast in 2023 opnieuw wilde aanbieden op TEFAF, werd het object door de vettingcommissie als ‘not for sale’ aangemerkt. Pas toen kreeg de koper inzicht in het eerdere vettingrapport. De waarde van de kast zou inmiddels zijn gedaald tot hooguit 20.000 euro, terwijl het object voor haar commerciële collectie zelfs geen waarde meer zou hebben.
De Italiaanse kunsthandel bestrijdt dat de kast niet authentiek is en wijst erop dat de koper pas drie jaar na de verkoop voor het eerst klachten uitte. Volgens de verkoper is de kast voorafgaand aan haar aankoop onderzocht door een vaste restaurateur, beoordeeld in het kader van een exportvergunning door het Italiaanse ministerie van Cultuur en zonder bezwaren toegelaten tot meerdere kunstbeurzen.
Het oordeel van een vettingcommissie van de TEFAF is volgens de verkoper geen definitief deskundigenoordeel, maar een voorlopige beoordeling met beperkte reikwijdte. Zulke commissies kunnen bovendien per beurs en per jaar tot verschillende conclusies komen. De koper, zelf een ervaren kunsthandelaar, had de kast uitgebreid kunnen inspecteren en heeft dat ook gedaan, aldus de verkoper.
De rechtbank stelt vast dat de opmerkingen van de vettingcommissie voldoende ernstige aanwijzingen bevatten dat mogelijk sprake is van gebreken die gevolgen hebben voor de authenticiteit van de kast. Daarmee heeft de koper haar stellingen voorlopig voldoende onderbouwd.
Tegelijkertijd heeft de verkoper gemotiveerd betwist dat de kast niet authentiek is en erop gewezen dat zij geen reden had om aan de echtheid te twijfelen. Volgens de rechtbank kan op dit moment niet worden vastgesteld wie gelijk heeft. Om die reden zal eerst een onafhankelijke deskundige worden benoemd, voordat een definitief oordeel kan worden gegeven over de authenticiteit, de waarde en de eventuele aansprakelijkheid van partijen.


