Inhoudsopgave
Een 59-jarige techneut, sinds 1990 in dienst van een zorginstelling, heeft in augustus 2025 een blouse van een vrouwelijke medewerker opengetrokken. De techneut sloeg een andere vrouw zes dagen later met een veger op de billen. Dat gedrag leidde tot een ontslag op staande voet. De kantonrechter in Maastricht draait dat ontslag op staande voet nu terug en veroordeelt de werkgever onder meer tot het betalen van een vergoeding van bijna vijftig mille.
Van het eerste voorval was een zorgmanager en een andere collega getuige. ‘Er werd wat gegeind en werknemer zei op een gegeven moment: Ik zou je eigenlijk moeten wurgen” Werknemer stak beide armen naar voren en trok toen meerdere knoopjes van [persoon 1] haar tuniek open. Hier schrokken de desbetreffende collega en ik van en spraken werknemer hierop aan. [persoon 1] reageerde boos en zei dat ze hier niet van gediend was. Ook [persoon 7] een zorgcollega die erbij stond schrok hiervan. Werknemer zei dat de knoopjes wel heel gemakkelijk opengingen.’
Over het tweede voorval: "Ter zitting heeft hij vervolgens anders verklaard, namelijk dat hij over haar rug veegde en toen heeft gezegd: “zo dat is ook schoon”. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat hieruit blijkt dat [werknemer] wel degelijk opzettelijk met de veger over het lichaam van [persoon 3] geveegd heeft."
De man werd een dag na het tweede voorval op 19 augustus non-actief gesteld in afwachting van het resultaat van een nader in te stellen onderzoek. Zes dagen later werd hij op staande voet ontslagen.
De techneut stapte daarop naar de kantonrechter. Hij vindt dat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven omdat werkgever niet onverwijld opgezegd heeft en omdat er volgens hem geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet.
De kantonrechter is het daarmee eens. Het ontslag op staande voet heeft veel te lang geduurd. Dat had meteen gegeven moeten worden. Nu was er geen sprake meer van een "onverwijlde aanzegging".
De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbinden omdat werknemer zich verwijtbaar gedragen heeft. "Van ernstige verwijtbaarheid is geen sprake. Daarom zal aan werknemer een transitievergoeding worden toegewezen en zal bij de vaststelling van de einddatum rekening worden gehouden met de opzegtermijn van vier maanden."
De werkgever vertelde tijdens de zitting dat ze haar beleid ten aanzien van grensoverschrijdend gedrag sinds 2023 heeft aangescherpt, “Blijf van onze hulpverleners af”, en dat er sindsdien dus bij haar een zerotolerancebeleid geldt. De achtergrond hiervan is dat in de ouderenzorg en dus ook bij [werkgever] veel vrouwen werken, dat het werk dat zij verrichten zwaar is, waarbij de afgelopen jaren een toename is te zien van agressie en ontremd/grensoverschrijdend gedrag. Als deze werkneemsters dan ook nog eens te maken krijgen met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van collega’s, accepteert [werkgever] dat niet. [werkgever] hanteert daarom het beleid dat bij grensoverschrijdend gedrag altijd ontslag volgt.

