Inhoudsopgave
Regisseur Michel Sluysmans brengt zijn derde toneelbewerking naar Anton Tsjechov, één van de grootmeesters van de Russische theatertraditie.
Door IJsbrand van Lambalgen
Michel: “Tsjechov leerde ik kennen toen ik op de toneelschool zat, en toen dacht ik meteen: ‘wat is die schrijver toch een meester.’ Hij heeft een heel groot menselijk oog, heel veel mededogen voor de worstelende mens. Het is diep tragisch wat die mensen allemaal overkomt. Ze worden altijd verliefd op de verkeerde, zijn allemaal ongelukkig en niet in staat hun leven te veranderen of verbeteren. De stukken van Tsjechov zijn grote tragedies, maar ook ontzettend geestig om te zien. Tsjechov schreef zelf onder elk stuk ‘De Meeuw, een komedie in vier bedrijven’, ‘De Kersentuin, een komedie in vier bedrijven’, enzovoort.
“Een goeie grap ontstaat altijd vanuit diepe ernst. Anders is het maar lolligdoenerij. Leedvermaak is zo ontzettend grappig omdat het zo erg is. Bijvoorbeeld iemand die tegen een glazen wand op loopt. Daarom moeten we moeten er om lachen omdat het ons ook kan overkomen en omdat we ons er zelf in herkennen.
“De sociaal maatschappelijke context waarin Tsjechov die stukken schreef is heel anders dan nu. Bijvoorbeeld in Drie Zusters zijn heel veel soldaten om de rust te bewaren. In Rusland was in die tijd de totalitaire tsaar aan de macht. De elite moest zich koest houden, de intelligentsia moest zich stil houden, want anders was er een gevaar voor de status quo. De samenleving moest de afschaffing van de slavernij nog verwerken, enzovoort. Dus die sociaal maatschappelijke context is veranderd, maar de mens die Tsjechov beschrijft, die is in 125 jaar niet veranderd.
“En omdat het publiek van nu geen referentie heeft aan het Rusland van toen, heb ik aan Peer Wittenbols gevraagd om het stuk en de karakters overeind te houden, maar hen in een soort tijdloos hier en nu te plaatsen dat Rusland heet, maar dat net zo goed Nederland zou kunnen zijn.
“Ik zeg ook wel eens dat Tsjechov is de uitvinder van de soap is. Zijn werk gaat over ons, gewone mensen met grote problemen. Daar kijken we ook soaps voor, en daar is Tsjechov mee begonnen.
“Vóór Tsjechov schreef men over helden en koningen en goden. Hij was de eerste die begon te schrijven over mensen die spijt hebben van fouten uit het verleden die niet meer ter herstellen zijn, die dromen van een toekomst die waarschijnlijk nooit zal lukken of waarheid zal worden en die ondertussen vastzitten in een ondraaglijk hier en nu.
“En als ik in de krant lees dat 40% van de Nederlanders op dit moment kampt met angstige gevoelens of depressieve gevoelens, dan denk ik in dit land heel veel gewone mensen wonen met heel veel grote problemen. En ja, loopt naar buiten. Kijk naar jezelf. In meer of minder mate hebben wij dat allemaal. En als jij het niet hebt, heeft je buurman dat. Of je moeder of je broer of je neef. Maar dat is het moeilijke en het schone van het leven. En dat beschrijft Tsjechov in al die stukken via al die mooie ontroerende, verdrietige personages. Dus zijn stukken gaan over de samenleving waarin wij nu rondlopen.
“Oom Wanja wordt ook ‘de komedie van de stilstand’ genoemd. Het is een stuk waarin heel veel gebeurt, maar waarin niks verandert. De situatie in begin van het stuk is dezelfde als op het einde. Wat er gebeurt is het volgende.
“Wanja woont samen met zijn nichtje Sonja, zijn moeder Maria, en huisvriend Ilya Telegin op het landgoed van de familie. Telegin is tevens muzikant. Wanja werkt op die boerderij, voedt Sonja op, en stuurt het geld naar de professor, Aleksander Serebryakov. Serebryakov werkt in de stad als professor en wordt ondersteund door het bedrijfsleven op zijn landgoed. Een situatie die goed gaat zolang er niks verandert. Wanja is gebaat bij die rust en regelmaat.
“Dan komt de professor, de vader van Sonja, uit de stad terug. Hij is met pensioen en komt ook op het landgoed wonen met zijn veel jongere vrouw Helena. Dat zorgt voor de verstoring van het dagritme van Wanja. Hij slaapt niet meer, hij eet niet meer, hij zit niet lekker in z'n vel. Maar het zorgt ook voor een verstoring van zijn hart. Hij wordt voor het eerst in zijn leven hopeloos verliefd, op die vrouw van de professor. Zijn leven ligt overhoop, hij raakt overspannen en gaat te veel drinken.
“De dorpsarts wordt ook verliefd op die vrouw van de professor. Dat zorgt voor een mislukte liefdescarrousel. En dan komt het ware probleem boven drijven: Wanja denk: ‘ik ben niet méér dan oom Wanja. Ik ben geen minnaar Wanja, geen echtgenoot Wanja. Ik ben de oom van Sonja die ik heb opgevoed, maar dit is niet eens mijn eigen kind. Ik zie die professor die ik jarenlang heb ondersteund, die ontgoocheld thuiskomt en hier rondloopt, die zichzelf mislukt vindt. Dan is mijn leven dus ook mislukt, want ik heb mij in dienst gesteld van die professor en zijn dochter opgevoed.’ En daar moet iedereen maar mee om te zien gaan.
“Die arts is ook fascinerend. Tsjechov was zelf arts, en in al zijn stukken zit wel een arts, en dat zijn altijd alcoholisten. En niet zonder reden. Want als die stukken gaan over mislukte levens van gewone mensen. De taak van een arts is om mensen te genezen en levens te verlengen. Maar als we concluderen dat levens eigenlijk overbodig of zinloos zijn, is het een volstrekt nutteloos beroep. En dan gebeurt het ook nog regelmatig, zo ook in Oom Wanja, dat ze iemand laten sterven onder hun vingers. Dat is natuurlijk de grootste mislukking die een arts kan overkomen. En daarom drinken die artsen zoveel, omdat ze hun beroep eigenlijk helemaal niet zien zitten. Dat is heel grappig, maar ook heel tragisch natuurlijk.
“De bewerking van bronmateriaal tot theatershow is een lang proces met heel veel schakels. Twee jaar vóór de première verzin ik welke titel ik ga doen. Dat gaat in overleg met de afdeling marketing en ons verkoopsbureau, die de voorstellingen in het land gaan verkopen. Dan ga ik nadenken, samen met mijn dramaturg wie ik dat wil laten bewerken. Dat is een heel belangrijke keuze want, bijvoorbeeld, Ilja Pfeijffer is een heel andere schrijver dan Peer Wittenbols. Peer heeft al twee keer de Annie M.G. Schmidtprijs gewonnen en is ook een heel goede liedjesschrijver. Omdat ik graag liederen in deze bewerking wilde heb ik dus voor Peer gekozen.
“Toen zijn we een jaar lang gaan praten, zes keer een uur of drie lang. Dan gaan we samen fantaseren met vragen als 'waar gaat Oom Wanja over?', 'welke personages zijn overbodig of verdienen extra aandacht?', 'Welke personages begrijpen we niet?', 'Wat is er gebeurd vóórdat dit stuk begon?' Dan komt er op een gegeven moment een punt waarop de schrijver zegt: 'volgens mij begrijp ik wat wij samen willen gaan maken,' en dan begint hij te schrijven.
“Ondertussen ben ik bezig met acteurs benaderen. Want dat heeft ook invloed op het schrijven en de visie voor het stuk. Als ik weet dat Jaap Spijkers de professor gaat spelen, en wij kennen Jaap al een beetje, dan kan de schrijver gebruik maken van de specifieke kwaliteiten van die acteur. Ondertussen heb ik ook gesprekken met een decorontwerper, die ideeën probeert te vertalen in een beeld. Voor dit stuk hebben we een toneelbeeld waarin de verhoudingen niet kloppen. De objecten zijn veel te groot of veel te klein. Dat is symbool voor de binnenwereld van Wanja die het leven niet meer snapt. Die van een mug een olifant maakt, maar een olifant niet eens ziet staan in zijn eigen porseleinkast. Dan is er ook nog een componist betrokken om de liedjes op muziek te zetten.
“Die liedjes zitten niet in het origineel. Tjechov schrijft dat het personage Ilya Telegin op een gitaar tokkelt. Dat heb ik geïnterpreteerd als een muzikant die niet een beetje tokkelt maar echt ingrijpt met het zingen van liederen. Dus ik doe er mijn eigen ding mee, maar het komt wel echt van wat hij heeft opgeschreven.
“Ik heb heel bewust aan Emil Szarkowicz gevraagd om die rol te spelen. Emil is een muzikant die nog nooit in een serieus toneelstuk heeft meegedaan. Dus ik vind dat heel dapper dat hij dat durft, en hij doet dat ook super goed. Emil speelt viool, en die klanken refereren ook aan de foto’s die ik liet zien. (zie foto!) Hij heeft Poolse roots, en echt wel de Oost-Europese melancholie. Het is geen Russische muziek, maar het heeft wel de Russische sfeer en ziel.
“Zo komen alle disciplines langzaam samen. En uiteindelijk weet je op de eerste repetitiedag dat de première over zeven weken is, en dan is er geen werk meer terug. Twee jaar voorbereiding komt in een snelkookpan die alles uiteindelijk combineert in een theatervoorstelling.
“Ik zeg wel eens dat er niet één zin Tsjechov in onze voorstelling zit. Het is allemaal Peer Wittenbols, die ik het helemaal opnieuw heb laten schrijven. Het is zijn geest, gedachtegoed, humor en tragiek. Dat is niet uit kritiek voor Tsjechov, ik probeer hem echt te vertalen naar nu en opnieuw in het voetlicht te brengen.
“Ik vind hem ook een heel emancipeerde schrijver voor die tijd. Zijn vrouwelijke karakters zijn super gelaagd en ook talrijk. In Drie Zusters draait het hele stuk om drie vrouwen, De Meeuw gaat over Arkadina, de actrice die langzaam ouder wordt. In Oom Wanja is de titelrol wel een man, maar daar zitten ook heel sterke vrouwen in. Het nichtje Sonja dat de slotmonoloog heeft, en Helena, waar al die mannen verliefd op worden, is een drijvende kracht in het stuk.
“Maar de bewerking is natuurlijk heel schatplichtig aan Tsjechov, en ik hoop ook dat als hij deze voorstelling zou kunnen zien dat hij er trots op zou zijn.”
Alles waar Michel het over heeft komt samen in de liedjes van de voorstelling. Het universele karakter, de herkenbare gevoelens, maar ook de dichterlijke vrijheid die Michel, Peer en de andere betrokken creatievelingen nemen met het bronmateriaal.
'Met lege handen en een mond vol tanden,' zingt Ilya Telegin bedachtzaam.
'Je redt je wel, je ziet maar hoe,' vallen de andere personages even later bij.
Oom Wanja is te zien als try-out met publiek op 20 en 21 februari in het Theater aan het Vrijthof, waar de première is op 22 februari. Daarna zal Toneelgroep Maastricht door Nederland reizen met de voorstelling.



Links Regisseur Michel Sluysmans op de set van Oom Wanja. De foute verhoudingen van het meubilair symboliseren de verwarde leefwereld van het titelpersonage Wanja, en de wodkaflessen duiden op het alcoholgebruik van de meeste personages. Rechts: Foto’s en tekeningen van de laatste jaren van Chechov’s leven. Beeld: IJsbrand van Lambalgen