Doorgaan naar artikel

Asielzoeker 26 jaar 'statenloos', Levanto eist gratis woonruimte terug

De Angolse ambassade in Rotterdam, Beeld: Google streetview

Inhoudsopgave

Een 40-jarige man die al sinds zijn veertiende in Nederland verblijft, moet zijn woning in Maastricht van zorgorganisatie Levanto verlaten. De rechter geeft hem daarvoor echter niet de gevraagde zeven dagen, maar twee maanden. De reden is een bijna onoplosbare situatie: de man krijgt geen verblijfsstatus, heeft geen inkomen en kan daardoor niet terecht op de reguliere woningmarkt, heeft geen recht meer op opvang én kan ook niet legaal terug naar Angola.

De voorzieningenrechter spreekt in het vonnis van "bijzondere omstandigheden". De man heeft bovendien naar eigen zeggen geen vrienden of familie bij wie hij terechtkan. Daarom vindt de rechter een ontruiming binnen zeven dagen, zoals Levanto had geëist, te kort. Hij krijgt twee maanden de tijd om alsnog een oplossing te vinden.

De situatie doet in zekere zin denken aan het verhaal dat bekend werd door de film The Terminal, waarin een man door problemen rond zijn nationaliteit en verblijfsrecht jarenlang tussen landen en regels vast komt te zitten. In deze Limburgse zaak gaat het niet om iemand die op een vliegveld woont en stelt de rechtbank ook niet vast dat de man staatloos is. Wel zit hij al jarenlang in een juridische patstelling: zijn nationaliteit staat niet vast, Nederland geeft hem geen verblijfsstatus en legaal terugkeren naar Angola kan hij evenmin.

De man vluchtte als veertienjarige vanuit Angola naar Nederland. In Angola woedde op dat moment een burgeroorlog. Hij kwam zonder documenten naar Nederland. Inmiddels is hij veertig. Ondanks inspanningen om de benodigde documenten te verkrijgen, is het hem volgens de rechtbank nog altijd niet gelukt een verblijfsstatus te krijgen. Tegelijkertijd kan hij niet legaal naar Angola terugkeren.

Vanaf ongeveer 2016 kreeg hij op basis van beslissingen van de gemeente Maastricht maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Levanto en een rechtsvoorganger verzorgden die ondersteuning. In 2017 sloot hij daarvoor een begeleidingsovereenkomst en kreeg hij woonruimte in bruikleen.

Dat veranderde in oktober 2021. Mede door gewijzigde regelgeving verviel de Wmo-vergoeding en daarmee ook zijn recht op maatschappelijke opvang in de vorm van wonen, begeleiding en activering. Levanto besloot desondanks vanuit "menselijk oogpunt" de man niet meteen op straat te zetten. De organisatie bleef hem woonruimte en begeleiding aanbieden, hoewel daar geen financiering meer tegenover stond. Vanaf juni 2022 kreeg hij gratis woonruimte.

Begin dit jaar vond Levanto dat de situatie niet langer houdbaar was. De organisatie bood woonruimte en begeleiding zonder dat daarvoor nog een beschikking bestond en zonder dat Levanto ervoor betaald kreeg.

Na gesprekken werd op 27 februari een vaststellingsovereenkomst gesloten. De begeleiding werd beëindigd en als overgangsregeling kreeg de man tijdelijk een andere woning van Levanto in bruikleen. Ook daarvoor hoefde hij niets te betalen. Afgesproken werd dat de bruikleen op 30 april 2026 automatisch zou eindigen en dat de woning daarna leeg moest worden opgeleverd.

Dat gebeurde niet.

Sinds 1 mei verblijft de man daardoor juridisch gezien zonder recht of titel in de woning. Levanto stapte naar de voorzieningenrechter en eiste dat hij binnen zeven dagen na betekening van het vonnis zou vertrekken.

Wachtlijst
Levanto wees erop dat de woning eigenlijk bedoeld is voor mensen die wél een begeleidingsovereenkomst en een Wmo-beschikking hebben. Volgens de zorgorganisatie houdt de man daarmee een gefinancierde plek bezet die niet kan worden gebruikt voor mensen op de wachtlijst.

Daarbij komt dat Levanto geen inkomsten ontvangt voor zijn verblijf. Wanneer iemand uit de eigen doelgroep de woning betrekt, krijgt de organisatie daarvoor wel een vergoeding. Levanto stelde bovendien dat de man eigenlijk niet meer in een zorginstelling thuishoort. Hij heeft geen begeleiding meer nodig en volgt inmiddels al enkele jaren een hbo-opleiding, waarvan hij in de afrondende fase zit.

De man erkende dat hij formeel geen recht meer heeft om in de woning te blijven. Zijn verweer was vooral humanitair en principieel. Toen hij in februari akkoord ging met de tijdelijke bruikleen, had hij volgens zijn advocaat nog goede hoop dat snel een andere vorm van opvang gevonden zou worden. Die verwachting kwam niet uit.

Hij beriep zich onder meer op mensenrechten en stelde dat het dakloos maken van iemand onder omstandigheden in strijd kan zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ook wees hij erop dat Levanto een zorgorganisatie is en dat er een lange geschiedenis tussen hem en de instelling bestaat.

Staat
De rechter gaat daar juridisch niet in mee. Onder omstandigheden rust op de Nederlandse Staat inderdaad een zorgplicht om te controleren of het beëindigen van voorzieningen aan een vreemdeling verenigbaar is met artikel 4 van het EU-Handvest en artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Maar Levanto is de Nederlandse Staat niet.

De organisatie is een private instelling. Volgens de rechter is niet gebleken dat de internationale verplichtingen van de Staat via wetgeving, een overeenkomst of de statuten van Levanto bij de zorgorganisatie zijn neergelegd. Dat Levanto Wmo-taken uitvoert en geen commerciële organisatie is, verandert dat niet.

Ook de jarenlange relatie tussen Levanto en de Angolese man verplicht de instelling volgens de rechter niet om hem voor onbepaalde tijd te blijven huisvesten. Levanto heeft juist bij hoge uitzondering en uit coulance jarenlang ondersteuning voortgezet nadat de Wmo-beschikking al was vervallen.

De rechter vindt bovendien dat Levanto een redelijke termijn heeft gehanteerd. In februari werd, in overleg met de advocaat van de man, afgesproken dat de tijdelijke woonruimte tot eind april beschikbaar zou blijven. Het moet voor de man daarom duidelijk zijn geweest dat hij met vertrek per 30 april instemde.

Daarmee staat juridisch vast dat hij moet vertrekken. De rechtbank noemt zijn situatie weliswaar "uiterst betreurenswaardig", maar dat is onvoldoende om Levanto te verplichten de huisvesting voort te zetten. De humanitaire argumenten kunnen de ontruiming niet tegenhouden.

Ondertussen loopt zijn juridische strijd over zijn verblijf in Nederland verder. Op 20 juli zou bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, een behandeling plaatsvinden van zaken over zowel zijn opvang als zijn verblijfsstatus, waarbij een beroep wordt gedaan op het zogenoemde 'buiten schuld'-criterium. Die behandeling is voor onbepaalde tijd uitgesteld. De rechtbank wacht op bericht van de Angolese ambassade.

Gratis nieuwsbrief, niks meer missen
Wilt u ook van maandag tot en met zaterdag vóór 6.00 uur het laatste nieuws over Maastricht in uw mailbox? Meld u dan gratis aan voor de nieuwbrief van De Nieuwe Ster. Meer dan 20.000 trouwe lezers gingen u al voor. Het enige wat wij van u vragen

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden