Inhoudsopgave
Op 26 mei 1785 overleed de drieëntachtigjarige Lucretia Petronella ten Hage. Zij woonde aan het Vrijthof en was al ruim vijftien jaar weduwe van Urbanus Ross. Haar echtgenoot was als plaatsmajoor belast met het dagelijkse militaire bestuur en de handhaving van de orde binnen de vestingstad Maastricht.
Een dag na haar overlijden betrad notaris Melghior Corstius het woonhuis van de weduwe Ross.
Hij werd onder meer vergezeld door Johan Petrus Petit, die door Lucretia Petronella ten Hage tot executeur-testamentair was benoemd. Tijdens het bezoek verzegelde de notaris alle kasten en laden in het sterfhuis. Daarmee werd voorkomen dat bezittingen uit het sterfhuis zouden worden weggenomen.
Een graf in de Sint-Janskerk
Op 30 mei, vier dagen na haar overlijden, vond de uitvaart van de weduwe Ross plaats. Omdat zij tot het protestantse deel van de bevolking behoorde, kreeg zij een graf in de Sint-Janskerk. In het begraafregister van de kerk is vermeld dat zij begraven werd in de koorkelder, een plek waar vooral welgestelde inwoners van Maastricht hun laatste rustplaats vonden. Op 14 juni, twee weken na de begrafenis, keerde notaris Corstius terug naar het sterfhuis aan het Vrijthof, samen met de executeur-testamentair en twee getuigen. Ditmaal om een begin te maken met de inventarisatie van de bezittingen van de weduwe Ross. Kamer voor kamer begaf de notaris zich door het huis aan het Vrijthof en verbrak hij de door hem aangebrachte zegels. De notaris had meerdere dagen nodig om alle bezittingen in kaart te brengen. Alles wat hij aantrof, werd nauwgezet genoteerd. Niets ontsnapte aan de aandacht van notaris Corstius.

Een hemelbed
In de slaapkamer van de weduwe bevond zich onder meer een hemelbed met blauwe bedgordijnen. Twee kristallen kroonluchters met koperen blakertjes zorgden voor de verlichting. In meerdere grote spiegels, waaronder een exemplaar met een vergulde lijst, had Lucretia Petronella zichzelf bewonderd tijdens haar leven. De notaris opende een buffetkast in de slaapkamer. Hierin bevond zich kostbaar zilverwerk, waaronder kandelaars, een poederdoos, lepels, vorken, messen, een knipbeurs en een snuifdoos. In de buffetkast bevond zich ook een zilveren mergboor. Een mergboor werd gebruikt om merg uit gekookte beenderen te halen. Merg werd beschouwd als een lekkernij.

De grote welvaart van de weduwe Ross blijkt onder meer uit het bezit van een zilveren eau de la reine-doosje. Dit was een in het verleden gebruikt geurwater. Het werd ook wel Loderein genoemd. Loderein was een kostbare vloeistof die vooral door welgestelde mensen werd gebruikt. In het doosje bevond zich een sponsje of watje met geurwater, waarmee de huid kon worden gedept. Dergelijke doosjes werden door vrouwen bij zich gedragen.
Uitzicht over het Vrijthof
De voorkamer van het huis had uitzicht over het Vrijthof. In deze kamer bevond zich een grote hoeveelheid schilderijen, waaronder familieportretten. De aanwezigheid van twee portretten van de prins en prinses van Oranje wijst mogelijk op orangistische sympathieën. Waarschijnlijk waren dit portretten van erfstadhouder Willem V en zijn echtgenote, Wilhelmina van Pruisen. Ook een portret van baron van Aylva, die tot zijn overlijden in 1772 de militaire gouverneur van Maastricht was geweest, sierde de voorkamer. De notaris had meerdere bladzijden nodig om de enorme rijkdom in de voorkamer te beschrijven. Een met zijde beklede armstoel, een staande klok, Chinees porselein, koffie- en theekopjes, kopjes voor het drinken van warme chocolade, Chinese dienbladen en een bureau: er kwam geen einde aan.
Een boekenkast vol verre werelden
De boekencollectie van de weduwe Ross trok mijn bijzondere aandacht. Of de collectie aangelegd werd door Urbanus Ross of door Lucretia Petronella ten Hage blijkt niet uit de inventaris. Notaris Corstius noteerde onder meer de aanwezigheid van een atlas. Diverse werken van de Nederlandse dichter, jurist en politicus Jacob Cats (1577-1660) behoorden tot de boekencollectie. Ook woordenboeken en religieus georiënteerde boeken bevonden zich in de boekenkast, evenals geneeskundige boeken en geschiedenisboeken.
Reisbeschrijvingen ontbraken niet in de boekencollectie. In een tijd waarin de wereld buiten Maastricht voor de meeste mensen ver weg was, boden dergelijke boeken een venster op verre en vaak onbekende werelden. Tot de boekencollectie behoorden onder meer de reisbeschrijvingen van Jean Dumont (1667-1727). Dumont had door grote delen van Europa en het Ottomaanse Rijk gereisd. Hij beschreef niet alleen de steden en monumenten die hij bezocht, maar ook de mensen, hun gebruiken, godsdiensten en levenswijze. Tussen de boeken stond ook ’t Groot Waerelds Tafereel van Jacobus Basnage (1653-1723), een overzicht van de geschiedenis, landen, volkeren en godsdiensten van de wereld.
Ook een reisverslag van Samuel de Champlain (ca. 1570-1635) behoorde tot de nalatenschap. De Franse ontdekkingsreiziger en cartograaf verkende in het begin van de zeventiende eeuw delen van Noord-Amerika. Zijn geschriften boden Europese lezers een beeld van de voor hen grotendeels onbekende wereld van Nieuw-Frankrijk, met beschrijvingen van het landschap, de natuur en de inheemse bevolking.
Schilderkunst
Uit de beschrijving van de boeken blijkt dat in het huis aan het Vrijthof een grote belangstelling voor schilderkunst bestond. Zo behoorde tot de collectie een exemplaar van de Catalogus of Naamlijst van Schilderijen van Pieter ter Westen, een in 1779 verschenen overzicht van schilderijen die gedurende enkele decennia in Holland waren verkocht, met vermelding van hun prijzen. Ter Westen (1714-1798) was zelf schilder. Zijn catalogus was een belangrijk naslagwerk voor liefhebbers en verzamelaars van schilderkunst. Ook de aanwezigheid van twee delen van De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessenwijst op een grote belangstelling voor schilderkunst. Het werk werd geschreven door de schilder Arnold Houbraken (1660-1719) en verscheen in drie delen tussen 1718 en 1721. De reeks bevat honderden biografieën van kunstenaars uit de zeventiende eeuw.
Het dagelijks leven in de stad
De beschrijving van de bezittingen van de weduwe Ross is te omvangrijk om er in dit verhaal volledig aandacht aan te besteden. Wat notaris Corstius aantrof in het huis aan het Vrijthof geeft ons ruim 240 jaar later een opmerkelijk inkijkje in het dagelijks leven van een welgestelde weduwe in het achttiende-eeuwse Maastricht. De akte van notaris Corstius uit 1785 is niet uniek in zijn soort. Het archief van de Maastrichtse notarissen uit de achttiende eeuw bevat vele honderden van dit soort akten. Maastrichtse notarissen beschreven bovendien niet alleen de bezittingen van welgestelde inwoners, maar ook die van mensen uit andere sociale milieus. Een bestudering van deze boedelbeschrijvingen kan ons dan ook veel leren over het dagelijks leven in de stad.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.