Inhoudsopgave
Op 20 juli 1897 verscheen in het Dagblad van Maastricht een advertentie van “Café au Phare”. Bekend werd gemaakt dat “versche Zeeuwsche Mosselen” waren ontvangen (en dus geserveerd konden worden). De uitbater van het café noemde zich “L. Tilly”. Bij het bestuderen van diverse andere dagbladen ontdekte ik dat dit café gevestigd was op het adres Onze Lieve Vrouweplein 26. Op dat adres tref je tegenwoordig Eetcafé de Lanteern aan. Als je een Frans woordenboek raadpleegt, dan kun je lezen dat “phare” het Franse woord voor “vuurtoren” of “lichttoren” is. Het is dan niet bijzonder lastig om te raden waar de naam “de Lanteern” vandaan komt. Zes jaar lang, in de periode 1896-1902, was “L. Tilly” de uitbater van “Café au Phare”. Uiteraard werd ik erg nieuwsgierig. Wie was deze uitbater? Met plezier neem ik de lezers van De Nieuwe Ster weer mee op een mooie tijdreis.

Het Maastrichtse bevolkingsregister
Om de identiteit van “L. Tilly” te achterhalen, besloot ik het bevolkingsregister van Maastricht te raadplegen. Op de website van het Historisch Centrum Limburg (HCL) is te lezen dat op 19 oktober 1849 bij Koninklijk Besluit een algemene volkstelling in geheel Nederland werd voorgeschreven. De gegevens van deze derde volkstelling moesten vanaf 1 januari 1850 door de gemeenten worden bijgehouden in bevolkingsregisters. Dit laatste werd bepaald bij Koninklijk Besluit van 22 december 1849. De Gemeente Maastricht heeft deze bevolkingsregisters vanaf 1 januari 1850 aangelegd op grond van de gehouden volkstelling van november 1849. Leuk feitje op de website van het HCL: op 31 december 1851 werd voor de Gemeente Maastricht een feitelijk bevolkingsaantal opgegeven van 26.486 personen, waarvan 13.387 vrouwen en 15.098 mannen.
Tijdens de bestudering van het bevolkingsregister over de periode 1890-1920 kon ik “L. Tilly” identificeren als Ludovicus Tilli, wiens roepnaam blijkbaar Louis was. De oplettende lezer ziet gelijk een verschil in de schrijfwijze van de familienaam. In advertenties in dagbladen werd Louis steevast Tilly genoemd, terwijl hij officieel dus Tilli heette. Was het een zich telkens herhalende fout in de dagbladen? Of vond Louis dat Tilly “chiquer” oogde? Volgens het bevolkingsregister was hij koffiehuishouder van beroep. Uiteraard werd in die tijd in koffiehuizen meer dan enkel koffie geschonken. Het bier vloeide er rijkelijk. Op 10 juli 1896 werd Louis samen met zijn echtgenote Maria Margaretha Helena Bellefroid en hun kinderen ingeschreven op het adres Onze Lieve Vrouweplein 26. Zijn echtgenote was op dat moment in blijde verwachting. Op 3 december van dat jaar beviel zij in haar nieuwe woning op het Onze Lieve Vrouweplein van een dochter.

De verhuizing naar de “Pays Bas”
In het bevolkingsregister werd op 19 juli 1902 geregistreerd dat het gezin Tilli-Bellefroid was verhuisd naar het adres Vrijthof 7. Net zoals heden ten dage, was ook in 1902 op dat adres “Aux Pays Bas” gevestigd, in die tijd zowel een hotel als een café-restaurant. Louis nam in dat jaar 1902 de exploitatie van Aux Pays Bas over van zijn familie. Zijn moeder Lucia Frederica Humblet, weduwe van Joannes Marcellus Tilli, verhuisde in dat jaar van Vrijthof 7 naar de Maastrichter Brugstraat 20. Louis kwam uit een echte horecafamilie, want zijn in 1884 overleden vader stond geregistreerd als herbergier, en meerdere van de broers van Louis waren ook werkzaam in de horeca.
Bijzonder lang kon Louis Tilli niet genieten als eigenaar van Aux Pays Bas. Op 1 september 1911 blies hij zijn laatste adem uit, slechts drieënveertig jaar oud. Louis overleed aan de gevolgen van erysipelas. Erysipelas, ook wondroos of belroos genoemd, is een acute ontsteking van de diepe lagen van de huid en het onderhuidse weefsel. De ontsteking wordt gekenmerkt door een scherp begrensde vuurrode en gezwollen huid, pijn, hoge koorts met koude rillingen, vermoeidheid, duizeligheid, flauwte, hoofdpijn en soms braken. In de volksmond wordt deze aandoening ook wel ‘het vuur' genoemd. Maria Margaretha Helena Bellefroid, de weduwe van Louis, zou hem nog achtendertig jaar overleven. Zij overleed in Luik op tachtigjarige leeftijd op 18 februari 1949.
