Inhoudsopgave
De historische spoorbrug over de Maas in Maastricht staat opnieuw volop in de Belgische belangstelling. De Belgische federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke sprak maandag in Hasselt met bestuurders, spoororganisaties en belangenverenigingen over twee grensoverschrijdende spoorprojecten. Op de agenda stond nadrukkelijk ook de mogelijke heractivering van spoorlijn 20 tussen Hasselt, Lanaken en Maastricht.
Volgens de Belgische deelnemers aan het overleg is de situatie urgent. Nederland onderzoekt al geruime tijd de mogelijkheid om de ongebruikte spoorbrug in Maastricht af te breken. De brug zou volgens de gemeente en Rijkswaterstaat hoge onderhoudskosten met zich meebrengen en bovendien een belemmering vormen voor de scheepvaart op de Maas. In Maastricht gaan ook stemmen op om de brug in de toekomst een recreatieve functie te geven als fiets- en wandelverbinding.
Voor de voorstanders van het re-activeren van spoorlijn 20 zou de sloop van de spoorbrug echter definitief een streep zetten door een rechtstreekse treinverbinding tussen de twee Limburgse hoofdsteden. Vlaanderen ziet de spoorlijn al jaren als een kansrijk alternatief voor de afgeblazen Spartacustram. Via een aansluiting bij Beverst zou een treinverbinding tussen Hasselt en Maastricht relatief eenvoudig kunnen worden gerealiseerd.
De discussie over de spoorbrug leeft zeker ook in Maastricht. De Nieuwe Ster berichtte eerder dat verschillende organisaties en deskundigen juist pleiten voor behoud van de brug. Daarbij wordt niet alleen gewezen op het belang voor de regionale bereikbaarheid, maar ook op de strategische betekenis van de verbinding binnen Europa. Met een heropende spoorlijn ontstaat immers een nieuwe internationale corridor van Hasselt via Maastricht naar Aken en uiteindelijk zelfs richting Keulen.
Daarnaast wordt de verbinding gezien als een belangrijke schakel voor de ontwikkeling van de Euregio Maas-Rijn. Een directe treinverbinding zou de economische samenwerking tussen Zuid-Limburg, Belgisch-Limburg en de Duitse grensregio versterken en de bereikbaarheid van onderwijsinstellingen, bedrijven en de Brightlands Maastricht Health Campus verbeteren.
In België groeit ondertussen de politieke steun voor het project. Tijdens het spooroverleg in Hasselt trokken Limburgse politici, werkgeversorganisaties en reizigersverenigingen gezamenlijk op om het belang van grensoverschrijdende spoorverbindingen onder de aandacht van minister Crucke te brengen. Volgens initiatiefnemer en federaal parlementslid Alain Yzermans is het belangrijk dat de provincie „als één Limburgs front” optreedt.
De Belgische belangenverenigingen wijzen bovendien op het Europese TEN-T-beleid, waarmee de Europese Unie lidstaten stimuleert om ontbrekende grensoverschrijdende spoorverbindingen te herstellen. Momenteel beschikt Vlaanderen slechts over één rechtstreekse spoorverbinding met Nederland, tussen Essen en Roosendaal. Een verbinding via Maastricht zou daarom niet alleen van regionaal, maar ook van internationaal belang zijn.
Of het overleg in Hasselt daadwerkelijk leidt tot nieuwe stappen, is nog onduidelijk. De Nederlandse plannen rond de spoorbrug bevinden zich nog in voorbereiding, maar de tijd begint te dringen. Mocht de brug verdwijnen, dan verdwijnt ook de mogelijkheid om spoorlijn 20 ooit nog te reactiveren.
De discussie over een oude spoorbrug in Maastricht is uitgegroeid tot een dossier met grote gevolgen voor de mobiliteit in de hele Euregio. Voor de voorstanders van de verbinding is de boodschap helder. Wie de deur naar een toekomstige treinverbinding tussen Hasselt en Maastricht open wil houden, zal eerst de spoorbrug over de Maas moeten behouden.



