Inhoudsopgave
Door Peter Paul Muijres
Juist kleine, lokale partijen hebben ondersteuning nodig. Landelijke partijen als Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren kunnen terugvallen op kennis, ervaring en slagkracht binnen hun eigen organisaties. Een eenmansfractie zonder landelijke of provinciale achterban heeft die hulp niet vanzelfsprekend.
Daarom vind ik de kritiek van FvD en PvdD op de voorgestelde raadsondersteuning te kort door de bocht. In hun bijdrage, waarover De Nieuwe Ster gisteren schreef, noemen zij de vergoeding „riant” en vrezen zij dat geld bij familieleden en bekenden terechtkomt.
Maar „riant” is een oordeel. Het betekent dat een vergoeding ruim boven het gemiddelde zou liggen voor het werk dat ervoor wordt gedaan. Dat is een aanname. Ook de suggestie dat geld naar familieleden of bekenden zal gaan, is een aanname. Zo’n suggestie wekt bovendien twijfel aan de betrouwbaarheid van partijen die de regeling willen invoeren. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten?
Ook de stelling dat een- of tweemansfracties dit werk makkelijk aankunnen, als hun leden maar capabel zijn, is een aanname. Daarmee wordt rechtstreeks getwijfeld aan de capaciteiten van collega’s die de nieuwe vergoeding steunen.
In de discussie worden bovendien raadsleden en burgerraadsleden op één hoop gegooid. Raadsleden ontvangen een maandelijkse vergoeding; voor burgerraadsleden geldt die niet. Zij krijgen alleen een beperkte, wettelijk vastgelegde vergoeding voor hun aanwezigheid. Dat zijn verschillende functies en vergoedingen, en die moet je niet met elkaar verwarren.
Ook ik twijfel of een betaalde fractieondersteuner de beste oplossing is. Ik zie meer in een hogere vergoeding voor burgerraadsleden, die nu slechts een minimale vergoeding krijgen. Combineer dat met een professionele griffie die toegankelijk is en snel ondersteuning biedt, en het raadswerk wordt voor fractieleden beter te doen als nevenfunctie.
Voor grotere partijen met meerdere zetels en een landelijke organisatie vind ik een aparte ondersteuningsvergoeding minder voor de hand liggen. Wie gelijke kansen wil bieden, moet daarom kijken naar een regeling op maat voor kleine fracties en eenmansfracties zonder landelijke of provinciale binding. Dat vraagt creativiteit, maar juist daar ligt de uitdaging: zorgen voor een gelijk speelveld zonder iedereen over één kam te scheren.



Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.

