Inhoudsopgave
Op vrijdagavond 20 september 1974 ontstond een ruzie in een Maastrichts café. Een gast had een minachtende opmerking gemaakt over de vriendin van een andere gast. Een knokpartij volgde. Hierbij werd de gast die de opmerking had gemaakt op zijn rug op een tafel geworpen. De vriend van de beledigde dame pakte vervolgens zijn stiletto en doorploegde daarmee, in de woorden van de officier van justitie, de buik van het slachtoffer als een boer die zijn akker omploegt.
Vrijwel al zijn darmen werden doorsneden. Wonder boven wonder overleefde het slachtoffer deze slachtpartij. De Maastrichtse rechtbank veroordeelde de dader tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden.
Geweldplegingen, en zelfs moordaanslagen, zijn niet uitsluitend iets van deze tijd. Het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek, digitaal te raadplegen via Delpher, biedt een bijzondere inkijk in het geweld dat zich vroeger in Maastricht en omgeving afspeelde. Niet zelden speelden liefde en overspel daarbij een rol.
Een messteek in het hoofd
Het landbouwersgezin Mourmans-Pasmans woonde op de Cannerweg bij de Sint-Servaasbron. Op vrijdagavond 30 september 1927 werd het gezin opgeschrikt door een luid geroep om hulp. De zestienjarige zoon des huizes kwam strompelend naar het ouderlijk huis. Hij bloedde hevig uit een wond aan zijn voorhoofd. Kort na aankomst zakte hij dood in elkaar. Hij bleek met een mes in het hoofd te zijn gestoken. De achtentwintigjarige ‘G.C.’ werd wegens opzettelijke zware mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar.
Ruzie om een meisje
De vijfentwintigjarige Pierre Lassau en de twintigjarige Guillaume Dams bezochten allebei de kermis in Heer. Ze kregen ruzie om een meisje. Pierre mishandelde Guillaume zo zwaar dat deze aan zijn verwondingen bezweek. Zijn schedel bleek te zijn ingetrapt. Volgens zijn overlijdensakte overleed hij op 9 juni 1900 om elf uur ’s ochtends. Hij woonde bij zijn moeder Maria Hubertina Thijssen in de Plankstraat 12. Voor zijn moeder moet het overlijden van haar zoon een ramp zijn geweest. Nog geen drie weken eerder, op 20 mei, had zij haar echtgenoot, de fabrieksarbeider Henricus Dams, verloren. Op 27 maart 1901 hertrouwde de vierenveertigjarige weduwe Maria Hubertina Thijssen met de zeven jaar jongere weduwnaar Johannes Ludovicus Labrouche.
Een zelfdoding in de Raamstraat
Op maandagochtend 14 april 1890 liep de gepensioneerde Oost-Indische soldaat Emile Cordonnier de herberg van de weduwe Blattner in de Raamstraat binnen. Hij was hier vroeger in de kost geweest. Eenmaal binnen schoot hij met een revolver op twee vrouwen die in de herberg werkzaam waren. Emile schoot mis. Toen de weduwe Blattner naar beneden liep om te kijken wat er aan de hand was, schoot Emile op haar. De kogel raakte haar wang. Vervolgens richtte hij de revolver op zichzelf en schoot in de richting van zijn hart. Een half uur later overleed hij.

Een overspelige vrouw in de Bogaardenstraat
Op maandag 25 juni 1934 deed de rechtbank in Maastricht uitspraak in een geruchtmakende zaak. Het betrof de moordaanslag in de Bogaardenstraat op de arbeider Johannes Beckers. Johannes werd daarbij in de kaak geschoten. Voor deze aanslag waren twee personen gearresteerd: Maria Josephina Torenent, de vierendertigjarige echtgenote van Johannes, en haar minnaar, de vijfentwintigjarige muzikant en kapper ‘Joh. A. I.’. De echtgenote werd wegens medeplichtigheid veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden. De minnaar kreeg vijf jaar gevangenisstraf.
Nog voordat de veroordeling plaatsvond, werd het huwelijk tussen Johannes Beckers en Maria Josephina Torenent door echtscheiding ontbonden. Op 5 maart 1941, bijna zeven jaar na haar veroordeling, hertrouwde Maria Josephina Torenent. Opvallend is dat zowel haar eerste echtgenoot als haar minnaar jonger waren dan zij. Ook haar tweede echtgenoot was aanzienlijk jonger. Maria Josephina Torenent was tweeënveertig jaar toen zij hertrouwde met de zesentwintigjarige Emile Jean Léon Monfrance. Ook dit huwelijk bleek geen succes te zijn. Bij vonnis van 2 maart 1950 sprak de rechtbank in Maastricht de scheiding van tafel en bed uit. De procedure was aangespannen door Maria Josephina Torenent. Ze overleed in Maastricht op 16 januari 1965.
Revolverschoten in de Capucijnenstraat
Ook de echtgenote van de achtentwintigjarige ‘K.’ had een verhouding met een andere man, de tweeëndertigjarige ‘P.’. Zij was zelfs bij ‘P.’ gaan wonen in de Capucijnenstraat. ‘K.’ accepteerde dit niet en zocht in april 1932 de confrontatie op. Hij en ‘P.’ kregen een woordenwisseling. ‘K.’ schoot tweemaal met een revolver op ‘P.’ Een van de kogels trof ‘P.’ in de buik. In levensgevaarlijke toestand werd hij overgebracht naar het ziekenhuis Calvariënberg. ‘K.’ werd gearresteerd. Hij had de met meerdere patronen geladen revolver nog bij zich.

Messteken in de Tafelstraat
Een zekere ‘N.’ stond al een tijdje op ‘vriendschappelijke voet’ met de echtgenote van de mijnwerker ‘L.’, die in de Tafelstraat woonde. In de veronderstelling dat de vrouw alleen thuis was, klopte ‘N.’ op zondagochtend 6 januari 1929 aan bij het huis in de Tafelstraat. Tot zijn grote verrassing deed niet de vrouw open, maar haar echtgenoot ‘L.’. ‘N.’ sloeg op de vlucht. Hij werd echter in de Tafelstraat ingehaald, waar ‘L.’ hem viermaal met een mes stak.
Pieterstraters en Raamstraters
In 1904 bestonden twee vijandelijke groepen in Maastricht. De ene groep woonde in de Sint Pieterstraat en werd aangeduid als ‘Pieterstraters’; de andere groep woonde in de Raamstraat en stond bekend als ‘Raamstraters’. Op zondagavond 25 september 1904 liep het opnieuw uit de hand. Pieterstraters en Raamstraters gingen met elkaar op de vuist. De Raamstrater Rassin raakte hierbij levensgevaarlijk gewond toen de Pieterstrater ‘K.’ hem met een mes in de borst stak. Rassin werd onmiddellijk overgebracht naar het ziekenhuis Calvariënberg. De dader werd nog diezelfde nacht opgepakt door de politie.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.