Inhoudsopgave
Vorig jaar schreef ik al een keer eerder over de veelgehoorde uitspraak “Mestreech is neet mie vaan de Mestreechtenere”. Inwoners die hun wortels buiten Zuid-Limburg hebben liggen, worden vaak aangeduid als ‘Hollanders’, terwijl inwoners van het Zuid-Limburgse ‘platteland’ gezien worden als ‘boeren’. Met name de ‘Hollandse’ inwoners van de stad worden door ‘echte’ Maastrichtenaren vaak ervan beticht dat zij het schuld zijn dat de identiteit van Maastricht is veranderd.
Ik schreef toen dat de vermeende verhollandsing van de stad zeker geen recent verschijnsel is. Het proces begon al in 1632, toen stadhouder Frederik Hendrik namens de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden Maastricht veroverde. Ik toonde in dat verhaal overigens aan dat veel ‘echte’ Maastrichtenaren juist afstammen van ‘Hollanders’ die onder meer in de negentiende eeuw naar Maastricht verhuisden. Zonder die ‘Hollandse’ import hadden die betreffende Maastrichtenaren niet nu rondgelopen in de stad.
Was mijn moeder een halve ‘boerin’?
Wanneer ben je nou een ‘echte’ Maastrichtenaar volgens de kenners in de stad? Mijn overgrootvader Léon Vrancken zag in 1875 het levenslicht in Geulle. Hij verhuisde aan het begin van de twintigste eeuw naar Maastricht, waar hij mijn overgrootmoeder, de in 1873 in Echt geboren Trui Geraets, leerde kennen. Het resultaat was dat mijn opa René Vrancken in 1911 aan de Spoorweglaan werd geboren. Mijn opa had dus geen Maastrichtse ouders. Ben ik dan een ‘echte’ Maastrichtenaar? Ik ben in ieder geval wel de vierde generatie die in Maastricht woont. Mijn andere opa, Joep Caenen, kwam in 1915 in Margraten ter wereld. Hij werd verliefd op mijn in 1921 in de Kattenstraat geboren oma Truus Menten. Mijn moeder Marie-Louise Caenen zou je dan kunnen bestempelen als een halve ‘boerin’. Mijn oma Truus Menten is ook geen volbloed Maastrichtse. Haar vader Peter Menten kwam namelijk uit Roermond, waar hij in 1887 werd geboren. Slechts twee van mijn acht overgrootouders zijn in Maastricht geboren, en dan ook nog eens allebei in Wyck, wat vaak ook niet wordt gezien als het ‘echte’ Maastricht. Louis Cremers, de moederlijke opa van mijn vader, werd in 1878 in de Rechtstraat geboren.Helena Cuijpers, de moederlijke oma van mijn moeder, kwam in 1892 op de Hoge Barakken ter wereld. Mag ik mij een Maastrichtenaar noemen? Of de ‘geleerden’ het eens zullen worden, betwijfel ik.
De Beeldenstorm
Vorige maand en deze maand verzorgde ik twee keer een Maastrichtse geschiedenisles in de prachtige Cellebroederskapel bij de Brusselsestraat. Ik behandelde daarbij de periode 1500-1814. In het jaar 1500 werd de latere keizer Karel V geboren, één van de twee heren van de tweeherige stad Maastricht. Het jaar 1814 markeert de val van Napoleon, en het vertrek van de Fransen uit de stad. Belangrijke gebeurtenissen in onze stadsgeschiedenis passeerden de revue. Ik vertelde bijvoorbeeld over de Beeldenstorm, die plaatsvond tussen augustus en oktober 1566. Dit was een vernieling op grote schaal van heiligenbeelden en andere objecten van katholieke religieuze plaatsen door calvinisten in de Nederlanden. In die periode werden vele kerken geschonden en het interieur ervan vernield. In Maastricht werd onder meer de Sint Matthijskerk zwaar getroffen. De Beeldenstorm, en het feit dat Maastricht van groot strategisch belang was, deed de Spaanse landvoogdes Margaretha van Parma, een buitenechtelijke dochter van keizer Karel V, in april 1567 besluiten een vast garnizoen te legeren in Maastricht. De garnizoensstad Maastricht was daarmee geboren. Dit feit, de constante aanwezigheid van duizenden militairen in de stad, was zeer bepalend voor de identiteit van de stad.

Maar ook de Spaanse Furie (1576), waarbij de Spanjaarden de stad wisten te heroveren, kreeg aandacht. Tijdens deze Spaanse Furie vonden in Maastricht moordpartijen, brandstichtingen en plunderingen plaats. Vele Maastrichtenaren kwam hierbij om het leven. Ook in 1579 viel de opstandige stad Maastricht ten prooi aan de Spanjaarden. Na die bloedige verovering van 1579 zou Maastricht nog tot 1632 mede onder het gezag van de Spaanse koningen vallen. In dat jaar 1632 wisten de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden Maastricht onder hun heerschappij te brengen. Het ‘Hollandse’ tijdperk ving daarmee aan.
De Maastrichtse bakkersfamilie Tans
Hoe bijzonder zou het zijn als je als inwoner van Maastricht kunt zeggen dat je voorouders al die belangrijke, en helaas ook bloedige, gebeurtenissen in en rondom de stad van dichtbij hebben meegemaakt en daarmee onderdeel werden van de geschiedenis? Tijdens mijn betoog in de Cellebroederskapel vertelde ik dat ik zeer geïnteresseerd ben in de geschiedenis van Maastrichtenaren die normaal nooit aandacht krijgen in geschiedschrijving. Het zijn de Maastrichtenaren die in de loop van de geschiedenis verdwenen zijn in het duister van het verleden. Zogenaamd omdat ze onbelangrijk waren. Maar niets is minder waar.
Via mijn eerdergenoemde overgrootmoeder Helena Cuijpers (1892-1966) heb ik veel Maastrichtse en Wyckse voorouders. Zo is deze overgrootmoeder een nakomeling van de Maastrichtse bakkersfamilie Tans die op de Brusselsestraat woonde. Haar overgrootmoeder Elisabeth Tans werd op 15 september 1794 gedoopt in de verdwenen Sint Jacobskerk, gelegen op de hoek van de Bredestraat en de Sint Jacobstraat. Vier dagen nadat haar ouders, de bakker Joannes Tans en diens echtgenote Anna Elisabeth Thuijs, haar hadden laten dopen, arriveerde een Franse troepenmacht van 35.000 militairen bij Maastricht. Uiteindelijk moest de stad na een beleg van anderhalve maand capituleren. Maastricht zou vervolgens twintig jaar lang een Franse stad blijven.
Peter Hermans en Maria Bringhmans waren betovergrootouders van de hiervoor genoemde Elisabeth Tans. Zij trouwden op 3 maart 1669 in de Sint Jacobskerk, en zouden dus in 1673 de verovering van de stad door Lodewijk XIV (de Zonnekoning) meemaken. Een dergelijke verovering van de stad moet veel indruk hebben gemaakt op de bevolking.

De smokkel van tabak
Dankzij mijn overgrootmoeder Helena Cuijpers kan ik dus stellen dat ik een echte Maastrichtse afstamming heb. Maar zo’n Maastrichtse afstamming kan ook uit onverwachte hoek komen. Mijn eerder genoemde overgrootmoeder Trui Geraets (1873-1964) kwam in Echt ter wereld. Haar voorouders woonden vrijwel allemaal in Echt en omgeving. Ook heeft zij voorouders uit Tegelen. Achter één van die voorouders van haar zit een interessante geschiedenis. Joseph Emonts was zijn naam. Hij was schoolmeester van Echt. In 1806 overleed hij in zijn huis op de Bovenstestraat in Echt. Hij werd op 20 maart 1731 gedoopt in Beegden. Het bijzondere is dat zijn ouders, Joannes Emonts en Joanna Swinnen, op 7 februari 1722 trouwden in de Sint Jacobskerk in Maastricht. De eerste vier kinderen uit dit huwelijk werden geboren in Maastricht. Joannes Emonts was zelf een Maastrichtenaar. Hij werd op 14 april 1693 gedoopt in de Sint Nicolaaskerk, destijds gelegen links van de Onze Lieve Vrouwekerk. Joannes kwam uit een gegoede familie. Zijn vader Nicolaas Emonts bekleedde diverse bestuurlijke functies. Zijn moeder Maria Tixhon kwam uit een vermogende bierbrouwerfamilie die in de Stokstraat woonde. Haar ouders Olivier Tixhon en Catharina Le Jeune trouwden op 5 december 1655 in de Sint Nicolaaskerk. Zij maakten, net zoals hun kinderen, in 1673 de verovering van de stad door Lodewijk XIV mee. De ouders van Catharina Le Jeune, bierbrouwer Paulus Le Jeune en diens echtgenote Maria de Lechij, waren nog getuigen geweest van de verovering van Maastricht in 1632 door stadhouder Frederik Hendrik. De overgang naar het ‘Hollandse’ tijdperk was een gebeurtenis die zij van dichtbij hebben meegemaakt.

Toen Joanna Swinnen in verwachting was van haar vierde kind deed zich een dramatische gebeurtenis voor. Joanna en haar echtgenoot Joannes Emonts woonden toen in de Grote Staat. Joannes was koopman van beroep. Een zus van Joannes had tabak de stad in gesmokkeld, en door een samenloop van omstandigheden raakte Joannes hierbij betrokken. Smokkel werd gezien als een ernstig delict. Zowel Joannes als zijn zus werden gevangengenomen. De bezittingen van het echtpaar Emonts-Swinnen werden in beslag genomen en verkocht. Het gezin raakte daardoor in de financiële problemen. Omdat de moeder van Joanna Swinnen afkomstig was uit Beegden zal dat de reden zijn geweest dat Joanna en haar man uiteindelijk naar Beegden zijn verhuisd. Was het om aan de publieke vernedering te ontkomen? Was het vanwege financiële problemen? Het zijn op dit moment allemaal vragen. En zo zie je maar dat je uit onverwachte hoek Maastrichtse voorouders kunt hebben.
Een notarisfamilie
Mijn connectie met de stad Maastricht gaat nog veel dieper. Ook mijn hiervoor genoemde opa Joep Caenen uit Margraten bleek namelijk een verrassende Maastrichtse afstamming te hebben. Zijn in 1824 in Klimmen geboren overgrootmoeder Anna Maria Catharina Steens is een nakomeling van Catharina Schaepen. In 1718 trouwde Catharina in Houthem met haar achterneef Joannes Steijns. De wieg van Catharina had echter in Maastricht gestaan, waar zij op 22 juli 1697 werd gedoopt in de Sint Jacobskerk. Catharina kwam uit een Maastrichtse notarisfamilie. Haar vader Reinier Schaepen was notaris in Maastricht, evenals haar oom Hendrick Michiel Schaepen en haar volle neef Godefridus Schaepen. Maar ook haar opa Henricus Schaepen en haar overgrootvader Gerardt Pamel waren notaris in Maastricht geweest. De familie Schaepen woonde aan het begin van de zeventiende eeuw al in Maastricht. De voorouders van Catharina hebben dus de veroveringen van 1632 en 1673 bewust meegemaakt.
Gerardt Pamel, de overgrootvader van Catharina Schaepen, was behalve notaris ook onder meer rentmeester van het kapittel van Onze Lieve Vrouw. Hij en zijn echtgenote Verona Peerkens woonden in de Cortenstraat, en later ook in de Wolfstraat. Herman Pamel, vader van Gerardt, was organist van de Onze Lieve Vrouwekerk. Het waren allemaal Maastrichtenaren die de bijzondere geschiedenis van de stad aan het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw meemaakten.
Spaanse Furie
Ik kon ook aantonen dat mijn Maastrichtse voorouders ten tijde van de Spaanse Furie (1576) en het beleg door de Spanjaarden (1579) in de stad woonden. De bakker Ghijs van Hern en zijn echtgenote Christijn van der Haegen woonden in een huis op de hoek van de Boschstraat en de Grachtstraat. Zij trouwden vijf maanden vóór het beleg van de stad in 1632 in de Sint Matthijskerk. Dankzij mijn afstamming van Christijn van der Haegen mag ik toch wel stellen dat ik zeer sterk verbonden ben met de bijzonder interessante geschiedenis van onze stad. Christijn werd vernoemd naar haar vaderlijke oma Christijn van de Werde, gehuwd met Lambert van der Haegen. De families Van der Haegen en Van de Werde woonden al in de stad toen de Spanjaarden in 1576 en 1579 een bloedbad in Maastricht aanrichtten. Tijdens mijn onderzoek in de Maastrichtse archieven ontdekte ik akten op basis waarvan ik kon concluderen dat die families al ver vóór die bloedige jaren in de stad vertoefden.
Mijn band met Maastricht gaat zelfs nog veel dieper. Zowel via mijn vader als mijn moeder stam ik bijvoorbeeld af van Willem van den Biessen die in de periode 1442-1459 de hoogschout was van het Brabants Hooggerecht in Maastricht. Je zit dan al in de late middeleeuwen. Hoe fantastisch is dat? Zou ik mij nu tóch een echte Maastrichtenaar mogen noemen? Wie het antwoord weet, mag het zeggen.
