Inhoudsopgave
De partij 50PLUS in de Maastrichtse gemeenteraad heeft, mede naar aanleiding van een artikel in De Nieuwe Ster, vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders of het wel wenselijk is om het gebruik van fatbikes te faciliteren.
Tijdens de recente domeinvergadering Economie en Cultuur stelde fractievoorzitter Bennie van Est van 50PLUS de vraag of bij het plannen van de bouw van de fietsenstalling van het nieuwe St. Maartenscollege in Maastricht-West, rekening wordt gehouden met andere dan de traditionele fietsen (fatbike-achtige constructies). Dit werd, namens wethouder Johan Pas, bevestigd. 50PLUS is echter van mening dat de gemeente primair moet sturen op veiligheid, duidelijk gedrag en handhaafbare regels en vraagt zich daarom af of het faciliteren van fatbikes bij een nieuwe schoollocatie daaraan bijdraagt.
Uit meerdere recente onderzoeken blijkt dat een grote meerderheid van de Nederlanders kritisch is op fatbikes en vraagt om strengere regels. Zo blijkt onder andere dat 82% van de Nederlanders (opgevoerde) fatbikes een groot probleem vindt, 86% zich onveilig voelt door fatbikes, 94% vindt dat fatbike-bestuurders vaak roekeloos rijden en tot slot ongeveer 82% van de Nederlanders fatbikes uit binnensteden wil weren.
Er bestaat brede maatschappelijke steun voor maatregelen zoals een helmplicht, minimumleeftijd en strengere handhaving. Tegen deze achtergrond vindt 50PLUS Maastricht het opmerkelijk dat de gemeente Maastricht er kennelijk voor kiest fatbikes juist te faciliteren bij een nieuwe schoollocatie in Maastricht-West.
Burgerraadslid Willy Bronckers formuleerde, samen met fractievoorzitter Bennie van Est, daarom vragen aan het college van B&W.
- Is het college van mening dat het actief faciliteren van fatbikes bij een nieuwe schoollocatie past binnen het huidige beleid ten aanzien van verkeersveiligheid en leefbaarheid?
- Op basis van welke beleidskaders is besloten om bij de inrichting van het Sint Maartenscollege expliciet rekening te houden met fatbikes?
- Onderschrijft het college dat het faciliteren van fatbikes door de gemeente kan worden opgevat als een aanmoediging van het gebruik van fatbikes?
- Hoe verhoudt deze keuze zich tot het hierboven geschetste brede maatschappelijke beeld waarin juist wordt aangedrongen op beperking, regulering en strengere handhaving van fatbike gebruik?
- Hoe waarborgt het college de verkeersveiligheid rondom het nieuwe St. Maartenscollege, gezien de hogere snelheden en het afwijkende gebruik van fatbikes?
- Op welke wijze de effecten van het gebruik van fatbikes (op het gebied van verkeersveiligheid, overlast en gebruik van fatbikes) wordt gemonitord?
Verder vraagt de partij of het college bekend is met voorbeelden van scholen in Nederland (maar ook in Belgisch-Limburg) waar het gebruik van fatbikes wordt beperkt of ontmoedigd vanwege veiligheids- en capaciteitsproblemen.
In meer algemene zin merkt de partij op dat in het nieuwe coalitieakkoord "Aon de geng!" de fatbike niet expliciet benoemt. Betekent dit dat het college geen onderscheid maakt tussen reguliere fietsen, e-bikes en fatbikes?

