Inhoudsopgave
De Oude Minderbroederskerk in de Sint Pieterstraat is één van de vele prominente historische gebouwen in Maastricht. Dit middeleeuwse kerkgebouw, ooit onderdeel van een klooster, is de absolute parel van het gebouwencomplex waar zowel het Historisch Centrum Limburg (HCL) als Tracé (voorheen bekend als het Sociaal Historisch Centrum Limburg) zijn gevestigd.
In de kerk is de studiezaal ondergebracht. Deze studiezaal behoort tot de mooiste studiezalen van Europa. De stad Maastricht mag daar trots op zijn. De serene rust die in de kerk hangt, en de imposante uitstraling van het gebouw, zorgen ervoor dat je je even in het middeleeuwse Maastricht waant.
Volgens het jaarverslag van het HCL over het jaar 2022 beheerde het HCL op dat moment meer dan tweeëntwintig (!) kilometer archiefmateriaal. En dat was enkel in Maastricht, want het HCL heeft ook nog een locatie in Heerlen. “Wat moet je met al dat oud papier?”, zullen veel mensen denken. Dankzij dat “oud papier” hebben we de mogelijkheid Maastrichtenaren uit het verre verleden te leren kennen. Mensen die het verdienen om uit het duister van het verleden gehaald te worden. Ga je weer mee op een reis door de tijd?

Een fatale maagzweer
Tot de indrukwekkende collectie van het HCL behoort onder meer een serie registers, startende in 1862, waarin de overlijdensoorzaken van Maastrichtenaren zijn opgetekend, evenals de locatie waar ze zijn begraven. Al bladerend door deze registers val je van de ene in de andere verbazing bij het lezen van de overlijdensoorzaken van al die Maastrichtenaren die vóór ons de stad hebben bewoond. Je beseft je gelijk in wat voor een bevoorrechte positie wij ons tegenwoordig bevinden, met alle medische kennis van deze tijd. Een maagzweer zorgt er anno 2026 in Nederland niet snel voor dat je komt te overlijden, maar op 30 september 1909 overkwam het de in de Drie Emmerstraat woonachtige Henricus Colier wel. Hij was pas zesentwintig lentes jong toen een maagzweer voor zijn einde zorgde. Volgens het Maastrichtse bevolkingsregister was hij werkzaam in een van de aardewerkfabrieken in de stad en woonde hij nog thuis bij zijn vader en stiefmoeder. De Drie Emmerstraat bestaat niet meer. Deze straat werd helaas geschiedenis toen de Wilhelminabrug aangelegd moest worden.
Overlijdens aan de gevolgen van diabetes tref je ook regelmatig aan in die uitermate belangrijke registers met overlijdensoorzaken. De bijna achtenvijftigjarige Maria Joanna Haemers uit de Kapoenstraat overleed hieraan op 4 augustus 1873. Diabetes werd op 15 maart 1888 ook fataal voor de zevenenveertigjarige Franciscus van der Molen, woonachtig op het adres Tongersestraat 24, waar hij een herberg dreef. Hij liet nog jonge kinderen na, waarvan de jongste pas zes jaar oud was. De weduwe van Franciscus van der Molen, de in Amby geboren Maria Helena Hubertina Poolen, hertrouwde ruim een jaar later.
De negenenzeventigjarige in de Maastrichter Grachtstraat woonachtige Michael Janssen moet ongetwijfeld een zeer pijnlijk einde hebben meegemaakt. Hij overleed op 10 juli 1874. Het register meldt als overlijdensoorzaak: “balzakgangreen bij waterzucht”. Vroeger was niet altijd de goede oude tijd.

Een Maastrichtse minister
De in 1824 in Wyck geboren Grégoire van den Bergh was in de periode 1883-1887 minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Zijn beide ouders overleden in 1873. Zijn in Margraten geboren moeder Maria Agnes Caenen (een verre verwante van mijn opa Joep Caenen) overleed op 30 juli van dat jaar aan de gevolgen van een darmontsteking. Ze was tachtig jaar oud op dat moment. Zijn drieënzeventigjarige vader Mathijs van den Bergh sloot nog geen drie maanden later, op 22 oktober, voor eeuwig zijn ogen. Een beroerte werd hem fataal. Grégoire zou zijn ouders nog bijna zeventien jaar overleven. Hij was vijfenzestig jaar oud toen hij op 27 mei 1890 overleed aan de gevolgen van een hartziekte. Bij zijn overlijden was hij woonachtig op het adres Vrijthof 13. Op dat adres vind je tegenwoordig het bekende Grand Café d’n Ingel. De Van den Berghstraat in Sint Maartenspoort is naar deze minister vernoemd.
Ook de achtenzestigjarige Pieter Lijnen woonde aan het Vrijthof (nummer 11) toen hij op 1 juni 1876 overleed. Als overlijdensoorzaak werd “verbranding” genoteerd. Was hij door een brand om het leven gekomen? Was hij in aanraking gekomen met kokend water? Ik heb het niet kunnen ontdekken. Op Vrijthof 11 was toen Café Suisse gevestigd, eigendom van zijn oudere broer Johannes Mathias Lijnen, waar hij inwoonde. Op dit adres is tegenwoordig Azië Tapas gevestigd.

Zuigelingen- en kindersterfte
Het sterftecijfer onder zuigelingen en jonge kinderen lag meer dan honderd jaar geleden zeer hoog. Lambertus Olivier overleed op 24 april 1864 aan de gevolgen van roodvonk. Hij was toen pas drie jaar oud. Zijn ouders, de mutsenmaker Joannes Ambrosius Olivier en diens echtgenote Catharina Smal, woonden in de Bokstraat, de tegenwoordige Kesselskade. Roodvonk was in de negentiende eeuw een belangrijke doodsoorzaak onder kinderen.
Onder zuigelingen was “Paedatrofie” een regelmatig terugkerende oorzaak van overlijden. Dit was een ziektetoestand waarbij een zuigeling zeer sterk vermagerd raakte, meestal veroorzaakt door slechte voeding en hygiëne. De letterzetter Karel Alphons Grim en de strijkster Anna Josephina van den Berg, woonachtig in de Sint Jacobstraat 8, verloren op die wijze op 17 augustus 1900 hun vier maanden oude zoontje Joseph Marius Grim. De beide ouders zouden een paar jaar later komen te overlijden. Karel Alphons Grim overleed op 12 december 1903 door longtuberculose. Hij was toen tweeënveertig jaar oud. Anna Josephina van den Berg sloot op 4 februari 1904 voor eeuwig haar ogen. Ook haar was longtuberculose fataal geworden.
Petrus Hubertus Menten en Helena Cuijpers, de ouders van de bekende muzikant Thei Menten (de Vogel), verloren drie van hun negen kinderen op zeer jonge leeftijd. Op 6 januari 1912 overleed hun dochtertje Agnes Menten. Zij was toen pas zes maanden oud. Het gezin woonde op dat moment op het adres Wycker Heidenstraat 3. Als overlijdensoorzaak werd “enteritus” genoteerd. Enteritus is een ontsteking van de darmen, meestal vooral de dunne darm. Ook dochtertje Maria Menten overleed aan enteritus. Zij was pas elf maanden oud toen ze voor eeuwig haar oogjes sloot. Het gezin was inmiddels verhuisd naar het adres Kattenstraat 11. Margaretha Helena Menten werd weliswaar ouder dan haar twee overleden zusjes, maar zij zou zelf niet ouder worden dan één jaar en acht maanden. Op 21 mei 1919 blies zij haar laatste adem uit op het adres Kattenstraat 7. Longtuberculose was de oorzaak. Tweeëneenhalf jaar later, op 11 november 1921, kwam het jongste kind van het echtpaar Menten-Cuijpers ter wereld. Zij kreeg de naam Gertrudis. Gelukkig voor mij bleef dit meisje in leven. Zij werd namelijk uiteindelijk mijn oma.
