Inhoudsopgave
Al 176 jaar is de aanvankelijk lokale maar later internationale papierindustrie onlosmakelijk verbonden met de economische, sociale, industriële en culturele geschiedenis van Maastricht. Uniek: de installaties uit de negentiende eeuw zijn nog volkomen intact bewaard gebleven in het iconische witte gebouw aan het Bassin.
Door Marianne Lubrecht
Tijdens de Open Monumentendagen zal SAPPI de eerste verdieping van de zogenoemde ‘Lommelefebrik’ openstellen voor publiek, en zal historicus Jac van den Boogard een lezing verzorgen over deze ongekend bijzondere locatie. ‘In de Lommelefebrik komen drie stadsidentiteiten samen,’ stelt Van den Boogard. ‘Iets van een zeldzame uniciteit.’
‘Bijna in alle Nederlandse vroege industriesteden zijn in de jaren 1960-1970 alle sporen van het industriële verleden uitgewist. Maastricht vormt daarop een gelukkige uitzondering,’ stelt Van den Boogard. Rondom het Bassin en op het fabrieksterrein van SAPPI is die geschiedenis nog heel goed af te lezen. Daar zijn immers nog de historische gebouwen, rijks- en gemeentelijke monumenten, bescheiden getuigen van de Maastrichtse vestinggeschiedenis, ja zelfs restanten van het klooster De Nieuwe Biesen van de Duitse Orde, waar de papierfabricage in 1850 ooit is begonnen. De hardstenen vensteromlijstingen van De Nieuwe Biesen zijn bewaard gebleven, maar ook kantstenen in de wanden van de voormalige hellingbaan van de vestingwerken waarlangs affuiten vanuit de recent gesloopte loods omhoog werden gebracht naar de vestingwal. In het industrieel erfgoed van SAPPI komen drie historische stadsidentiteiten van Maastricht tezamen: die van Maastricht als vestingstad, religieuze stad en industriestad.’

Van start in een vernield klooster
De papierproductie ging van start op de locatie van een voormalig klooster. Tot de negentiende eeuw lag, waar nu het Bassin ligt, de boomgaard van het klooster de Nieuwe Biesen gesticht door de ridders van de Duitse Orde. Tijdens de belegeringen van Maastricht door de Franse soldaten (1793-1794) werd het dit klooster vernield. Als een ruïne stond het daar tot 1850 verlaten binnen de oude vestingmuren langs de oever van de Maas. Voor alle duidelijkheid,’ legt Van den Boogard uit, ‘de vroegste papierfabricage in Maastricht begon niet in de Nieuwe Biesen, maar vlak bij de Helpoort, in wat tegenwoordig nog steeds abusievelijk het Pesthuis wordt genoemd. Daar werd in 1775 door de uitgever en drukker Lekens de papierfabriek “Het Ancker” gesticht.’
Zuid-Willemsvaart
‘Maastricht is de oudste arbeiders- en industriestad van ons land. Hier ging de industrialisatie van Nederland van start dankzij Nederlands eerste grootindustrieel Petrus Regout (1801-1878) én met een krachtige impuls van Koning Willem I,’ legt Jac van den Boogaard uit. ‘In 1834 begon Regout met de fabrieksmatige productie van aardewerk aan het Bassin in een voormalig klooster van de zusters Penitenten. Ook de papierfabriek werd gevestigd aan het Bassin. Koning Willem I heeft een forse bijdrage geleverd aan handel en industrie door de aanleg van moderne infrastructuur. In 1826 werd de communicatie tussen de industrieën in en rondom Luik en de zeehavens in Holland aanzienlijk verbeterd door de aanleg van het dit jaar tweehonderd jaar oude de Zuid-Willemsvaart. Dit kanaal begint in het Bassin. Omdat Maastricht tijdens de aanleg van de Zuid-Willemsvaart nog een vestingstad was, betekende dat overigens dat de Zuid-Willemsvaart met tunnels onder de vestingwerken door moest worden geleid.’

Van vestingstad naar industriestad
Naast het Bassin werd in 1827 een opslagloods en een nieuwe hellingbaan aangelegd om zware kanonnen naar de vestingwal omhoog te duwen. In de zijgevel van het voormalige lompenmagazijn van de papierfabriek kun je nog steeds de kantstenen van die hellingbaan zien. Ook de recent gesloopte affuitenloods – de opslag voor affuiten, het rijdende onderstel van een kanon − stamde uit die tijd. In 1839 viel de in Maastricht gehate overleden generaal baron B.J. Dibbets (1782-1839), militair gouverneur van het garnizoen en de man die de stad tijdens de status quo-periode (1830-1839) volgend op de Belgische Opstand van 1830 voor het noorden had weten te behouden, na zijn dood een hoge eer te beurt: hij werd begraven in het noordelijke deel van de vestingwerken, een gedeelte dat later aan in handen van de papierfabriek kwam.
Waarom viel de keuze op Maastricht als vestigingsplaats voor deze industrie? Daarvoor zijn drie factoren aan te wijzen. ‘Ten eerste waren er voldoende lompen voorhanden; textielafval was dé grondstof voor papierfabricage,’ legt Van den Boogard uit. ‘Ten tweede: in de verarmde oude vestingstad waren heel veel goedkope arbeidskrachten beschikbaar. En tot slot: de stad was een gunstig gelegen verkeersknooppunt van rijkswegen, waterwegen (Maas en Zuid-Willemsvaart) en spoorlijnen.

Lommelefebrik
‘In januari 1851 ging de bouw van start van een imposant fabrieksgebouw en er werd een gigantische voorraad lompen verzameld, de reden dat men al snel sprak van ‘lommelefebrik’. Lompen waren toentertijd de voornaamste grondstof om kwalitatief goed papier van te maken (later werd dat cellulose). Het productieproces verliep verticaal van boven naar beneden van de hoogste etage naar de laagste etage. Het is uniek te zien dat de installaties uit de negentiende eeuw nog volkomen intact bewaard zijn gebleven in het iconische witte gebouw aan het Bassin,’ meent Van den Boogard.
Voor de start van de papierfabriek bij het Bassin werd in oktober 1850 door acht industriëlen de commanditaire vennootschap ‘Lhoest Weustenraad en Cie’ opgericht. Onder hen was ook Petrus Regout maar hij verkocht zijn aandelen al snel aan Lhoest en Weustenraad. De familie Lhoest produceerde in Luik behangpapier. ‘Lhoest Weustenraad en Cie’ zou later de KNP worden, en daarna SAPPI.
Van den Boogard: ‘In 1852 werd de papierfabriek geopend: 49 arbeiders waren in dienst om onder andere twee stoommachines, vijf stoomketels en twee papiermachines, “continues” genoemd te bedienen. In 1855 werkten er ruim 350 arbeiders; in 1863 ongeveer 650 arbeiders, onder wie vel vrouwen en meisjes die de lompen sorteerden.’

Uitstekende kwaliteit papier
‘De kwaliteit van het in Maastricht geproduceerde papier werd steeds beter, zo goed zelfs dat dit papier tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1855 werd bekroond met de hoogste onderscheiding. Op de Wereldtentoonstelling in Londen in 1862 kreeg het schrijfpapier en het waterdichte pakpapier uit Maastricht een ereprijs,’ zegt Van den Boogard ‘Bijzonder is overigens ook de ontwikkeling rond 1900 van het dunne papier waarop Bijbels (maar ook missalen en Korans) werden nog steeds worden gedrukt. En niet te vergeten: het papier op de rol − “papier zonder einde” – in 1850.’
Sociaal ondernemerschap
‘Guillaume Lhoest en zijn familie waren sociaal bewogen,’ stelt Van den Boogard. ‘In 1859 had voor zijn werknemers een onderlinge ziekteverzekering en ondersteuningskas opgericht met de naam “Help U zelve”. En voor de invoering van het zogenaamde Kinderwetje van Van Houten (1874) installeerde hij een stoommachine om het zware werk dat voornamelijk door meisjes werd gedaan te verlichten en hun arbeidstijd te verkorten tot elf (!) uur per dag. Ook betaalde hij voor een kortere periode een hoger arbeidsloon, tot hij door stagnerende handel de lonen weer moest terugbrengen naar het reguliere, lage niveau. Ook was Lhoest in 1877 medeoprichter van de Maastrichter Bouwvereniging, de eerste woningbouwcorporatie die woningen voor Maastrichtse arbeiders bouwde (geen luxe in het verpauperde Maastricht), en kocht hij in 1878 (de vesting Maastricht was in 1867 opgeheven) het terrein waarop de affuitenloods stond. Van de loods maakte hij kleine arbeidershuisjes te m (met aan beide lange zijden van de loods een groentetuin). En in Lhoest had in 1859 voor zijn werknemers een onderlinge ziekteverzekering en ondersteuningskas opgericht met de naam ‘Help U zelve’ in het leven geroepen. De kosten daarvoor waren beslist schappelijk te noemen, zegt Van den Boogard.
Levend industrieel erfgoed
‘Wat SAPPI Maastricht uniek maakt,’ zegt Van den Boogaard, ‘is de combinatie van levende industrie en historische continuïteit. Dat wil zeggen: de fabriek blijft actief en modern, terwijl sporen van de industriële geschiedenis bewaard en zichtbaar blijven. En dat op een plaats waar de drie stadsidentiteiten van Maastricht samenkomen. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe uitzonderlijk dat is.’
Op zaterdag 12 en zondag 13 september worden er tal van rondleidingen verzorgd. Deelname is gratis; aanmelding vooraf is noodzakelijk (via omdmaastricht.nl)
Jac van den Boogard zal in het kader van de Open Monumentendag op zaterdag 12 september om 15.00 uur in Lumière een lezing houden: ‘Van Lomelefebrik tot SAPPI’. Toegang gratis, maar opgeven is verplicht via de website: omdmaastricht.nl

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.