Doorgaan naar artikel

Adviezen stapelen op: regie over de Bonbonnière is zoek

Hermon Heritage, Frans Hendrickx en kwartiermaker Mirjam Flik: de Bonbonnière is alvast een mooi verdienmodel voor adviseurs.

Inhoudsopgave

De gemeente Maastricht heeft dertig miljoen euro gereserveerd voor de restauratie van de Bonbonnière. Maar terwijl het geld voor het monument klaarstaat, wordt steeds onduidelijker wie eigenlijk de inhoudelijke regie heeft over de toekomst van het gebouw. De gemeenteraad koos eind vorig jaar bewust voor één onafhankelijke kwartiermaker. Inmiddels zijn er naast haar meerdere adviseurs actief, lopen opdrachten door elkaar heen en worden uitgangspunten die de raad al vaststelde opnieuw ter discussie gesteld. CDA en SP willen nu opheldering.

Wie afgelopen dinsdag met de Maastrichtse politiek door de Bonbonnière liep, kreeg vooral één boodschap mee van kwartiermaker Mirjam Flik: Maastricht wil zijn theater terug. Flik heeft de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met bewoners, culturele instellingen en de Vrienden van de Bonbonnière. De rode draad die ze daaruit haalde: het gebouw moet weer open, laagdrempelig zijn, inclusief en toegankelijk voor iedereen. "Back to the future", vatte Flik het samen.

Een uitgewerkt plan lag er nog niet.

Op 7 oktober moeten Flik en bouwprojectmanager Bert Jeurissen een eerste doorkijk geven naar het raamwerk. In december moet de gemeenteraad vervolgens opnieuw een belangrijk besluit nemen. 

En juist daar begint het te wringen.

Want de raad besloot al op 16 december vorig jaar wat er moest gebeuren. Uit vier door HERMON Heritage onderzochte scenario's koos de raad unaniem voor scenario D: de Bonbonnière als Huis voor Cultuur, Kennis en Samenleving. Vervolgens zou in het eerste kwartaal van 2026 een kwartiermaker aan de slag gaan. Die moest het voorkeursscenario uitwerken tot een concreet en gedetailleerd plan van aanpak. In het tweede kwartaal zou dat plan alweer aan de gemeenteraad worden voorgelegd. 

Het is inmiddels al weer september.

De planning is onderweg steeds verder naar achteren geschoven. De kwartiermaker begon later dan oorspronkelijk voorzien. In mei meldde het college dat na de zomer tijdens een werkbezoek een plan van aanpak zou worden gepresenteerd, inclusief planning en momenten waarop de gemeenteraad geïnformeerd zou worden en besluiten moest nemen.

Tijdens het werkbezoek van afgelopen dinsdag bleek dat plan er nog niet te zijn.

CDA-fractievoorzitter Gabriëlle Heine en SP-raadslid Stephanie Blom leggen daarom in nieuwe schriftelijke vragen de vinger op de zere plek. Zij constateren niet alleen dat het proces veel langer duurt dan de raad is voorgehouden, maar vooral dat inmiddels nauwelijks nog duidelijk is welke opdracht door wie wordt uitgevoerd.

Dat is geen onbelangrijke vraag. De raad koos namelijk niet zomaar voor een kwartiermaker, maar nadrukkelijk voor een onafhankelijke kwartiermaker.

Flik kreeg een brede opdracht. Ze moet de strategische en integrale voorbereiding van de heropening leiden en zorgen dat exploitatie, programmering, organisatie, governance, communicatie én bouwkundige ontwikkeling met elkaar samenhangen. De gemeente omschreef haar eerder als degene die moet komen tot een "samenhangend, realistisch en uitvoerbaar plan van aanpak". 

Daarmee zou je denken dat er één duidelijke regisseur is. In de praktijk blijkt dat ingewikkelder.


Eerst HERMON

Het begon met HERMON Heritage. Dat bureau werkte vier scenario's uit voor de toekomst van de Bonbonnière. Het scenario waaraan gemeente, Universiteit Maastricht en de Vrienden van de Bonbonnière gezamenlijk hadden gewerkt, werd uiteindelijk scenario D. Daarbij was al veel behoorlijk concreet ingevuld.

De Bonbonnière zou gemeentelijk eigendom blijven en worden geëxploiteerd door een afzonderlijke organisatie. De zaalverhuur moest de basis van de exploitatie vormen. Een kwart van de capaciteit zou zakelijk worden verhuurd. De Vrienden zouden naar verwachting voor ongeveer zestig procent van de bezetting zorgen. Voor de gemeente werd gerekend met ongeveer 400.000 euro structurele jaarlijkse bijdrage. Ook horeca moest een belangrijke inkomstenbron vormen. 

De Vrienden wilden bovendien een rol krijgen in de governance van de toekomstige stichting.

Dat zijn geen losse gedachten. Dat zijn wezenlijke bouwstenen van een exploitatiemodel.

HERMON becijferde tegelijk dat de renovatie van het gebouw voor ongeveer 19 miljoen euro mogelijk moest zijn. Maastricht heeft zelf niettemin 30 miljoen euro gereserveerd voor restauratie, modernisering en verduurzaming. Het college verklaarde dat verschil eerder onder meer vanuit toekomstige prijsstijgingen en onzekerheden. 

Die dertig miljoen is overigens geen vrij besteedbare pot om alle plannenmakers en exploitatiekosten uit te betalen. Het betreft het investeringsbudget voor het gebouw. Daarnaast zijn afzonderlijke programma- en exploitatiemiddelen beschikbaar. Dat onderscheid is belangrijk. Deze week kwam het weer aan bod in de lokale politiek. Jack van Gelooven van de SP maakte bezwaar tegen die constructie.

Toen kwam de kwartiermaker

Na de keuze van de raad moest Flik vervolgens onafhankelijk onderzoeken hoe scenario D daadwerkelijk uitvoerbaar kon worden gemaakt.

Maar vrijwel meteen daarna verscheen er nóg een adviseur.

Directeur Frans Hendrickx van Toneelgroep Maastricht kreeg als privépersoon van ambtenaren van de afdeling cultuur een betaalde adviesopdracht van 10.000 euro. Volgens het college was dat geen parallel traject. Hendrickx zou alleen een inhoudelijke deelopdracht uitvoeren die als "belangrijke input" voor het werk van de kwartiermaker moest dienen. 

Destijds zette Gabriëlle Heine van het CDA daar al grote vraagtekens bij. Waarom huur je een onafhankelijk kwartiermaker in die ideeën uit de hele stad moet ophalen, en geef je vervolgens daarnaast één directeur uit het bestaande culturele veld een betaalde opdracht om zijn persoonlijke visie uit te werken?

Nu het advies van Hendrickx er ligt, wordt die vraag alleen maar pregnanter.

Bijna een compleet model

Het rapport van Hendrickx telt 28 pagina's en heet De Bonbonnière is van niemand. De Bonbonnière is van iedereen.

Wie verwacht alleen een advies over programmering te lezen, komt bedrogen uit. Hendrickx doet voorstellen over vrijwel alles.

Hij wil een zelfstandige stichting met een raad van toezicht, een kleine organisatie van ongeveer zeven à acht fte en een intendant aan het hoofd. Hij rekent met zaalhuur van 500 euro per dag, circa 100.000 euro zaalhuurinkomsten en 185.000 euro inkomsten uit de bar. Daartegenover staat in zijn model een gemeentelijke werkingssubsidie van ongeveer 500.000 euro per jaar, plus geld voor onderhoud. 

Hij adviseert bovendien over governance, horeca, vrijwilligers, personeelsomvang, onderhoud, commerciële verhuur, publieksopbouw en de verhouding tussen gemeente en exploitant.

Kortom: precies de terreinen waarop de onafhankelijke kwartiermaker eveneens een integraal advies moet uitbrengen.

Daarmee wordt het lastig om Hendrickx' opdracht nog uitsluitend als een beperkte "programmeringsvisie" te zien.

Hendrickx breekt scenario D weer open

Nog opmerkelijker is dat Hendrickx zich niet beperkt tot het verder inkleuren van het door de gemeenteraad gekozen scenario. Hij stelt fundamentele aannames eronder ter discussie.

HERMON liet de exploitatie van scenario D nadrukkelijk steunen op zaalverhuur en commerciële inkomsten. Hendrickx vindt juist dat commerciële logica niet leidend mag worden. De inhoud moet volgens hem eerst worden bepaald; pas daarna moet daar een exploitatiemodel omheen worden gebouwd. 

Ook de financiële vergelijking tussen de oorspronkelijke scenario's zet hij opnieuw open.

Scenario A – maximaal maatschappelijk – werd destijds aan de raad gepresenteerd met ongeveer één miljoen euro jaarlijkse gemeentelijke bijdrage. Scenario D zou circa vier ton kosten. Hendrickx vraagt in zijn rapport expliciet of scenario A daardoor niet onnodig duur is voorgesteld. Volgens hem moeten financiële aannames die destijds mede de keuze bepaalden geen dogma worden. 

Daarmee gebeurt iets bestuurlijk merkwaardigs.

De gemeenteraad koos na vergelijking van vier modellen voor D. Vervolgens wordt buiten de onafhankelijke kwartiermaker om een adviseur ingehuurd die onderdelen van die vergelijking opnieuw ter discussie stelt.

Vrienden

Hetzelfde gebeurt met de positie van de Vrienden van de Bonbonnière.

In scenario D waren juist zij belangrijk voor het financiële fundament. Universiteit Maastricht, MUMC+, MECC, Maastricht Convention Bureau, Theater aan het Vrijthof, Elisabeth Strouven Fonds en vertegenwoordigers vanuit volkscultuur werden gezien als partijen die programmering, publiek, expertise en mogelijk ook geld zouden inbrengen. 

In het HERMON-model wordt zelfs gerekend met zestig procent gegarandeerde bezetting door de Vrienden. Zij spraken bovendien de voorkeur uit voor een sturende positie in de governance. 

Hendrickx waarschuwt daar nu juist voor.

Volgens hem moet een onafhankelijke toekomstige exploitant zelf kunnen bepalen met welke partijen structureel wordt samengewerkt. Dat kunnen de huidige Vrienden zijn, schrijft hij, misschien zelfs allemaal, maar het kunnen ook anderen zijn. Geen enkele instelling zou de Bonbonnière op voorhand moeten kunnen claimen. 

Ook hier wordt dus een essentiële bouwsteen uit het gekozen scenario opnieuw op tafel gelegd.

Wie stuurt wie?

En zo ontstaat een bestuurlijke spaghetti om het voorzichtig te zeggen. De oud-wethouder die daar voor een flink stuk verantwoordelijk voor is: Frans Bastiaens van de Senioren Stadspartij Maastricht, SPM. Zijn opvolger in dit dossier is wethouder Sabine Kern, ook van SPM. Aan haar de taak om weer enige lijn aan te brengen in het dossier Bonbonnière.

HERMON Heritage maakte de oorspronkelijke scenario's. De gemeenteraad koos scenario D. Mirjam Flik werd aangesteld om dat scenario integraal en onafhankelijk uit te werken. Bert Jeurissen houdt zich bezig met de vastgoedkant. Frans Hendrickx kreeg daarnaast een betaalde inhoudelijke opdracht en komt inmiddels met een vrijwel compleet alternatief organisatie- en exploitatiemodel.

Ondertussen bestaat nog steeds de coalitie van Vrienden, die zelf al vergaande gedachten heeft over gebruik, financiering en governance.

En het uiteindelijke plan van aanpak van de kwartiermaker is er nog niet.

CDA en SP vragen daarom terecht wat "verder bouwen op" eigenlijk betekent. Welke onderdelen uit HERMON staan vast? Welke keuzes mag Flik opnieuw maken? Welke betekenis krijgt het rapport-Hendrickx? En waarom wordt een onafhankelijke kwartiermaker aangesteld als haar toekomstige plan ondertussen al wordt omringd met inhoudelijke bouwstenen die door anderen zijn bedacht?

Dat is misschien wel de belangrijkste vraag van allemaal: wie adviseert straks eigenlijk wie?

Want Hendrickx is op papier slechts leverancier van input aan Flik. Maar zijn advies gaat inhoudelijk verder dan wat de kwartiermaker vorige week aan de raad kon presenteren. Hij kiest al voor een stichting, intendant, personeelsomvang, subsidieniveau en exploitatiemodel. 

Flik daarentegen is nog bezig met het verwerken van wat zij in de stad heeft opgehaald.

Maximale regie

Daar zit ten slotte een opmerkelijke ironie. Een belangrijk argument van het gemeentebestuur om de Bonbonnière in gemeentelijke handen te houden, was juist dat Maastricht daarmee maximale regie over dit bijzondere monument houdt.

Die fysieke regie is duidelijk. De gemeente blijft eigenaar en betaalt de verbouwing.

Maar over de inhoudelijke ontwikkeling lijkt die regie steeds moeilijker te herkennen.

Er is een raadsbesluit. Er is een HERMON-rapport. Er is een kwartiermaker. Er is een bouwprojectmanager. Er is een aparte adviseur. Er zijn de Vrienden. Er zijn oorspronkelijke financiële aannames die alweer ter discussie staan. Er is een planning die van Q2 via september richting december is geschoven. En vlak voordat de gemeenteraad opnieuw moet beslissen, vragen twee fracties het college om eindelijk eens een integrale tijdlijn te leveren waarin staat wie wat doet en wanneer de raad eigenlijk nog aan zet is.

Dat betekent niet automatisch dat al die adviezen slecht zijn. Het rapport van Hendrickx bevat bijvoorbeeld interessante en concrete ideeën en zijn vergelijking met de Minardschouwburg in Gent verdient serieuze bestudering.

Maar een goed idee is iets anders dan een goed proces.

Bij een investering van dertig miljoen euro en een gebouw waaraan Maastricht zo veel emotionele en culturele waarde hecht, zou één ding glashelder moeten zijn: wie voert de regie, welke opdracht geldt en wanneer neemt de politiek welke beslissing?

Bonbonnière “Back to the future” maar eerst asbest saneren
De lokale politiek kreeg dinsdagmiddag een rondleiding in de Bonbonnière. Kwartiermaker Mirjam Flik vertelde kort wat ze opgehaald had bij bewoners, bij de Vrienden van de Bonbonnière en bij de culturele instellingen: “De rode draad is: zorg dat het weer opengaat. Zorg dat iedereen welkom is, dat de Bonbonnière laagdrempelig
Gratis nieuwsbrief, niks meer missen
Wilt u ook van maandag tot en met zaterdag vóór 6.00 uur het laatste nieuws over Maastricht in uw mailbox? Meld u dan gratis aan voor de nieuwbrief van De Nieuwe Ster. Meer dan 20.000 trouwe lezers gingen u al voor. Het enige wat wij van u vragen
Maak De Nieuwe Ster je Google-favoriet Zie ons lokale nieuws vaker terug in Google.
Maak favoriet →
Beste lezer,
Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden