Inhoudsopgave
De rechtbank Limburg heeft een 33-jarige asielzoeker veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor een gewelddadige aanval op een bekende uit het asielzoekerscentrum (AZC) in Maastricht. De verdachte werkte het slachtoffer op straat tegen de grond en trapte hem vervolgens zes keer tegen het hoofd. De officier van justitie had daarvoor nog 38 maanden cel geëist wegens poging tot doodslag.
De omstandigheden waaronder het feit is begaan, woog de officier van justitie in strafverzwarende zin mee, net als het feit dat de verdachte sinds kort als asielzoeker in Nederland verbleef. "Met zijn gedrag draagt hij bij aan polarisatie in de samenleving en verpest hij het voor anderen die opvang zoeken."
Het geweld vond plaats op 3 februari van dit jaar in Maastricht. Uit camerabeelden bleek dat de twee mannen, die elkaar kenden uit het AZC, na een ruzie met elkaar op de vuist gingen. Nadat het slachtoffer, dat had gedronken, op de grond was beland, ging de verdachte op hem zitten, hield hem tegen toen hij probeerde op te staan en trapte hem vervolgens zes keer met geschoeide voet tegen het hoofd.
Volgens de rechtbank bleef het slachtoffer na de vijfde trap bewegingloos liggen. De verdachte liet hem vervolgens hulpeloos achter op straat en liep weg.
Agenten vonden korte tijd later een man liggend op zijn rug. Hij reageerde nauwelijks op aanspreken en had meerdere zwellingen en bloeduitstortingen in zijn gezicht. Zijn linkeroog was dichtgezwollen. Het slachtoffer, een 29-jarige man uit Algerije, werd naar het MUMC+ gebracht.
Daar vertelde hij via een tolk dat hij ruzie had gekregen met een vriend. Enkele uren later mocht hij het ziekenhuis verlaten. Voor een controleafspraak bij de oogarts verscheen hij echter niet. Omdat het slachtoffer niet meer bereikbaar was, kon ook geen medisch onderzoek naar eventueel zwaar of blijvend letsel worden verricht.
Uit onderzoek van de politie bleek later dat de Algerijn op 1 maart vanuit het aanmeldcentrum in Ter Apel met onbekende bestemming was vertrokken. Sindsdien ontbreekt ieder spoor van hem.
Volgens de rechtbank kon daardoor niet worden vastgesteld hoe ernstig het letsel uiteindelijk is geweest.
De officier van justitie zag in de zes trappen tegen het hoofd een poging tot doodslag en eiste daarom 38 maanden gevangenisstraf.
De rechtbank ging daar niet in mee. Hoewel de camerabeelden volgens de rechters "indringend" zijn, kon niet worden vastgesteld met welke kracht precies was geschopt. Ook speelde mee dat de verdachte sneakers droeg en dat medische gegevens over het uiteindelijke letsel ontbraken, omdat het slachtoffer was verdwenen.
De rechtbank noemt het geweld "zeer ernstig". De verdachte trapte door terwijl het slachtoffer zich nauwelijks nog kon verdedigen en liet hem vervolgens hulpeloos achter op straat. Dergelijk geweld op een openbare plek draagt volgens de rechters bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.









