Inhoudsopgave
Zwemmer, fietser en in het dagelijks leven jurist. Sem Penders (26) is niet alleen een denker, maar ook een doener. Hij adviseert en helpt veel kleine ondernemers in de stad met heel praktische juridische zaken. Niet lullen maar poetsen lijkt zijn credo als we hem spreken. Penders is de drijvende kracht achter de stichting KVMO, Kenniscentrum Verenigingen Maastricht en Omstreken: een praktisch expertisecentrum voor clubs en verenigingen.
Voor wie is het KVMO?
Penders: "We zijn vertrokken vanuit het voetbal, maar we zijn er voor alle verenigingen. Sportverenigingen, maar ook zangkoren, toneelclubs en fanfares. Elke amateurclub en -vereniging heeft dezelfde vragen en uitdagingen."
Welke vragen leven er bij verenigingen?
Penders kan die vragen inmiddels opdreunen: "Kun je voor mij een contract maken met een trainer? En je kunt trainer natuurlijk ook vervangen door dirigent. Hoe zit het met deze huurovereenkomst? Zijn we btw-plichtig? Hoe zit het eigenlijk met de bestuurdersaansprakelijkheid? Hoe ga je om met leden die een contributieachterstand hebben? Hoe zit het met de privacywetgeving? Hoe moeten we omgaan met contracten voor de kantine? Zijn we voldoende verzekerd? Hoe richt je de ledenadministratie goed in? Hoe werf je meer sponsorinkomsten? Als je ouders moet verwijderen omdat ze zich niet aan de regels houden, hoe pak je dat aan? Kunnen jullie helpen met het maken van een jaarrekening?"
Penders ziet dat al die vragen nog steeds hoogst actueel zijn en breed leven bij verenigingen. "Kom ik bij een vereniging, dan hoor ik dat ze de vierde penningmeester in vijf jaar tijd hebben. Die vierde krijgt dan letterlijk vier grote Jumbo-boodschappentassen met de administratie. 'Hier is het.' De nieuwe penningmeester is vervolgens drie weken bezig om uit te zoeken hoe alles precies in elkaar zit."
Verenigingen hebben steeds meer moeite om vrijwilligers te vinden. Hoe ernstig is dat?
Penders: "Wat ik zie, is dat bestuurders vaak langer op hun post blijven zitten. Ze doen hun werk met heel veel inzet, maar zijn uren bezig met taken die inmiddels veel slimmer gedaan kunnen worden. Vaak ontbreekt de actuele kennis over zaken als ict, verzekeringen, administratie, de AVG, noem maar op. Ik noem dat wel eens onbewuste onwetendheid. Dan kom ik bij een vereniging waar sinds 1997 niet meer naar de verzekering is gekeken. Als vrijwilligers vervolgens ineens een verhaal horen of lezen over bijvoorbeeld bestuurdersaansprakelijkheid, worden ze voorzichtig. Als er dan iets verandert of gebeurt, houden ze ermee op. Daarna is het vaak bijzonder lastig om een opvolger te vinden. Iedereen heeft het druk."
Penders ziet dat patroon steeds terugkeren.
Penders: "Verenigingen kunnen nu eigenlijk nergens echt terecht. Ze kunnen wel de website van Maastricht Sport raadplegen, maar die is én beperkt én verouderd en geeft vooral algemene doorverwijzingen. Zo staat er nog steeds dat de vrijwilligersvergoeding 150 euro per maand bedraagt, terwijl die al jaren op 220 euro ligt. Aan algemene doorverwijzingen naar een AVG-richtlijn heb je nog niets. Waar het om gaat, is dat je verenigingen heel praktisch ondersteunt. Een doorverwijzing vind je ook via Google of ChatGPT."
Hoe dan?
Penders: "We zorgen ervoor dat we verenigingen heel praktisch helpen, tot en met het invullen van formulieren als dat nodig is. Omdat clubs en verenigingen allemaal met dezelfde vragen zitten, kun je ze veel efficiënter en gerichter ondersteunen. We zouden graag samenwerken met een accountant en een administratiekantoor die voor alle verenigingen de administratie, de btw-aangifte en de jaarrekening kunnen verzorgen. Je kunt ook kijken naar gezamenlijke verzekeringen. Waarom niet namens een groot aantal verenigingen onderhandelen met bijvoorbeeld Heineken? Dat is én interessant voor Heineken én voor de clubs. Dan is de brouwer ook eerder bereid iets terug te doen voor de verenigingen. Gezamenlijke inkoop van materialen levert bovendien meestal kostenvoordelen op. Als je verenigingen al die zaken uit handen neemt of ze daar daadwerkelijk mee helpt, is dat de beste garantie dat ze over tien of twintig jaar nog bestaan. Het is doodzonde als verenigingen ophouden omdat ze geen bestuurders meer kunnen vinden. Verenigingen zijn letterlijk het cement van de samenleving in de stad. Voor veel mensen zijn de ontmoetingen in de kantine, samen een drankje drinken, hun enige ontspanning. Niet iedereen kan het zich permitteren om op een terras te gaan zitten en iets te eten te bestellen."
Maastricht Sport van de gemeente doet toch al soortgelijke zaken? Ze hebben recent een clubondersteuner aangenomen en beschikken over een digitaal platform.
Penders: "Wij zijn geen concurrent van Maastricht Sport. Integendeel. We willen juist veel laagdrempeliger werken: heel praktisch, de handen uit de mouwen. Ik zie Maastricht Sport niet de verantwoordelijkheid nemen voor gezamenlijke inkoop, het afsluiten van een contract met bijvoorbeeld Heineken of het heel praktisch ondersteunen bij de ledenadministratie. Verenigingen kunnen bij ons een eigen portal op de website krijgen, waar ze al hun documenten kunnen plaatsen, inclusief hun ledenadministratie en boekhouding. Wij kunnen, als zij dat willen, op enig moment meekijken om hen te helpen en door bepaalde processen te loodsen. Dat zijn allemaal zaken die ook niet passen bij Maastricht Sport; daarvoor zal Maastricht Sport ook geen verantwoordelijkheid nemen."
Jullie willen subsidie?
Penders: "We willen eigenlijk het liefst meteen aon de geng! Maar daarvoor hebben we inderdaad subsidie nodig. Daarnaast willen we de verenigingen een bescheiden contributie vragen, zodat ook hun betrokkenheid zichtbaar wordt. Verder willen we nadrukkelijk kijken naar sponsoring voor de verenigingen. Die drie inkomstenbronnen moeten ervoor zorgen dat we een kennis- en expertisecentrum worden voor alle verenigingen in Maastricht. Verenigingen zijn opgericht om te sporten, muziek te maken of toneel te spelen. Alle randzaken die daarbij komen kijken, kunnen wij actief uit handen nemen. Als er nieuwe wetgeving komt die voor hen van belang is, informeren wij hen en kijken we samen wat er moet gebeuren."
Jullie hebben een goede timing. Het coalitieakkoord staat vol mooie woorden over het belang van verenigingen.
Penders: "Dat hebben we natuurlijk ook gelezen. En dat is volkomen terecht. Je wilt niet weten hoe groot de sociale schade is als verenigingen het niet meer redden omdat het allemaal te ingewikkeld is geworden. Vanuit een expertisecentrum kun je bovendien bijvoorbeeld maandelijks namens alle aangesloten verenigingen met de gemeente om tafel. Kijken wat de actuele vragen zijn en wat er nodig is. Zo kunnen we samen met de gemeente echt iets betekenen voor de ondersteuning van verenigingen."
Klinkt goed. Morgen maar meteen een afspraak maken met de wethouder?
Penders: "Die afspraak staat al. We hopen dat we snel kunnen beginnen met de uitvoering. Vaak is de eerste reactie op nieuwe initiatieven: mooi, goed idee, laten we dat eens onderzoeken. Dat onderzoek hebben we al gedaan. Tien clubs hebben zich inmiddels bij ons gemeld en ik ben in gesprek met nog vijf verenigingen. Het beeld is helder en wordt steeds bevestigd: wat zou het fijn zijn als jullie ons hiermee konden helpen. Dat die hulpvragen zo breed leven, laat ook zien dat er nu geen adequaat antwoord is voor al die verenigingen. We kunnen verenigingen helpen en voor hen de verbinding én de spreekbuis richting het stadhuis zijn. Dat zou echt een grote stap vooruit zijn. Voor iedereen."
