Inhoudsopgave
Deze maand is het op de kop af zestig jaar geleden dat de geboren en getogen Jan Hugens (1939-2011) bijna de eerste Amstel Gold Race (AGR) op zijn naam schreef. Sindsdien staat hij bekend als ‘de eerste winnaar die nooit won’.
Door Jos van Wersch
Op 30 april 1966 lag Hugens in winnende positie maar verloor door materiaalpech vlak voor de finish in Meerssen. “Mijn leven zou heel anders zijn verlopen als ik die dag had gewonnen.”
Het is zomer 1978 als we bij Hugens in Amstenrade in de ochtend aan de vlaai en de koffie zitten, later die dag vertrekt hij met z’n vrouw, zoon en dochter naar het Schwarzwald voor een weekje vakantie. ”Ik heb er een jaar lang voor gespaard”, zegt de gewezen wielerprof die betonvlechter werd.
302 kilometer lang oppermachtig
Uw stukjesschrijver is in 1978 op bezoek bij Hugens vanwege een interview dat op 15 juli dat jaar in de krant zal staan. Uiteráárd gaat het over die dertigste april in 1966, de dag dat hij er met kop en schouders bovenuit steekt in de 302 (!) kilometer lange Amstel Gold Race. De twee medevluchters/ploeggenoten Bernard Vanderkerckhove en Jean Stablinski hebben in de finale reeds gecapituleerd - maar opeens gaat het met Hugens’ fietsketting mis tussen het kleinste tandwiel achter en de achtervork. Terwijl Hugens in de koers tientallen keren van versnelling wisselde zit de ketting vlak voor de finish muurvast. Einde verhaal, zijn twee medevluchters vliegen hem links en rechts voorbij, de huilende, ontroostbare Hugens wordt roemloos derde.
Geboren voor het ongeluk
Pech en tegenslag blijven de hele loopbaan in Hugens’ slipstream hangen. ”Kennelijk ben ik voor het ongeluk geboren.” Stel je nou toch eens voor, zegt Hugens, dat hij die dag wél ’s lands enige wielerklassieker had gewonnen – nota bene op zijn eigen Limburgse grond en voor de ogen van duizenden supporters uit Heerlen, zeg maar gerust uit de hele Oostelijke Mijnstreek. “Ik ben er maanden kapot van geweest. En nu we het er weer over hebben komt alles weer naar boven.”
Eén van Europa’s beste tijdrijders
Was hij niet ooit één van Europa’s beste tijdrijders, zeg maar gerust: een goddelijk talent, krachtpatser, goedaardige kolos, reus met een vriendelijk gezicht. Niet te vergeten: gefêteerd in zijn glorietijd, Limburg liep met hem weg. “Als amateur reed ik zeventien tijdritten. Ik won ze allemaal.” Later, als prof, genoot Hugens met (te) volle teugen. “Ik kijk niet zo vaak terug, want het is allemaal passé. Maar mooi was het wel.” Behalve dan op die dertigste april in 1966, vlak voor de finish in Meerssen. “En nog veel vaker trouwens, ik kan er nog steeds met m’n hoofd niet bij waarom ik als renner zoveel pech heb gehad.”
Kauw sjotel voor onderweg
Maar gelachen is er ook. Hij was pas achttien en zou de Ronde van Joegoslavië rijden. “Ik zat in de trein in Aken en opende twee weckpotten met van die heerlijke kauw sjotel die ik altijd van thuis meekreeg.” Een van de meereizende wielerjournalisten in dezelfde treincoupé vroeg aan Hugens hoeveel van die weckpotten hij wel niet bij zich had. “Een heel koffer vol! Dat moest ook wel als je al twee weckpotten leeg hebt terwijl de trein nog steeds op het Hauptbahnhof in Aken staat en je nog duizend kilometer moet reizen.”
'Jij bent verprutst in Limburg’
Hij was 21, werd beroepsrenner maar negen jaar later stapte hij al af. Tussen die twee momenten lagen werelden van verschil. Nú breekt ‘ie helemaal door, dachten de insiders. Maar weer bleef Hugens steken. Herman Krott, koersdirecteur van de AGR vóór Leo van Vliet, zei ooit tegen Hugens: ‘Als jij in het westen was geboren zou jij een hele grote coureur zijn geworden. In Limburg ben je verprutst.’ Hugens:”Ik ben bang dat Krott gelijk heeft, ik bedoel: ik heb er zelf aan meegedaan. Maar ik koester geen wrok. Vergeet niet, ik was toch maar mooi drie jaar knecht van de grote Jacques Anquetil, ik heb me voor hem uit de naad gereden, alle vuile werk opgeknapt. Daardoor heb ik mijn eigen kansen vergooid en mijn beste jaren weggegeven aan een Fransman die mij daarvoor betaalde, dat wel ja.”
Overleden zonder eeuwige roem
Hugens startte in de Giro, de Vuelta, nam deel aan de Olympische Spelen in Rome 1960, imponeerde in tijdritten, behoorde als prof bij de internationale top 10 maar ondanks zijn uitzonderlijke talenten kon hij niet voldoen aan de hoge verwachtingen. Zijn naam is intussen verbleekt, bijna vergeten. Maar één keer per jaar, tijdens de wielerhoogmis tussen Maastricht en Berg en Terblijt, herinneren de (stok)oude Limburgse wielerliefhebbers zich die dertigste april in 1966. Komende zondag is dat 60 jaar geleden. Na zijn afscheid van de wielersport verdiende Hugens de kost als betonvlechter, en toen zijn rug daardoor geruïneerd was kon hij aan de slag als schoolconciërge. Op 12 maart 2011 overleed de Heerlenaar op 71-jarige leeftijd in Amstenrade aan nierkanker. Zonder eeuwige roem. Want die is alleen weggelegd voor wie de Amstel Gold Race wint.