Inhoudsopgave
GroenLinks in Maastricht wil opnieuw onderzoeken of een waterkrachtcentrale bij de stuw in Borgharen haalbaar is. Een eerder plan werd jaren geleden stopgezet vanwege te grote vissterfte bij de toen gangbare turbines.
Dankzij nieuwe technologische ontwikkelingen ziet de partij nu weer kansen voor duurzame stroomopwekking in de Maas. GroenLinks heeft nu een motie ingediend voor de volgende raadsvergadering.
In het verleden werd een project voor een waterkrachtcentrale bij Borgharen afgeblazen. De toen beschikbare turbines veroorzaakten te veel schade aan passerende vissen. Bovendien was het toegestane quotum voor vissterfte al volledig benut door bestaande centrales in Linne en Lith, waardoor een extra installatie niet mogelijk was.
De geplande centrale had een capaciteit van 11 megawatt (MW), voldoende om circa 13.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien.
Volgens GroenLinks zijn er inmiddels visvriendelijke turbines ontwikkeld waarbij 98 tot 100 procent van onder meer forel en paling de passage ongeschonden overleeft. Daarmee zou een belangrijk knelpunt uit het verleden kunnen worden opgelost.
Daarnaast zijn er nieuwe, modulair opgebouwde waterkrachtcentrales beschikbaar. Deze kunnen ook bij lagere waterstanden elektriciteit blijven produceren, wat gezien de schommelingen in de Maas een belangrijk voordeel is.
Maastricht heeft een groeiende behoefte aan duurzame elektriciteit. Met name voor de verdere ontwikkeling van de Beatrixhaven en nieuwe woonwijken langs de Maas is extra, lokaal opgewekte stroom gewenst. De ligging van de stuw bij Borgharen, dicht bij deze gebieden, maakt de locatie volgens de partij strategisch interessant.
Daar komt bij dat in Limburg groot onderhoud en vervanging van stuwen gepland staat in het kader van de projecten GRONST en GRONST 2. Dat zou een logisch moment kunnen zijn om de mogelijkheden voor waterkracht mee te nemen
GroenLinks verzoekt het college om het belang van een waterkrachtcentrale bij Borgharen onder de aandacht te brengen van Rijkswaterstaat en om samen met de Provincie Limburg en Rijkswaterstaat een eerste haalbaarheidsonderzoek uit te voeren.
