Inhoudsopgave
De gemeente Maastricht zet de komende jaren stevig in op een nieuw afvalinzamelsysteem, waarbij ondergrondse restafvalcontainers een centrale rol spelen. Uit antwoorden van het college op vragen van de politieke partij SAB blijkt dat de invoering zorgvuldig wordt gepland, maar ook dat er nog aandachtspunten zijn rond toegankelijkheid en draagvlak.
De basis voor het nieuwe systeem werd al gelegd in 2024, met de vaststelling van een regionaal beleidskader voor afval en grondstoffen. In 2025 volgde het concrete uitvoeringsplan: het Grondstoffenplan 2026–2030. Hierin staat het principe van ‘omgekeerd inzamelen’ centraal. Dat betekent dat waardevolle afvalstromen zoals GFT, PMD en papier aan huis worden opgehaald, terwijl inwoners hun restafval zelf wegbrengen naar een container in de buurt.
Gefaseerd
In 2025 werden er onder meer bij de flats in Daalhof nieuwe ondergrondse containers geplaatst. Het gebruik werkt via een pasjessysteem. Plaatsing van de ondergrondse containers elders in Maastricht gebeurt niet in één keer, maar gefaseerd per wijk. Volgens het college start de uitvoering in 2026, te beginnen in de wijken Nazareth, Limmel en Amby. Inwoners van deze wijken kunnen naar verwachting vanaf 2027 gebruikmaken van de nieuwe containers. Met de gefaseerde aanpak hoopt Maastricht de overgang beheersbaar te houden en waar nodig bij te sturen.
Afvalperrons op 200 meter loopafstand
In totaal worden er tussen 2026 en 2030 meer dan 400 ondergrondse restafvalcontainers geplaatst, verdeeld over ruim 200 zogenoemde afvalperrons. Het doel is dat elk huishouden op relatief korte afstand zijn restafval kan aanbieden. De gemeente hanteert daarbij een maximale loopafstand van 200 meter. Voor de meeste inwoners zal die afstand overigens kleiner zijn. Alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals in het buitengebied, kan de afstand groter uitvallen.
Scheiden stimuleren
De invoering van de containers hangt nauw samen met veranderingen in het inzamelsysteem. Sinds 2025 wordt bijvoorbeeld PMD al aan huis opgehaald, net als GFT+e, papier en textiel. Daardoor blijft er volgens de gemeente nog maar weinig restafval over: gemiddeld één zak per week of zelfs per twee weken. De ondergrondse containers moeten deze ontwikkeling ondersteunen. Ze zijn 24 uur per dag toegankelijk, waardoor inwoners zelf kunnen bepalen wanneer ze hun afval wegbrengen. Tegelijkertijd wordt restafval minder ‘gemakkelijk’, wat scheiden moet stimuleren.
Ouderen en mindervaliden
Bij de plaatsing wordt rekening gehouden met de omgeving. Zo probeert de gemeente containers te plaatsen bij bestaande inzamelpunten en in de buurt van appartementencomplexen en seniorenwoningen. Ook wordt bij het ontwerp gelet op toegankelijkheid voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld door rekening te houden met rolstoelen en scootmobielen. Toch houdt het college vast aan één algemene norm van 200 meter en komt er geen aparte afstandsregel voor ouderen of mindervaliden. Volgens het bestuur is maatwerk vooral mogelijk via slimme locatiekeuzes, niet via afwijkende normen.
Gebruikersgedrag
Om problemen te voorkomen, worden de containers uitgerust met een systeem dat bijhoudt hoe vaak ze worden gebruikt. Hierdoor kan de inzameldienst ze op tijd legen en overvolle containers voorkomen. Daarnaast zet de gemeente in op een combinatie van maatregelen om zwerfafval en bijplaatsingen tegen te gaan. Denk aan voorlichting, afvalcoaches, sociale controle en handhaving. Volgens het college ligt de grootste uitdaging niet bij het systeem zelf, maar bij het gedrag van gebruikers.
Inspraak maar geen participatie
Inwoners worden betrokken bij de plannen via bijeenkomsten en inspraakmogelijkheden. Toch blijft de uiteindelijke beslissing over de locaties bij de gemeente. Dat is volgens het college nodig vanwege technische en wettelijke eisen. De komende jaren zullen moeten uitwijzen of de combinatie van planning, techniek en gedragsverandering daadwerkelijk leidt tot minder restafval en een schonere stad.


