Doorgaan naar artikel

Vermoordde Engel Maes zijn echtgenote?

Een met behulp van ChatGPT gemaakt schilderij van een brouwer die zijn echtgenote probeert te vermoorden

Inhoudsopgave

Wanneer je de krant leest of het televisiejournaal bekijkt, lijkt het alsof geweld, agressie en ruzies de laatste jaren sterk toenemen. Was het leven van onze verre voorouders vrediger? Uit de akten van Maastrichtse notarissen uit de achttiende eeuw komt een ander beeld naar voren.

Geweld en conflicten maakten ook toen deel uit van het dagelijks leven in Maastricht. Zo blijkt uit een akte van notaris Ludovicus Burtin, opgesteld op zaterdag 15 december 1736, dat Helena Weerens, weduwe van Basthiaen Haenen, op vrijdagochtend 14 december op straat in conflict raakte met de schoenmaker Willem Daems, diens echtgenote en hun twee dochters. Tijdens deze confrontatie werd zij uitgescholden voor ‘satte teeve’ (dronken wijf), gestompt, geslagen en aan haar haren over straat getrokken. Daarbij werd haar rok omhooggetrokken en raakte onder meer een gouden kruis dat zij om haar hals droeg beschadigd. De in Wyck woonachtige brouwer Engel Maes overkwam op maandagmiddag 3 september 1736 iets dat hem zó kwaad maakte dat hij nog diezelfde dag de hiervoor genoemde notaris Ludovicus Burtin inschakelde om zijn eer en reputatie te laten herstellen.

Een confrontatie in Wyck
Het was tussen twee en drie uur in de middag van 3 september 1736 dat Engel Maes in Wyck werd nageroepen door Beatrix Detiege, de echtgenote van Peter Coolen. Beatrix riep dat Engel een ‘schelm’ (schurk, bedrieger) en een ‘reekel’ (vlerk, vlegel) was. Engel was volgens Beatrix ook ‘canalje’ (gepeupel, gespuis). Hij had volgens haar bovendien een ‘canalje herreberg’. Als brouwer zal Engel zijn eigen bier hebben getapt, en dreef hij een herberg. Blijkbaar vond Beatrix dat Engel gespuis ontving in zijn herberg. Maar dat was nog niet alles. Beatrix riep op straat dat Engel ‘moordenaer van sijn vrouw’ was. Engel was furieus. Notaris Ludovicus Burtin kreeg opdracht van Engel om zich te melden bij Beatrix en verhaal te halen. En zo geschiedde.

De oude Sint-Martinuskerk in Wyck, met de toren gericht naar Maastricht, geschilderd door Alexander Schaepkens. Beeld: Bonnefanten

Een verzoening wordt afgewezen
Tijdens zijn bezoek aan Beatrix liet notaris Burtin haar weten ‘dat het bij de goddelijcke en weerelijcke reghten verbooden was sijnen evennaesten in sijn eere te krencken’. Het leek de notaris daarom beter dat Beatrix zich met Engel zou ‘versoenen’, zeker als zij een proces wilde voorkomen. Peter Coolen, de echtgenoot van Beatrix, drong aan op een verzoening, maar daar wilde Beatrix niets van weten. Zij bleef bij haar beschuldigingen. Achter alles wat zij geroepen had, bleef zij staan. Engel had dus volgens Beatrix zijn echtgenote vermoord. Femicide anno 1736?

Een beschuldiging van moord komt niet zomaar uit de lucht vallen. Waarom Beatrix Detiege van mening was dat Engel Maes zijn echtgenote had vermoord, heb ik helaas niet kunnen achterhalen. Evenmin heb ik iets gevonden over een eventueel proces dat Engel aangespannen zou hebben tegen Beatrix. Ik kon Engel Maes wel terughalen uit het duister van het verleden, omdat ik tijdens mijn onderzoek ontdekte wie hij was.

Wie was Engel Maes?
Engel Maes werd op 18 juli 1687 gedoopt in de Sint-Jacobskerk, gelegen op de hoek van de Bredestraat en de Sint Jacobstraat. Zijn ouders Jan Maes en Anna Maria Peumans woonden op de Moesmarkt, zoals het Sint Amorsplein in die tijd heette. Vader Jan, die brouwer was, was de tweede echtgenoot van moeder Anna Maria. Negen maanden nadat Anna Maria Peumans weduwe was geworden van Reijner Motmans, hertrouwde ze op 12 november 1682 op Sint Pieter met Sint Pieternaar Jan Maes, zoon van de brouwer Willem Maes en diens echtgenote Gertruijdt Blanckers. Jan was toen vijfentwintig jaar oud. Anna Maria moet ouder zijn geweest, waarschijnlijk was zij de dertig al gepasseerd. Engel was het derde kind uit het huwelijk Maes-Peumans. Hij werd vernoemd naar zijn oom, de in de Grote Staat woonachtige hoedenmaker Engel Maes, die op zijn beurt weer was vernoemd naar zijn grootvader Engel Maes, die nog burgemeester van Sint Pieter was geweest.

Toen Engel acht jaar oud was, overleed zijn moeder. Zij werd op 26 oktober 1695 begraven in de Sint-Jacobskerk. Bijna een jaar later, op 2 oktober 1696, hertrouwde weduwnaar Jan Maes met de Maastrichtse Agnes Salden.

Op deze tekening, in 1670 gemaakt door Josua de Grave, zijn Sint Pieter en Wyck te zien. Beeld: beeldbank van het Historisch Centrum Limburg (HCL)

De twee huwelijken van Engel Maes
Toen Engel Maes vierentwintig jaar oud was, trouwde hij Maria van Herf, weduwe van Hendrick Partouns. Op 6 december 1711 stonden zij voor het altaar van de Sint-Martinuskerk in Wyck. Waarschijnlijk was de bruid toen al bijna veertig jaar. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Engel zou, net zoals zijn vader Jan en zijn grootvader Willem, de kost verdienen als brouwer.

Op 24 september 1728 zat notaris Jacobus Carolus Ruijters aan het bed van Maria van Herf. Zij was ziek. Plotseling ontstane heftige buikkrampen hadden haar en haar echtgenoot ongerust gemaakt. Notaris Ruijters werd opgetrommeld om een testament op te maken. Maria herstelde echter van haar ziekte. Uiteindelijk zou zij op 13 november 1731 komen te overlijden. Twee dagen later vond haar uitvaart plaats. Zij kreeg een graf in de Sint-Martinuskerk. Een dergelijk graf in de kerk duidt op een zekere welvaart van het echtpaar Maes-Van Herf.

Nog geen jaar later, op 6 oktober 1732, hertrouwde weduwnaar Engel Maes met Maria Joseph L’alman. Deze tweede echtgenote overleed op 3 januari 1746. Toen Engel door Beatrix Detiege werd beschuldigd van moord op zijn vrouw, was hij dus gehuwd met zijn tweede echtgenote. De echtgenote die volgens Beatrix vermoord was, was dus Maria van Herf. Dit verhaal heeft mij dusdanig nieuwsgierig gemaakt dat ik mijn zoektocht ga voortzetten, zeker omdat Engel Maes een verre bloedverwant van mij is. Maria Gertruijdt Maes, in 1698 geboren uit het tweede huwelijk van Jan Maes met de hiervoor genoemde Agnes Salden, was namelijk een jongere halfzus van Engel. Maria Gertruijdt trouwde op 6 juni 1724 in Wolder met de op Sint Pieter geboren Maximiliaen Quax. Via hun dochter Agnes Quax zouden Maria Gertruijdt en Maximiliaen voorouders worden van mijn Sint Pieterse overgrootmoeder Maria Catharina Isabella Hubertina Jongen (1879-1943).

De handtekeningen die op 24 september 1728 geplaatst werden onder het gezamenlijke testament van Engel Maes en Maria van Herf. Het testament maakt onderdeel uit van de collectie van het Historisch Centrum Limburg (HCL).

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden