Inhoudsopgave
Een ‘bon vivant’. Zo zal Jerôme Slakhorst vooral herinnerd worden. Stralend en niet over het hoofd te zien, net als de blinkende medaille die op zijn borst prijkte toen hij Stadsprins van Maastricht was in 2017. Een moeljaan, vrijbuiter, levensgenieter, en ‘Pedaleur du Charme’. Alom bekend in de stad.
Door Karlijn van der Graaf
Altijd in voor een praatje en het uitdelen van een innige omhelzing, én voor een drankje. “Tèl de köp, völ de glazer!”; hij heeft het vaak naar een kastelein geroepen om de feestvreugde te verhogen. Jerôme’s officieuze slogan tijdens zijn prinsschap was dan ook: ‘Veer goon ‘m eine versóppe!'.
Toegewijd
Hij deed alles met overgave. Zo ging hij al na drie weken op zijn knieën om zijn nieuwe liefde Linda ten huwelijk te vragen, met een ring van aluminiumfolie. Jerôme hield er van om het tempo te bepalen -voor zichzelf én zijn omgeving- en dat betekende in de praktijk: ‘volle gaas’, en in de hoogste versnelling. Onbegrensd bij alles wat hij deed; zijn standaard was 111%. Hij studeerde cum laude af aan de Hogeschool. En speelde foutloos zijn partij op trompet bij Fanfare Sint Joezep en later Les Chaupiques. De nieuwe boot van zijn oom Chrit bestuurde Jerôme binnen de kortste keren als een volleerd kapitein. Een flamboyante perfectionist met bravoure.
Op rolletjes
Deze eigenschappen kwamen hem goed van pas toen hij Café Servaas uitbaatte. Hij wist sfeer te scheppen, was uiterst gastvrij en had zijn zaakjes voor én achter de toog op orde. Jerôme was er als een vis in het water, geroutineerd als hij al was dankzij eerdere banen in de horeca. Het was vaste prik om bij sluiting in de nachtelijke uren het nummer ‘Black’ van Pearl Jam te draaien. Hier ontmoette hij Linda, die binnenliep voor een whisky. Jerôme viel als een blok voor haar. Hij was romantisch, en toonde zijn liefde hartstochtelijk. Natuurlijk liep hij bepaald niet zacht van stapel en woonden ze binnen de kortste keren onder één dak. Samen gingen zij gelukkige jaren tegemoet. In 2011 werden ze ouders van tweeling Cato en Nora. Jerôme was een trotse vader, die zijn dochters graag aanmoedigde bij Kimbria en muzikale uitvoeringen, en hen graag mee op pad nam in de euregio. En natuurlijk kregen zij de liefde voor Maastricht door hem met de paplepel ingegoten.
Roller Coaster
De achtbaan, waarmee Jerôme’s leven door Roland Dear, voorzitter van de Aajd-Prinse Sosjeteit Mestreech vergeleken wordt, ging lang bergopwaarts. Met het prinsschap in 2017 misschien wel als onmiskenbaar hoogtepunt. Het voorgaan van het vastelaovend vierend volk vaan Mestreech, met Linda en de meisjes en zijn ouders als trotse deelgenoten, was voor hem een droom die uitkwam. De Tempeleers hadden een enthousiaste prins aan hem, maar ook eentje die af en toe getemperd moest worden. Want ook in deze rol ging hij voor de 111%, hetgeen soms voor extra vuurwerk zorgde, en soms iets te veel van het goede betekende. Jerôme volgde niet per se het strakke protocol…Maar dat hij er zelf enorm van genoten heeft, staat vast. Toch kon hij volgens zijn vriend Romain Wijckmans het belang in zijn leven van dit prinsschap wel eens bagatelliseren, om vervolgens op sociale media tijdens carnaval een foto van zichzelf te plaatsen als de ‘Groete Onbekinde’ van weleer.
Twee gezichten
Het is typerend voor de wispelturigheid die Jerôme aan de dag kon leggen. Alsof de andere kant van die eerder genoemde medaille werd getoond. Ergens vol voor gaan, en ogenschijnlijk plotsklaps van datzelfde afstand nemen. Een allemansvriend die vooral zichzelf centraal stelde. In 2019 scheidde hij van Linda. Jerôme ging nog meer ‘vlinderen’, ook op werkgebied. Enkele maanden na de scheiding overleed zijn geliefde vader Gérard. Volgens Romain nam die wisselvalligheid vervolgens verder toe. Met veel bombarie en ‘aw kloete’ op stap, en thuis als het ware verdrinken in verdriet.
De achtbaan nam regelmatiger een duik naar het diepe, al maakte hij ook vrolijke tijden mee met zijn nieuwe liefde Petra. Zij noemt hem een ‘Fun Lovin’ Criminal’ en cowboy, die bovenal van ‘drinke, ete en genete’ hield. Petra en anderen stellen dat Jerôme’s verbale directheid en gedrag vaak op ’t randje was, en niet zelden er overheen. Met zijn gevatte humor kon hij de situatie in de regel redden, maar zijn kring werd kleiner. Hij liet zich minder frequent in de stad zien en in gezelschappen zoals dat van de Sosjeteit. Zijn gezondheid liet hem enigszins in de steek, waardoor hij het dringende medische advies kreeg om voortaan gezond te leven. Aan Romain vertelde hij in een sombere bui: “Iech höb al gehad, en noe bin iech al kwiet.” Toch was zijn levenslust niet gedoofd en de liefde voor zijn dochters zo groot dat hij zocht naar nieuwe wegen om te bewandelen.
Laatste rit
Op 1 april kwam daar een abrupt einde aan. Zijn ex-vriendin Petra stelt dat Jerôme in zijn 50 levensjaren geleefd heeft met een intensiteit alsof hij 100 is geworden.
Op zijn uitvaart klonk dat ene lied dat hij aan het einde van elke werkdag draaide in Servaas. Dat gebeurde op verzoek van zijn dochter Nora, die daar nota bene zelf geen weet van had maar het nummer zo toepasselijk vond nu Jerôme overleden was.
‘How quick the sun can drop away’; het past inderdaad precies.

