Inhoudsopgave
Een huurder van een appartement van Woonpunt in Maastricht heeft ook in hoger beroep bot gevangen in een jarenlang conflict over een woning waarin volgens hem sprake was van een te koude woning, gebrekkige isolatie én overlast van steenmarters op de zolder van het complex.
Juist die marters vormden een van de belangrijk twistpunt. Het gerechtshof oordeelt echter dat Woonpunt voldoende heeft gedaan om de klachten te onderzoeken en aan te pakken, terwijl de huurder uiteindelijk zelf verdere medewerking aan oplossingen weigerde.
De zaak draait om een appartement in een wooncomplex uit 1938. De huurder betrok de woning in de zomer van 2021 en klaagde al snel over tocht, onvoldoende verwarming, slechte isolatie en geluidsoverlast van marters die zich volgens hem boven zijn appartement ophielden. Volgens de huurder was de situatie uiteindelijk zo ernstig dat hij een groot deel van de huur ging inhouden en slechts ongeveer 180 euro per maand betaalde. Daardoor ontstond een huurachterstand van ruim 2.200 euro.
Dat zich steenmarters op de zolder van het complex bevonden, werd door Woonpunt al in september 2021 vastgesteld. In het onderhoudsoverzicht staat dat een opening op de zolder met gaas moest worden afgesloten en dat de werkzaamheden succesvol waren afgerond.
Volgens de huurder bleef de overlast echter bestaan. Hij stelde dat de aanwezigheid van de marters zijn woongenot ernstig aantastte en vond dat Woonpunt daarvoor verantwoordelijk was.
Woonpunt erkende dat marters aanwezig konden zijn, maar wees erop dat steenmarters een beschermde diersoort zijn. Daarom kunnen ze niet zomaar worden verwijderd. De woningcorporatie stelde dat alleen werende maatregelen mogelijk zijn. Bovendien bood Woonpunt aan om opnieuw onderzoek te laten doen en aanvullende maatregelen te treffen.
Volgens het hof zit precies daar het keerpunt in de zaak. Nadat Woonpunt opnieuw werkzaamheden wilde uitvoeren en onderzoek wilde laten verrichten, zegde de huurder alle afspraken af. Hij liet weten eerst met zijn gemachtigde te willen overleggen en schreef later zelfs dat Woonpunt geen contact meer hoefde op te nemen over de klachten.
Daardoor kregen de aangeboden maatregelen nooit de kans om uitgevoerd te worden.
Het hof stelt daarom vast dat de huurder het zelf heeft verhinderd dat eventuele verdere oplossingen tegen de marteroverlast konden worden onderzocht of uitgevoerd. De gevolgen daarvan kunnen volgens de rechters niet meer op Woonpunt worden afgewenteld.
De huurder voerde ook verklaringen van oud-bewoners aan om aan te tonen dat de marters al jarenlang een probleem vormden. Het hof vindt die onderbouwing onvoldoende.
Een deel van de verklaringen ging over situaties uit de jaren negentig. Daarnaast bleek uit andere verklaringen juist dat sommige bewoners jarenlang zonder enige marteroverlast in het complex hebben gewoond. Volgens het hof kan daarom niet worden geconcludeerd dat Woonpunt vóór het sluiten van de huurovereenkomst had moeten waarschuwen voor een structureel marterprobleem. Ook acht het hof niet aannemelijk dat de huurder de woning niet zou hebben gehuurd als hij vooraf van de aanwezigheid van marters had geweten.
Het gerechtshof bekrachtigt daarmee het eerdere vonnis van de kantonrechter volledig. De huurder moet de eerder vastgestelde huurachterstand voldoen en wordt bovendien veroordeeld tot betaling van bijna 4.800 euro aan proceskosten van het hoger beroep.
