Doorgaan naar artikel

Moeten we terugverlangen naar de tweeherigheid van Maastricht?

Een met ChatGPT gemaakte voorstelling van de Maastrichtse tweeherigheid, gebaseerd op een schilderij van Theodoor van der Schuer (1634-1707).

Inhoudsopgave

Afgelopen zondag hield onze burgemeester in het stadhuis zijn nieuwjaarstoespraak. Volgens Maurice Ubags van De Nieuwe Ster was deze toespraak “optimistisch en poëtisch”, maar “historisch gezien was zij echter op meerdere punten discutabel”. In een lang betoog gebruikte de burgemeester blijkbaar “de middeleeuwse Tweeherigheid van Maastricht” als inspiratiebron voor hedendaagse lessen over verbinding en het ontbreken van polarisatie. Was die tweeherigheid van onze stad echt zo zaligmakend? Zouden we naar zo’n systeem moeten terugverlangen? We duiken de geschiedenis in.

Een moderne aquareltekening van het Bat in Maastricht, zoals het er in 1700 uitgezien moet hebben. Beeld: Wim Luinge

 Wat hield die tweeherigheid van Maastricht in?
Mogelijk dat niet alle lezers van De Nieuwe Ster weten wat de tweeherigheid van Maastricht nou precies inhield. Met de tweeherigheid van Maastricht wordt het bestuurlijke en rechterlijke systeem bedoeld waardoor de stad Maastricht gedurende de periode 1204-1794 onder het gezag viel van twee verschillende heren. Dit waren aan de ene kant de prins-bisschop van Luik en aan de andere kant de hertog van Brabant. In de rechten van de hertog van Brabant zouden later achtereenvolgens de hertogen van Bourgondië, de koningen van Spanje en de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden treden. De tweeherigheid had tot gevolg dat Maastrichtenaren in het bezit waren van ofwel de Luikse ofwel de Brabantse nativiteit.

Een allegorische voorstelling van de tweeherigheid van Maastricht, in 1705 geschilderd door Theodoor van der Schuer (1634-1707). Beeld: public domain, Wikimedia Commons

Hoe ontstond de Maastrichtse tweeherigheid?
Het ontstaan van de Maastrichtse tweeherigheid is nog steeds onderwerp van studie. De meeste historici gaan uit van de zogenaamde tweekernen-theorie in de stadsontwikkeling. Volgens deze theorie ontwikkelde Maastricht zich in de vroege middeleeuwen tot twee bewoningskernen. Enerzijds was dit de omgeving van het Romeinse castellum of castrum, min of meer samenvallend met het huidige Stokstraatkwartier, waar de bisschoppen van Luik een zekere machtspositie hadden verworven. Anderzijds betrof dat de buiten het castellum gelegen romeinse begraafplaats met de grafkerk van Sint Servaas (het huidige Vrijthof met de Sint Servaaskerk), waar de Rooms-Duitse koningen en keizers, en later de hertogen van Brabant, het voor het zeggen kregen.

Een maquette van het Romeinse castellum van Maastricht. Het deel op de rechteroever van de Maas is hypothetisch. Beeld: public domain, Wikimedia Commons

Een verbijsterende complexiteit
De tweeherigheid van Maastricht was geen uniek verschijnsel in Europa. Wel was het zo dat de bestuurlijke en rechterlijke organisatie in Maastricht van een verbijsterende complexiteit was. Wat bovendien wel uniek was, is het feit dat vanaf 1632, toen Maastricht werd veroverd door stadhouder Frederik Hendrik, twee naast elkaar bestaande religies een nieuwe dimensie gaven aan de tweeherigheid. De ene heer was namelijk rooms-katholiek (de prins-bisschop van Luik), terwijl de andere heer (de hertog van Brabant, ofwel de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) gereformeerd was. Tot die verovering in 1632 waren er twee rooms-katholieke heren: de koning van Spanje en de prins-bisschop van Luik.

Na de verovering in 1632 moesten de rooms-katholieken twee kerken afstaan aan de gereformeerden. Dat waren de Sint Janskerk en de Sint Matthiaskerk. Het gevolg was dat de parochianen van die twee kerken moesten uitwijken naar kleinere kerkjes, in feite kapellen. Vanzelfsprekend zette dat veel kwaad bloed bij het rooms-katholieke deel van de bevolking, maar ook bij het Luikse stadsbestuur.

In 1632 veroverde stadhouder Frederik Hendrik (zoon van Willem van Oranje) in opdracht van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de stad Maastricht. Op dit schilderij zijn de stadhouder en zijn staf te paard te zien. Het gezelschap overziet het vertrek van de Spaanse troepen in een lange stoet uit Maastricht. Beeld: Rijksmuseum

Hoe werd je Brabants of Luiks?
Als je de Brabantse nativiteit bezat, dan kon je vanaf 1632 in Maastricht enkel een bestuurlijke of rechterlijke carrière maken als je gereformeerd was. Bezat je daarentegen de Luikse nativiteit, dan kon je vanaf 1632 in Maastricht enkel een dergelijke carrière maken als je rooms-katholiek was. De nativiteit ging over via de moeder. Als je moeder dus de Luikse nativiteit bezat, dan was jij ook Luiks. In de Maastrichtse doopregisters werd bij elk doopsel keurig genoteerd of de dopeling Luiks of Brabants was. Deze vermeldingen in de doopregisters waren van groot belang voor het laten functioneren van het systeem van de tweeherigheid.

Omdat de nativiteit van een Maastrichtenaar werd bepaald door de moeder, was huwelijkspolitiek erg belangrijk in met name de hogere kringen. Als je namelijk Brabants was, terwijl je de rooms-katholieke religie aanhing, dan had je geen carrièremogelijkheden binnen het Brabantse stadsbestuur. Wilde je zorgen dat je kinderen die carrièremogelijkheden wél kregen, dan moest je dus een bruid zoeken die in het bezit was van de Luikse nativiteit. Je kinderen werden dan Luiks en kregen als rooms-katholieke Maastrichtenaren toegang tot bestuurlijke en rechterlijke functies binnen het Luikse stadsbestuur. 

Nieuwe Maastrichtenaren in de stad kregen de Luikse nativiteit als ze afkomstig waren uit een gebied dat onder het gezag van de prins-bisschop van Luik viel. Inwoners van Sint Pieter die naar Maastricht verhuisden, waren bijvoorbeeld Luiks. Alle anderen van buiten de stad kregen automatisch de Brabantse nativiteit.

Een met ChatGPT gemaakte afbeelding van het Stadhuis op de Markt, gebaseerd op een tekening van Jan de Beijer (1703-1780). In het Stadhuis op de Markt zetelde het Brabantse en het Luikse stadsbestuur.

Van ruilen komt niet altijd huilen
Eén keer in je leven kon je je nativiteit ruilen met een andere Maastrichtenaar. Dat ruilen speelde een rol bij het maken van een bestuurlijke of rechterlijke carrière. Zoals ik hiervoor al schreef, was de combinatie van religie en nativiteit van groot belang. In het jaar 1732 kwamen de gereformeerde boekdrukker Joannes Bertus en de rooms-katholieke advocaat Balthazar Frederick Huberti overeen om hun nativiteit met elkaar te ruilen. De boekdrukker was in het bezit van de Luikse nativiteit, terwijl de advocaat een Brabander was. Beiden kwamen ze van buiten Maastricht. Joannes Bertus was in Hasselt geboren, en dat viel onder het prinsbisdom Luik. Balthazar Frederick Huberti was in Elsloo geboren. Elsloo was niet Luiks, en daarom was hij in het bezit van de Brabantse nativiteit. Joannes Bertus gaf in een notariële akte aan Balthazar Frederick Huberti volmacht om bij de prins-bisschop van Luik en de Staten-Generaal te verzoeken om wisseling van de nativiteit toe te staan. Alle kosten kwamen voor rekening van Balthazar Frederick Huberti. Het ruilen zal dus in zijn voordeel zijn geweest. Als rooms-katholieke Maastrichtenaar kon hij na de ruiling een Luikse carrière maken. Hij zal er vast en zeker geen spijt van hebben gekregen.

Overigens werden over de nativiteit zelfs rechtszaken gevoerd. Vorig jaar publiceerde De Nieuwe Ster mijn verhaal over de zeventiende-eeuwse Maastrichtse bierbrouwer Jan Rutten die wilde bewijzen dat hij in het bezit was van de Brabantse nativiteit.

Een boekdrukker. Deze gravure werd in 1695 vervaardigd door Jan Luyken. In 1732 ruilde de gereformeerde Maastrichtse boekdrukker Joannes Bertus zijn Luikse nativiteit met de rooms-katholieke advocaat Balthazar Frederick Huberti. Beeld: Museum Boijmans van Beuningen

Trumpiaanse tijden?
Het rooms-katholieke deel van de Maastrichtse bevolking was van oudsher groter dan het gereformeerde deel. Dit feit stemde de prins-bisschop van Luik uiteraard zeer tevreden. Het Brabantse stadsbestuur was hier minder blij mee. Er werd van Brabantse zijde dan ook toezicht uitgeoefend op Maastrichtenaren om te voorkomen dat gereformeerden ‘verloren’ gingen. Hendrick Jacobs was een rooms-katholieke Maastrichtenaar die verliefd werd op een gereformeerd Maastrichts meisje, Catharina le Ducq. Ondanks hun verschil in geloof wilden zij trouwen. Om te voorkomen dat de kinderen van een gereformeerde inwoner van de stad rooms-katholiek zouden worden, werd op 23 februari 1669 de gang naar notaris Henricus van der Stam gemaakt. De notaris werd verzocht huwelijkse voorwaarden op te maken. In onze tijd bevatten huwelijkse voorwaarden vrijwel uitsluitend afspraken op vermogensrechtelijk gebied. In de zeventiende en achttiende eeuw was dat nog anders. Notaris Van der Stam werd verzocht de gemaakte afspraken over de opvoeding van de toekomstige kinderen vast te leggen. Om ervoor te zorgen dat alles op de gewenste wijze werd vastgelegd, waren zelfs twee schepenen (een soort rechters/bestuurders) van het Maastrichtse Brabants Hooggerecht aanwezig bij de ondertekening van de akte. De lange arm van het (Brabantse) stadsbestuur dat zich bemoeide met het privéleven van de Maastrichtenaar. Het lijken wel Trumpiaanse tijden. Afgesproken werd onder meer dat alle kinderen die uit het huwelijk geboren werden, zowel jongens als meisjes, opgevoed zouden worden in de “waere Christelijcke gereformeerde religie”.

Moeten we terugverlangen naar die tijd waarin twee heren hun scepter zwaaiden over de stad? Het was een periode waarin zowel nativiteit als religie een zeer grote rol speelden in de stad. Het zorgde voor een hopeloos ingewikkeld systeem binnen een relatief kleine stad. Diverse groeperingen stonden vaak lijnrecht tegenover elkaar. De tweeherigheid van de stad kan beter niet gebruikt worden als inspiratiebron voor Maastricht anno 2026. Het enige voordeel was dat je in die tijd slechts twee ‘partijen’ binnen het stadsbestuur had. In onze tijd, waarin je door het lokale politieke bos de bomen niet meer ziet, is dat wel anders. Ik wens iedereen een fijn weekend toe.

Een met ChatGPT gemaakte afbeelding van een notaris (midden), gebaseerd op een zeventiende-eeuwse gravure van Jan Luyken. 

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden