Inhoudsopgave
Een automonteur die vergat de achterwielen van een Mercedes-Benz Sprinter vast te draaien, is door het bedrijf om die reden op staande voet ontslagen. Volgens de werkgever bracht de monteur daarmee een klant in levensgevaar, omdat de twee achterwielen tijdens het rijden onder de bestelbus vandaan vlogen.
Daarnaast kwam de werknemer ondanks meerdere waarschuwingen structureel enkele minuten te laat op zijn werk. Dat was voor het bedrijf - na diverse waarschuwingen - een tweede grond voor het ontslag op staande voet.
De monteur, die sinds september 2024 als technisch specialist werkte bij een garage, vocht zijn ontslag aan. Hij eiste onder meer een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een schadevergoeding. De rechter wees alle verzoeken af en oordeelde dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was.
Volgens de ontslagbrief had de monteur op 8 en 9 december 2025 remblokken vervangen aan een Mercedes-Benz Sprinter. Daarbij zou hij hebben nagelaten de twee achterwielen weer vast te zetten. Een dag later raakten de wielen tijdens het rijden los.
De werkgever stelde dat hierdoor een uiterst gevaarlijke situatie ontstond. Volgens de dealer had de schade kunnen uitmonden in een dodelijk verkeersongeval. Het niet uitvoeren van zo'n essentiële basishandeling werd daarom als onacceptabel beschouwd. De werkgever voerde dit aan als een van de redenen voor het ontslag op staande voet.
De monteur ontkende dat hij de fout had gemaakt en stelde dat onvoldoende was onderzocht waardoor de wielen waren losgeraakt.
De rechter hoefde uiteindelijk niet eens te beoordelen of de fout met de Sprinter op zichzelf voldoende was voor een ontslag. Volgens de kantonrechter was het structureel te laat komen al een zelfstandige en voldoende dringende reden.
Uit de uitspraak blijkt dat de werknemer gedurende langere tijd herhaaldelijk te laat op het werk verscheen. Hij kreeg daarvoor meerdere mondelinge en twee officiële schriftelijke waarschuwingen. Ook was hem duidelijk gemaakt dat ontslag zou volgen als zijn gedrag niet verbeterde.
Toch verscheen hij op de dag van zijn ontslag opnieuw te laat. De monteur voerde nog aan dat hij wel op tijd aanwezig was, maar zich eerst op het werk moest omkleden. Volgens de rechter ging dat verweer niet op, omdat hij zijn overall ook mee naar huis mocht nemen en dus al omgekleed kon arriveren.
De kantonrechter is in de uitspraak scherp over het gedrag van de werknemer. Volgens de rechter heeft hij "hardnekkig geweigerd" te voldoen aan de redelijke instructies van zijn werkgever. Door ondanks alle waarschuwingen opnieuw te laat te verschijnen, heeft hij de bedrijfsvoering gefrustreerd en is hij "het vertrouwen van de werkgever onwaardig geworden".
Omdat het structurele te laat komen volgens de rechter al een volledig dragende grond voor ontslag op staande voet vormde, liet de kantonrechter de discussie over het niet vastdraaien van de wielen verder buiten beschouwing.
De werknemer krijgt daardoor geen billijke vergoeding, geen transitievergoeding en ook geen schadevergoeding. Volgens de kantonrechter is sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Wel moet de werkgever nog ruim 1.000 euro netto aan openstaande vakantiedagen uitbetalen, nadat dit werd verrekend met te veel betaald loon. De werknemer werd daarnaast veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
