Doorgaan naar artikel

Perikelen rondom de Aw Brögk

Een foto (1925) van de vorige Aw Brögk. Beeld: beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer 8.125

Inhoudsopgave

Een groot deel van de Maastrichtenaren staat al enige dagen op de achterste poten na het verschijnen van het nieuws rondom onze Aw Brögk. Gaat het icoon van Maastricht gesloopt worden? Het is inmiddels the talk of the town geworden. Wist je overigens dat, vóórdat onze stad in 1795 door de Franse Republiek werd geannexeerd, het verplicht was dat elke Maastrichtenaar die een testament liet opmaken ook een vastgesteld bedrag naliet aan het stadsbestuur voor het onderhoud van de brug?

De brug is altijd een belangrijk onderdeel geweest van de Maastrichtse samenleving. Tot de ingebruikname van de Wilhelminabrug (de Nuij Brögk) was het zelfs de enige brug die Maastricht kende. Het archief van de Maastrichtse notarissen uit de zeventiende en achttiende eeuw bevat veel akten die verslag doen van gebeurtenissen die verband houden met de Aw Brögk, in die tijd heel eenvoudig de Maasbrug genoemd. Het archief van al die Maastrichtse notarissen berust bij het Historisch Centrum Limburg (HCL) gelegen op de Sint Pieterstraat.

De Maastrichtse notaris Johan Guichard bewaarde deze kwitantie bij het testament van één van zijn cliënten. In het betreffende testament liet de testateur een bedrag van vier gulden na aan het stadsbestuur voor het onderhoud van de Maasbrug. Bron: Historisch Centrum Limburg (HCL)

Een mishandeling op de Maasbrug
De tijd was te kort om een uitgebreid verhaal te schrijven over die akten waarbij de Maasbrug een rol speelde, maar ik wilde de lezers van De Nieuwe Ster toch alvast kennis laten maken met een drietal verhalen. Een uitgebreider verhaal bewaar ik dan voor de toekomst.

In de nacht van zondag 9 op maandag 10 juli 1769 was een schildwacht die de wacht hield op de Maasbrug zwaar mishandeld. Vrij snel ging een gerucht door de stad dat de advocaat Jan Abraham Pelt schuldig was aan deze mishandeling. Omdat Pelt zijn naam wilde zuiveren, ging hij op 11 juli samen met de zilversmid Godefridus Goddingh naar notaris Caspar Otzeling. Jan Abraham Pelt verklaarde ten overstaan van de notaris plechtig dat hij die nacht helemaal niet op de Maasbrug was geweest, en om die reden ook de schildwacht niet had kunnen mishandelen. Zilversmid Goddingh voegde daaraan toe dat hij de advocaat niet in de buurt van de Maasbrug had gezien.

Een met behulp van ChatGPT gemaakte voorstelling van de Maasbrug, geïnspireerd op een achttiende-eeuwse tekening van Jan de Beijer.

Transporten over de Maasbrug
Op 16 april 1752 meldden zich drie Wyckenaren op het kantoor van notaris Ludovicus Burtin. Het waren de zakkendragers Arnoldus Meeuwis, Joannes Daemen en Gerardus Henderikx. Op verzoek van de koopman Isaac Panchaud legde het drietal een verklaring af over gebeurtenissen tijdens het beleg van 1748. Dit was de belegering van de stad door de troepen van de Franse koning Lodewijk XV, een achterkleinzoon van de beroemde Zonnekoning. De belegering begon op 9 april. Op 7 mei moest Maastricht zich overgeven aan de Fransen. Arnoldus, Joannes en Gerardus hadden destijds met eigen ogen gezien dat vanuit Wyck tijdens het beleg diverse karren met paarden de Maasbrug overgingen richting Maastricht. Die karren waren volgeladen met zakken die haver bevatten. De verklaring van de drie mannen dien ik nog nader te bestuderen om te achterhalen wat er precies aan de hand was. Maar vier jaar na dato was het blijkbaar van belang om door een notaris zwart op wit te laten zetten wat zich tijdens dat beleg had afgespeeld rondom die transporten van haver over de Maasbrug.

Een fragment van de originele Franse maquette die in de periode 1748-1752 van Maastricht werd gemaakt. Een kopie van deze maquette bevindt zich in Centre Céramique. Op dit fragment is de Maasbrug te zien. Beeld: Public Domain, Wikimedia Commons

De betaling van tol
Of iedereen tol moest betalen om over de Maasbrug te gaan, weet ik niet. Maar er werd wel in bepaalde situaties tol geheven als je gebruik wilde maken van de brug. Elk jaar werd het innen van die tol uitbesteed. Iedereen die wilde, kon dan een bod uitbrengen om voor een jaar de tol te mogen innen. In 1719 had de koopman Gerard Massot het winnende bod van 360 gulden uitgebracht. Om er zeker van te zijn dat dat bedrag van 360 gulden werd betaald aan Philip Bogaert, de toenmalige peymeester (ontvanger) van de stad, stelde koopman Arnoldus Bettonville, de schoonvader van Gerard, zich als borg voor zijn schoonzoon. Gerard was gehuwd met diens dochter Elisabeth. Arnoldus Bettonville verleende als zekerheid voor de betaling een hypotheekrecht op zijn huis in Wyck, genaamd Het Casteel de Limborgh. Notaris Leonard Thielen legde op 2 oktober 1719 alles keurig vast.

Deze foto werd aan het einde van de negentiende eeuw gemaakt van de vorige Aw Brögk. Beeld: beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer OF-05733
Gratis nieuwsbrief, niks meer missen
Wilt u ook van maandag tot en met zaterdag vóór 6.00 uur het laatste nieuws over Maastricht in uw mailbox? Meld u dan gratis aan voor de nieuwbrief van De Nieuwe Ster. Meer dan 20.000 trouwe lezers gingen u al voor. Het enige wat wij van u vragen

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden