Inhoudsopgave
De Hoge Raad laat de veroordeling van projectontwikkelaar Hessel Meijer voor valsheid in geschrifte, het gebruik van valse documenten en oplichting in stand. Meijer blijft daarmee veroordeeld tot een taakstraf van 110 uur vanwege zijn rol bij het verkrijgen van een hypotheek voor de toenmalig technisch directeur van Roda Jc Ton Caanen.
Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad die dinsdag is gepubliceerd.
Projectontwikkelaar Hessel Meijer is met zijn bedrijf Wyckerveste vooral actief in Maastricht en Kerkrade. De ondernemer was enige tijd commissaris bij Roda JC. Bij die club trad Ton Caanen begin 2016 als technisch directeur in dienst. Hij wilde een woning kopen en had daarvoor een hypotheek van 800.000 euro nodig. Om die financiering rond te krijgen, moest hij aantonen dat hij over voldoende inkomen en eigen geld beschikte.
Dienstverband
Roda JC betaalde Caanen 7.000 euro bruto per maand. Dat was minder dan de 12.000 euro die hij voor de hypotheek nodig had. Daarom werd daarnaast een dienstverband bij het bedrijf van Meijer op papier gezet. Volgens het gerechtshof was van een echte arbeidsrelatie echter geen sprake. Er werden wel een werkgeversverklaring en een salarisstrook opgesteld.
Ook werd vanuit een stichting van Meijer tijdelijk 100.000 euro op de bankrekening van Caanen gestort. Caanen maakte vervolgens een overzicht waarop een banksaldo van ruim een ton zichtbaar was. Dat overzicht werd gebruikt om tegenover de bank aan te tonen dat hij over voldoende eigen middelen beschikte. Enkele dagen later werd het geld teruggestort.
Werkelijk banksaldo
De Maastrichtse advocaat Serge Weening uit voerde namens Meijer bij de Hoge Raad aan dat het banksaldo-overzicht niet vals was. Op het moment waarop het overzicht werd gemaakt, stond de 100.000 euro immers daadwerkelijk op de rekening. Het document bevatte volgens de verdediging dus een correcte weergave van het werkelijke saldo. Mogelijk was sprake van bedrog, maar niet van valsheid in geschrifte.
Daarbij draait de zaak om het verschil tussen materiële en intellectuele valsheid. Van materiële valsheid is bijvoorbeeld sprake wanneer iemand onbevoegd een document opstelt, een handtekening vervalst of doet voorkomen dat een document van iemand anders afkomstig is.
Bij intellectuele valsheid kan een document op zichzelf echt zijn en door de bevoegde persoon zijn opgesteld, maar toch een onjuist beeld van de werkelijkheid geven. Niet alleen de letterlijke inhoud telt dan, maar ook waarvoor het document is bedoeld.
Volgens de advocaat-generaal bij de Hoge Raad was het banksaldo-overzicht niet uitsluitend bedoeld om te laten zien hoeveel geld er op dat ene moment op de rekening stond. Het werd bij de bank ingediend als bewijs dat Caanen over 100.000 euro aan eigen middelen beschikte. Dat was niet het geval. Het geld behoorde toe aan de stichting van Meijer en was slechts enkele dagen beschikbaar gesteld om de bank te overtuigen.
Het overzicht gaf daardoor wel het juiste banksaldo weer, maar een onjuist beeld van de financiële positie van Caanen. Juist de herkomst van de 100.000 euro en de afspraak om het bedrag snel terug te betalen, waren voor de bank essentiële informatie.
De advocaat-generaal concludeerde daarom dat het gerechtshof terecht had gesproken van intellectuele valsheid in geschrifte. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Meijer zonder verdere inhoudelijke motivering verworpen. Daarmee blijft zijn veroordeling tot 110 uur taakstraf definitief in stand.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.