Inhoudsopgave
De gemeente Maastricht stemt in sommige gevallen te gemakkelijk in met de sloop van monumenten, terwijl behoud nog mogelijk is. Daarvoor waarschuwt de Welstands- en Monumentencommissie in haar jaarverslag over 2025. Volgens de commissie heeft Maastricht bovendien een voorbeeldfunctie: de gemeente kan van inwoners geen grote zorgvuldigheid eisen als zij daar bij haar eigen monumenten niet even strikt mee omgaat.
De commissie vraagt het stadsbestuur om een strikter en consistenter afwegingskader te hanteren bij besluiten over de sloop van monumenten. Uitgangspunt moet volgens de adviseurs zijn dat Maastricht terughoudend is met sloop.
Monumenten spelen volgens de commissie een cruciale rol in het historische karakter en de identiteit van Maastricht. De stad geniet nationaal en internationaal bekendheid vanwege haar monumentale binnenstad en moet daarom zelf laten zien hoe zorgvuldig met erfgoed wordt omgegaan.
“Wanneer van inwoners zorgvuldigheid wordt verwacht, dient de gemeente dit ook zelf zichtbaar toe te passen”, schrijft de commissie.
Sluiswachterswoning
De waarschuwing is actueel door de discussie over de voormalige sluiswachterswoning bij het Landbouwbelang. Het college besloot eerder dit jaar dat dit gemeentelijke monument toch moet worden gesloopt, ondanks een negatief advies van de Welstands- en Monumentencommissie.
De woning moet wijken om ruimte te maken voor de herinrichting van de Maasboulevard, een veilige fietsroute, een doorgaande voetgangersverbinding naar het Bassin en een nieuw voorplein bij de geplande bebouwing van The M.
De commissie zag echter geen overtuigende noodzaak voor sloop. Uit alternatieve studies bleek volgens haar niet dat behoud en inpassing van de sluiswachterswoning onmogelijk waren. De commissie adviseerde daarom positief over de totale gebiedsontwikkeling, maar wel onder de nadrukkelijke voorwaarde dat de woning behouden zou blijven.
Ook had de commissie kritiek op de manier waarop de gemeentelijke tender was voorbereid. Daarin was al ruimte geboden voor de sloop van monumentale onderdelen, zonder dat de commissie daar vooraf bij was betrokken. Juist omdat zij de wettelijke taak heeft het college te adviseren over de sloop van monumenten, wil de commissie voortaan eerder aan tafel zitten.
De sluiswachterswoning dateert uit de periode waarin de sluizen rond het Bassin werden aangelegd en is ouder dan het huidige Landbouwbelang uit 1939.
Affuitenloods
De discussie volgt kort op de sloop van de monumentale Affuitenloods bij het Bassin. Het rijksmonument uit circa 1825 is inmiddels volledig tegen de vlakte gegaan om plaats te maken voor de Verlengde Maasboulevard.
De Welstands- en Monumentencommissie noemt dat voorbeeld overigens niet in haar jaarverslag.
De ongeveer zestig meter lange loods was een van de laatste zichtbare overblijfselen van de militaire geschiedenis van dit deel van Maastricht. Het gebouw diende oorspronkelijk voor de opslag van kanonnen en munitie en maakte deel uit van de zogenoemde Wellingtonbarrière tegen Frankrijk.
Erfgoedorganisaties pleitten voor behoud en noemden de voorgenomen sloop eerder een historische blunder. Ook vanuit de gemeenteraad werd gevraagd de sloop op te schorten en opnieuw naar herbestemming te kijken. Het college hield echter vast aan de plannen. In maart van dit jaar werd de Affuitenloods volledig afgebroken. Een deel van de historische materialen zou worden hergebruikt.
Met de inmiddels verdwenen Affuitenloods en de voorgenomen sloop van de sluiswachterswoning raakt Maastricht in korte tijd twee historische gebouwen kwijt in hetzelfde gebied.
Laat stadium
Volgens de Welstands- en Monumentencommissie staat de omgang met monumenten niet op zichzelf. De commissie constateert dat zij bij grotere ontwikkelingen en plannen met gevolgen voor erfgoed geregeld pas in een laat stadium wordt ingeschakeld. Belangrijke keuzes zijn dan al gemaakt, waardoor aanpassingen nauwelijks nog mogelijk zijn.
Eerdere betrokkenheid leidt volgens de commissie niet alleen tot betere stedenbouwkundige en architectonische plannen, maar kan ook vertraging tijdens de vergunningverlening voorkomen. De commissie wil daarom al worden betrokken bij het opstellen van tendercriteria en bij de beoordeling van inzendingen.
Ook bij conceptueel bouwen, waarbij gebruik wordt gemaakt van grotendeels gestandaardiseerde bouwsystemen, moet ruimtelijke kwaliteit vanaf het begin worden meegenomen. De gemeente zou vooraf moeten bepalen op welke locaties deze manier van bouwen geschikt is en waar de historische omgeving om maatwerk vraagt.
Zichtbaarheid
De commissie wil daarnaast zichtbaarder worden. De agenda’s en verslagen zouden, voor zover mogelijk, openbaar toegankelijk moeten zijn. Ook worden raadsleden en wethouders uitgenodigd vaker een commissievergadering bij te wonen.
Verder stelt de commissie voor jaarlijks met regionale media, waaronder De Limburger en De Nieuwe Ster, in gesprek te gaan over haar werkwijze, advieskaders en wettelijke rol. Nu is volgens de commissie niet altijd duidelijk of uitspraken over de ruimtelijke omgeving afkomstig zijn van de commissie of van de gemeentelijke organisatie.




Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.


