Inhoudsopgave
Vakantiegangers die vanuit het Griekse Heraklion met ruim drieënhalf uur vertraging aankwamen op Maastricht Aachen Airport, krijgen geen compensatie van luchtvaartmaatschappij Corendon. De kantonrechter heeft hun claim van in totaal 4.800 euro afgewezen.
De zaak draaide om vlucht CD824 van Corendon Dutch Airlines op 23 juli 2024. De passagiers zouden die dag vanaf N. Kazantzakis Airport op Kreta naar Maastricht vliegen. Uiteindelijk kwamen ze 3 uur en 36 minuten later dan gepland aan op Maastricht Aachen Airport.
Volgens Europese regels hebben vliegtuigpassagiers bij een vertraging van drie uur of meer in beginsel recht op een vergoeding. De twaalf passagiers eisten daarom ieder 400 euro van Corendon, samen 4.800 euro. Daar kwamen nog 605 euro aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten bovenop.
Corendon stelde echter dat een deel van de vertraging werd veroorzaakt door omstandigheden waarop de maatschappij geen invloed had. Het vliegtuig vloog die dag eerst van Maastricht naar Heraklion en daarna weer terug. Op de heenvlucht kreeg het toestel van de luchtverkeersleiding een zogenoemde CTOT opgelegd: een tijdslot waarbinnen een vliegtuig toestemming krijgt om te vertrekken.
Die restrictie had volgens Corendon onder meer te maken met slecht weer op de vliegroute. Het toestel liep daardoor al vertraging op voordat het in Griekenland aankwam. Die vertraging werkte vervolgens door op de terugvlucht naar Maastricht.
De passagiers vonden dat Corendon zelf mede verantwoordelijk was. De maatschappij had het vertrek van de eerdere vlucht namelijk zelf uitgesteld tot 12.00 uur UTC. Volgens de reizigers was daardoor de oorspronkelijke keten van buitengewone omstandigheden doorbroken.
De kantonrechter gaat daar niet in mee. Vaststaat volgens de rechter dat in ieder geval 45 minuten vertraging ontstond door restricties van de luchtverkeersleiding. Die gelden als een buitengewone omstandigheid.
Die 45 minuten zijn beslissend in deze zaak. De totale vertraging bij aankomst in Maastricht bedroeg 3 uur en 36 minuten. Volgens Europese rechtspraak mag de vertraging die het gevolg is van buitengewone omstandigheden daarvan worden afgetrokken. Zonder die 45 minuten resteert een vertraging van minder dan drie uur. Daarmee vervalt het recht op de gebruikelijke compensatie bij een vertraging van drie uur of meer.
De claim van de passagiers is daarom volledig afgewezen. Zij moeten bovendien 1.080 euro aan proceskosten van Corendon betalen en eventueel nog 180 euro aan nakosten.






Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.




