Doorgaan naar artikel

Hulde voor de Maastrichtse strafrechters

Inhoudsopgave

Door mr. Maurice Ubags

De officier van justitie eiste achttien maanden jeugddetentie en zes maanden voorwaardelijk. De Maastrichtse strafrechters maakten daar zes jaar gevangenisstraf van. Geen jeugddetentie, maar een volwassen straf voor een verdachte die ten tijde van de geweldsexplosie op het Novo College zeventien jaar oud was.

Zelden wordt een strafeis zo resoluut terzijde geschoven. De rechtbank zegt feitelijk tegen het Openbaar Ministerie: u heeft de ernst van deze zaak, de persoonlijkheid van de verdachte en het belang van de samenleving volstrekt verkeerd gewogen.

Daar past maar één reactie bij: hulde.

De rechtbank had alle mogelijkheden om mee te gaan in de redenering van justitie. De verdachte is jong, alleen naar Nederland gekomen en lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken en aan een posttraumatische stressstoornis. De psycholoog adviseerde het feit verminderd toe te rekenen. Zowel de psycholoog als de Raad voor de Kinderbescherming wilde het jeugdstrafrecht toepassen.

In gewone mensentaal: met deze jongen is psychisch heel veel aan de hand. Normaal gesproken leidt verminderde toerekeningsvatbaarheid tot strafvermindering. Wie door een stoornis minder vrij kan kiezen, kan het gepleegde feit immers ook minder zwaar worden aangerekend.

Maar de rechtbank kijkt verder. Zij ziet niet alleen de stoornissen, maar ook het berekenende gedrag. De verdachte kondigde zijn daad vooraf aan, nam een mes mee naar school, wachtte zijn moment af en sloeg in de klas toe. Hij sneed het slachtoffer van achter het oor tot halverwege de wang. Alleen doordat de jongen zijn hoofd wegdraaide, werd niet zijn hals geraakt. Dan had hij het volgens de rechtbank waarschijnlijk niet overleefd.

Daarna kwam geen werkelijk berouw. Vanuit het ziekenhuis kreeg het slachtoffer nog te horen dat hij dit had verdiend. Tijdens zijn detentie sloeg de verdachte een arm van een groepsleidster weg, sloeg hij een andere jongen en bleef hij agressief reageren wanneer hij zijn zin niet kreeg. Zelfs na vijftig dagen detentie zei hij nog dat hij iemand die hem beledigt een pak slaag zal geven.

De rechtbank prikt ook door zijn ingestudeerde schuldbesef heen. De verdachte zegt dat hij excuses moet aanbieden omdat zijn geloof dat voorschrijft. Dat is iets anders dan begrijpen wat je een ander hebt aangedaan. De rechters zagen dezelfde nonchalante, arrogante en ongenaakbare houding die ook door de psycholoog was beschreven.

Voor een poging tot doodslag geldt volgens vaste rechtspraak doorgaans vijf jaar gevangenisstraf. Ondanks de verminderde toerekeningsvatbaarheid komt de rechtbank uit op zes jaar. De strafverzwarende omstandigheden wegen dus zwaarder dan de psychische problemen die normaal gesproken tot matiging zouden kunnen leiden.

Dat is een keihard signaal.

Allereerst aan het Openbaar Ministerie. De rechter is geen loket waar de eis van de officier van justitie van een stempel wordt voorzien. Het OM wilde maximaal achttien maanden daadwerkelijke jeugddetentie. De rechtbank maakt daarvan vier keer zoveel. Zij laat daarmee zien dat zij zelfstandig oordeelt en dat zij kennelijk helemaal niets kan met de inschatting van justitie.

Dat harde law-and-ordergeluid contrasteert bovendien sterk met de terughoudendheid die het Maastrichtse Openbaar Ministerie elders laat zien. Bij bezettingen van gebouwen van de Universiteit Maastricht redeneert justitie vanuit het mogelijke chilling effect: zelfs het vaststellen van de identiteit van bezetters zou ertoe kunnen leiden dat zij een volgende keer geen gebruik meer durven maken van hun demonstratierecht. Daarom wordt uiterst behoedzaam omgegaan met opsporing en vervolging.

Dat maakt het verschil met deze strafzaak des te opvallender. Waar het OM soms vooral oog lijkt te hebben voor het beschermen van verdachten tegen een mogelijk afschrikkend effect van strafrechtelijk optreden, kiest de rechtbank hier juist bewust vóór afschrikking. Het strafrecht is immers niet uitsluitend een instrument voor begrip, begeleiding en resocialisatie. Het is ook law and order: grenzen stellen, de samenleving beveiligen en ondubbelzinnig duidelijk maken welk gedrag niet wordt getolereerd.

Het vonnis bevat daarnaast een niet mis te verstane boodschap aan asielzoekers. Wie naar Nederland komt omdat hij veiligheid zoekt, maar hier vervolgens zelf levensgevaarlijk geweld gebruikt, hoeft niet op grenzeloos begrip te rekenen. Nederland bood deze verdachte onderdak en onderwijs. Hij beantwoordde dat met een aangekondigde geweldsexplosie in een klaslokaal.

De rechtbank benoemt zelfs uitdrukkelijk dat dergelijke feiten het maatschappelijke en politieke draagvlak voor de opvang van vluchtelingen beschadigen. Dat is een ongebruikelijke, maar moedige constatering. Rechters opereren niet in een maatschappelijk vacuüm. Zij weten wat dit soort zaken met de samenleving doet.

De verdachte heeft bovendien een negatieve beschikking gekregen over zijn verblijf in Nederland. Juridisch moet dat worden gescheiden van deze strafzaak: de strafrechter heeft hem niet uitgezet en over zijn verblijfsrecht kunnen nog afzonderlijke procedures bestaan. Maar de boodschap van de overheid laat zich in gewone taal moeilijk anders begrijpen: wie hier veiligheid vraagt en vervolgens anderen in levensgevaar brengt, verspeelt niet alleen vertrouwen, maar uiteindelijk mogelijk ook zijn toekomst in Nederland.

Ook aan de samenleving geeft de rechtbank een signaal af. Strafrecht dient niet uitsluitend om een verdachte te behandelen en opnieuw op het rechte pad te krijgen. Straf heeft eveneens vergelding, leedtoevoeging, beveiliging en afschrikking tot doel. Wie een ander doelbewust voor het leven verminkt en bijna doodt, moet voelen dat de rechtsstaat een grens trekt.

Juist daarmee beschermt de rechtbank het draagvlak voor die rechtsstaat. Burgers accepteren onafhankelijke rechters alleen wanneer uitspraken herkenbaar recht doen aan de ernst van wat slachtoffers is aangedaan. Het slachtoffer in deze zaak is voor het leven getekend. Hij schaamt zich voor zijn gezicht, draagt een capuchon en denkt dat anderen hem vanwege zijn litteken voor een crimineel aanzien. Zijn moeder vluchtte met haar kinderen naar Nederland om veilig te zijn en leeft nu in angst zodra haar kinderen naar school gaan.

Tegenover dat leed stond een eis van achttien maanden daadwerkelijke jeugddetentie. Dat was nauwelijks uit te leggen geweest.

Geert Wilders schildert rechters graag af als wereldvreemde, linkse D66-rechters. Dit vonnis rekent ook met dat beeld af. Althans in Maastricht. Hier zitten rechters die de deskundigenrapporten lezen, de persoonlijke omstandigheden wegen en de verminderde toerekeningsvatbaarheid erkennen, maar vervolgens ook durven zeggen: tot hier en niet verder.

Niet iedere moeilijke jeugd is een vrijbrief. Niet iedere stoornis is een kortingsbon. En wie veiligheid krijgt aangeboden, mag die veiligheid niet met een mes van een ander afnemen.

Zes jaar gevangenisstraf is hard. Precies daarom is het in deze zaak een overtuigend en noodzakelijk vonnis.

Gratis nieuwsbrief, niks meer missen
Wilt u ook van maandag tot en met zaterdag vóór 6.00 uur het laatste nieuws over Maastricht in uw mailbox? Meld u dan gratis aan voor de nieuwbrief van De Nieuwe Ster. Meer dan 20.000 trouwe lezers gingen u al voor. Het enige wat wij van u vragen
Maak De Nieuwe Ster je Google-favoriet Zie ons lokale nieuws vaker terug in Google.
Maak favoriet →
Beste lezer,
Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden